04-11-08

Manifest voor de Lage Landen.



Indien het nog nodig was hebben de bij momenten surrealistische politieke perikelen van het voorbije jaar ten overvloede aangetoond dat België niet alleen een land van interim-regeringen, maar ook louter een interim land met een hoge verdampingsfactor geworden is. Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld. In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer, een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.

In Europees perspectief

Voor deze Heel-Nederlandse integratie pleiten, in het kader van het groeiend Europa, zowel sterke culturele als economische argumenten.
De Europese integratie op economisch, monetair en steeds meer ook op sociaal vlak, heeft een almaar grotere impact op het dagelijks bestaan van de mensen, zodat ze onvermijdelijk ook tot een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak moet leiden. Het emancipatieproces van de taalgemeenschappen in de Belgische staat naar steeds grotere autonomie, staat daar niet haaks op. Het getuigt precies van het artificiële karakter van de Belgische constructie die tot stand kwam onder druk van de belangen van enerzijds zeer kleine lokale elites en anderzijds de toenmalige grootmachten. Ook de Europese Unie is natuurlijk geen liefdadigheidsproject. Ondanks het feit dat op veel terreinen natiestaten hun bevoegdheden aan het Europese niveau overgedragen hebben, blijven ze grote invloed uitoefenen omdat ze het finale beslissingsniveau blijven van de EU.

Wij stellen ook vast dat grotere natiestaten hun invloed laten gelden, vaak ten koste van de belangen van kleinere natiestaten. In die context is het duidelijk dat gemeenschappen die veel met elkaar delen (taal, economische structuur, politieke opvattingen) uit louter rationele overwegingen beter gezamenlijk hun belangen verdedigen dan afzonderlijk, laat staan dat ze elkaar zouden beconcurreren. Zoals Jean Jaurès stelde: “Un peu d’internationalisme éloigne de la nation, beaucoup d’internationalisme y ramène.” Het is duidelijk dat een verregaand afstemmen van Noord en Zuid op elkaar ons stevige economische troeven in de hand moet spelen tegenover de wild om zich heen grijpende globalisering. Jarenlang aanslepende problemen zoals de IJzeren Rijn, waarbij Nederland gaat aankloppen bij Duitsland en Frankrijk, maar een as met ons Zuiden maar niet tot stand komt, dienen in het kader van deze eenheidsvisie aangepakt.

Het enorme havenpotentieel van beide deelgebieden kan in positieve zin samengroeien tot een nieuwe Gouden Delta, een stromende levensader te midden van Europa.

Taal en identiteit


Tachtig procent van de menselijke communicatie gebeurt via de taal. De structuur van de taal bepaalt van jongs af aan ook de structuur van het denken. Bovendien geven de mogelijkheden aan concepten binnen zijn moedertaal ook de contouren van het wereldbeeld aan dat ieder mens zal ontwikkelen.

Later wordt de invloed van de taal weliswaar verminderd in de mate dat een kind verder gesocialiseerd wordt en andere elementen zoals leefomgeving, religie, ideologie, politiek, enz. aan belang winnen. Niettemin is het duidelijk dat de taal een fundamentele rol speelt in het ontwikkelen en het bepalen van de identiteit van ieder individu. Doordat de taal één van de belangrijkste dragers is van ons denken, en mensen sociale wezens zijn, hebben groepen die dezelfde taal spreken een speciale relatie met elkaar. De taal vormt aldus een krachtige band die bijzondere mogelijkheden biedt tot samenwerking, zeker als religieuze, politieke en andere scheidingslijnen zwakker worden. Om het met de woorden van de Franse filosoof Albert Camus te zeggen: “Ma patrie, c’est ma langue.”

Eenheid in verscheidenheid

Aansluitend hierbij zal een fundamentele basiswaarde van de Nederlanden die ons voor ogen staan, het respect voor hun interne diversiteit zijn. Daarin zullen de Friezen en de Luxemburgers zich in eigen taal en cultuur thuis voelen, er zal aan de rechten van de Franstaligen uiteraard niet geraakt worden. Wallonië kan volwaardig plaatsnemen in dit Lagelands verbond, waarbij – naast de erkenning van haar toebehoren tot de francofonie – tevens ruimte geschapen wordt voor een revitalisering van de thans in België nagenoeg volledig verdrongen en ondergesneeuwde Waalse en Picardische talen.

Aan de zorg voor het Nederlands zal een primordiale rol worden toebedeeld. Zo mag openheid voor het andere ons niet blind maken voor een nefaste verengelsing van ons onderwijs.En intern moeten wij blijven ijveren voor een echte standaardtaal die Noord en Zuid verbindt, zodat wij als gemeenschap niet door de eigen taal dreigen verdeeld te worden. De ondertiteling van Nederlandse en Vlaamse tv-programma’s in een eigen idioom is daar slechts één beschamend voorbeeld van.

Een instituut als de Nederlandse Taalunie dient in dit verband tot meer slagvaardigheid geactiveerd te worden, opdat het uit zou groeien tot een krachtig instrument ten dienste van de 22 miljoen Nederlandstaligen. Het eenheidsproces van de Lage Landen is niet gediend met loze kreten in het luchtledige. Wie nu bijvoorbeeld om referenda daaromtrent vraagt, spant de kar voor het paard. Tegenstellingen vertrekken vanuit onzekerheid (het niet kennen van elkaar), maar in de mentaliteitsverschillen tussen Noord en Zuid ligt juist de kracht voor een succesvolle integratie. Als we de wederzijdse hebbelijkheden wat beter kunnen relativeren en de positieve eigenschappen uitvergroten, kunnen we tot meerwaarden komen op velerlei gebied.

Wij pleiten voor een realistische en dus stapsgewijze integratie via toekomstgerichte projecten. Zo kan het belang van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden zoals die met Zeeuws- en Frans-Vlaanderen en tussen beide Limburgen of Antwerpen en Noord-Brabant niet genoeg benadrukt worden.

Deze pragmatische opbouw moet kaderen in een totaalvisie op de uiteindelijke eenheid. Wij beseffen dat het een ambitieuze visie is. Maar onder andere de Europese eenwording zal ons – willens nillens – tot steeds intenser samengaan dwingen. Dat we van elkaar weggroeien is dus niet wenselijk. Politiek is het noodzakelijk om met elkaar op te trekken.

Wij roepen dan ook op tot een samenwerking van allen die, in Noord en Zuid, over partijgrenzen en maatschappelijke positioneringen heen, de Nederlanden als bezielende uitdaging willen helpen realiseren.

Het idee voor dit manifest werd gelanceerd op een bijeenkomst van oud-leden van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging, te Edegem op 15 maart 2008. Het manifest kreeg zijn definitieve verwoording binnen het redactiecomité bestaande uit Johan Bosman (Melle), Pol van Caeneghem (Gent), Maurits Cailliau (Ieper), Bob Hulstaert (Merksem), Rik Nauwelaerts (Mortsel) en Hendrik Starckx (Belsele).

Dit manifest werd ondertussen onderschreven door:

Wilfried Aers (De Pinte), Walter Bressinck (Deurle), Frie Buyck (Merksem), Leo Camerlynck (Ukkel), Hendrik Carette (Schaarbeek), Walter Cleppe (Heule), Paul Conruyt (Erembodegem), Renaat de Beule (Burcht), Johan Debrabander (Sijsele), Joris Declercq (St.-Kruis), Luk Dieudonné (Antwerpen), Vik Eggermont (Ekeren), Margaretha Foubert (Burcht), Willy Gevaert (Zwevezele), Marten Heida (Veenendaal NL), Renaat Ivens (Lier), Els Janssens (Brasschaat), Rudi Koot (Numansdorp NL), Walter Kunnen (Wilrijk), Pol Lemaire (Werchter), Jan Lenaerts (Tienen), Georges Lybaert (Lier), Hugo Morael (Kapellen), Wouter Moreau (Mortsel), Luc Pauwels (Zoersel), Rudy Pauwels (Deurle-Leie), Roger Pylyser (Merksem), Hans Peeters (Doornspijk NL), Roeland Raes (Lovendegem), Luc Rochtus (Antwerpen), Dolf Sedeyn (Aalst), Luc Seynaeve (Izegem), Pol Seynaeve (Izegem), Stan Sluydts (Brasschaat), Raf Sonck (Denderleeuw), Steven Utsi (Ekeren), Maurits Vancoppenolle (Gent), Erich van der Elst (Erembodegem), Mich van Opstel (De Haan), Peter van Windekens (Pellenberg), Arnold Vandelanotte (Destelbergen), Johan Vandendael (Gent), Maurits Vanderbruggen (Sinaai-Waas), Lode van Dessel (Nijlen), Dirk Vangermeersch (Ronse), Herman van Hove (Hoboken), Johan Velghe (Kortrijk), Erik Verstraete (Berchem), Inge Verstuyft (Dentergem), Hugo Waterschoot (Sint-Niklaas), Herman Wauters (Mortsel).

Bron: yvespernet.wordpress.com/manifest

Steunbetuigingen/onderschrijvingen kunnen per e-mail worden gericht aan
maurits.cailliau@skynet.be

23:12 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.