19-12-08

Oost west, Limburg best.

Gouverneurs tekenen Limburg-Charter

Met het in elkaar schuiven van twee puzzelstukjes die Belgisch Limburg en het Nederlandse Limburg symboliseerden en met hun handtekening onder het Limburg-Charter hebben Steve Stevaert en Leon Frissen dinsdagavond in Maaseik het formele startsein gegeven voor nauwe samenwerking van beide Limburgen.

Beide provincies willen op tal van terreinen gezamenlijk optrekken en zich daardoor als Europese voorbeeldregio positioneren. In dat charter staan de kansen, projecten en suggesties op het gebied van onder andere onderwijs, infrastructuur, arbeidsmobiliteit, veiligheid en toerisme opgesomd waarvan beide provincies de vruchten zouden kunnen plukken.
Gouverneurs en gedeputeerden ondertekenden het charter met de titel 'Oost West, Limburg Best' dinsdagavond, op 19 april zijn de leden van Provinciale Staten en hun Belgische collega's van de Provincieraad aan de beurt. Exact op de dag waarop 170 jaar geleden beide Limburgen formeel gescheiden werden.

Sittard/Hasselt
Door Henk Schroen
Limburger.nl

decoration

 

 

 

 

 

Beide Limburgen worden één regio

  Beide Limburgen hebben nu officieel de handen in elkaar geslagen. De provinciebesturen van Belgisch en Nederlands Limburg ondertekenden het Limburgcharter. 'We willen ons als Europese voorbeeldregio positioneren', zegt gouverneur Steve Stevaert.

Dat gouverneur Stevaert een intensievere samenwerking met Nederland voor ogen had, liet hij in het verleden al uitschijnen. Hij sprak niet meer van Nederlands en Belgisch Limburg, maar van Oost- en West-Limburg. 'Met het Limburgcharter willen we een kader schetsen voor een meer geïntegreerd beleid', aldus de gouverneur. 'We liggen beiden aan de rand van het bed in ons land. Door een te worden, liggen we in het midden van het bed. Samen zullen we sterker staan en samen zullen we meer bereiken in Europa.' 'We denken aan een nauwere samenwerking op tal van vlakken', legt Stevaert uit. 'Openbaar vervoer en mobiliteit, bijvoorbeeld. De universiteiten werken al samen. Maar ook op toeristisch vlak zijn er heel wat kansen.' Gedeputeerde van Economie Marc Vandeput ziet ook in deze economisch slechte tijden heil in een nauwere samenwerking. 'Vacatures kunnen gemakkelijker over de grenzen heen uitgewisseld worden. Maar ook op het gebied van tewerkstelling denken we aan grensoverschrijdende industrieterreinen.' Het charter komt er 170 jaar nadat de twee Limburgen officieel gescheiden werden. In mei van volgend jaar staat alvast een groot eenmakingfeest op het programma.KVH

Passe-Partout

 

09:58 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-11-08

Manifest voor de Lage Landen.



Indien het nog nodig was hebben de bij momenten surrealistische politieke perikelen van het voorbije jaar ten overvloede aangetoond dat België niet alleen een land van interim-regeringen, maar ook louter een interim land met een hoge verdampingsfactor geworden is. Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld. In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer, een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.

In Europees perspectief

Voor deze Heel-Nederlandse integratie pleiten, in het kader van het groeiend Europa, zowel sterke culturele als economische argumenten.
De Europese integratie op economisch, monetair en steeds meer ook op sociaal vlak, heeft een almaar grotere impact op het dagelijks bestaan van de mensen, zodat ze onvermijdelijk ook tot een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak moet leiden. Het emancipatieproces van de taalgemeenschappen in de Belgische staat naar steeds grotere autonomie, staat daar niet haaks op. Het getuigt precies van het artificiële karakter van de Belgische constructie die tot stand kwam onder druk van de belangen van enerzijds zeer kleine lokale elites en anderzijds de toenmalige grootmachten. Ook de Europese Unie is natuurlijk geen liefdadigheidsproject. Ondanks het feit dat op veel terreinen natiestaten hun bevoegdheden aan het Europese niveau overgedragen hebben, blijven ze grote invloed uitoefenen omdat ze het finale beslissingsniveau blijven van de EU.

Wij stellen ook vast dat grotere natiestaten hun invloed laten gelden, vaak ten koste van de belangen van kleinere natiestaten. In die context is het duidelijk dat gemeenschappen die veel met elkaar delen (taal, economische structuur, politieke opvattingen) uit louter rationele overwegingen beter gezamenlijk hun belangen verdedigen dan afzonderlijk, laat staan dat ze elkaar zouden beconcurreren. Zoals Jean Jaurès stelde: “Un peu d’internationalisme éloigne de la nation, beaucoup d’internationalisme y ramène.” Het is duidelijk dat een verregaand afstemmen van Noord en Zuid op elkaar ons stevige economische troeven in de hand moet spelen tegenover de wild om zich heen grijpende globalisering. Jarenlang aanslepende problemen zoals de IJzeren Rijn, waarbij Nederland gaat aankloppen bij Duitsland en Frankrijk, maar een as met ons Zuiden maar niet tot stand komt, dienen in het kader van deze eenheidsvisie aangepakt.

Het enorme havenpotentieel van beide deelgebieden kan in positieve zin samengroeien tot een nieuwe Gouden Delta, een stromende levensader te midden van Europa.

Taal en identiteit


Tachtig procent van de menselijke communicatie gebeurt via de taal. De structuur van de taal bepaalt van jongs af aan ook de structuur van het denken. Bovendien geven de mogelijkheden aan concepten binnen zijn moedertaal ook de contouren van het wereldbeeld aan dat ieder mens zal ontwikkelen.

Later wordt de invloed van de taal weliswaar verminderd in de mate dat een kind verder gesocialiseerd wordt en andere elementen zoals leefomgeving, religie, ideologie, politiek, enz. aan belang winnen. Niettemin is het duidelijk dat de taal een fundamentele rol speelt in het ontwikkelen en het bepalen van de identiteit van ieder individu. Doordat de taal één van de belangrijkste dragers is van ons denken, en mensen sociale wezens zijn, hebben groepen die dezelfde taal spreken een speciale relatie met elkaar. De taal vormt aldus een krachtige band die bijzondere mogelijkheden biedt tot samenwerking, zeker als religieuze, politieke en andere scheidingslijnen zwakker worden. Om het met de woorden van de Franse filosoof Albert Camus te zeggen: “Ma patrie, c’est ma langue.”

Eenheid in verscheidenheid

Aansluitend hierbij zal een fundamentele basiswaarde van de Nederlanden die ons voor ogen staan, het respect voor hun interne diversiteit zijn. Daarin zullen de Friezen en de Luxemburgers zich in eigen taal en cultuur thuis voelen, er zal aan de rechten van de Franstaligen uiteraard niet geraakt worden. Wallonië kan volwaardig plaatsnemen in dit Lagelands verbond, waarbij – naast de erkenning van haar toebehoren tot de francofonie – tevens ruimte geschapen wordt voor een revitalisering van de thans in België nagenoeg volledig verdrongen en ondergesneeuwde Waalse en Picardische talen.

Aan de zorg voor het Nederlands zal een primordiale rol worden toebedeeld. Zo mag openheid voor het andere ons niet blind maken voor een nefaste verengelsing van ons onderwijs.En intern moeten wij blijven ijveren voor een echte standaardtaal die Noord en Zuid verbindt, zodat wij als gemeenschap niet door de eigen taal dreigen verdeeld te worden. De ondertiteling van Nederlandse en Vlaamse tv-programma’s in een eigen idioom is daar slechts één beschamend voorbeeld van.

Een instituut als de Nederlandse Taalunie dient in dit verband tot meer slagvaardigheid geactiveerd te worden, opdat het uit zou groeien tot een krachtig instrument ten dienste van de 22 miljoen Nederlandstaligen. Het eenheidsproces van de Lage Landen is niet gediend met loze kreten in het luchtledige. Wie nu bijvoorbeeld om referenda daaromtrent vraagt, spant de kar voor het paard. Tegenstellingen vertrekken vanuit onzekerheid (het niet kennen van elkaar), maar in de mentaliteitsverschillen tussen Noord en Zuid ligt juist de kracht voor een succesvolle integratie. Als we de wederzijdse hebbelijkheden wat beter kunnen relativeren en de positieve eigenschappen uitvergroten, kunnen we tot meerwaarden komen op velerlei gebied.

Wij pleiten voor een realistische en dus stapsgewijze integratie via toekomstgerichte projecten. Zo kan het belang van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden zoals die met Zeeuws- en Frans-Vlaanderen en tussen beide Limburgen of Antwerpen en Noord-Brabant niet genoeg benadrukt worden.

Deze pragmatische opbouw moet kaderen in een totaalvisie op de uiteindelijke eenheid. Wij beseffen dat het een ambitieuze visie is. Maar onder andere de Europese eenwording zal ons – willens nillens – tot steeds intenser samengaan dwingen. Dat we van elkaar weggroeien is dus niet wenselijk. Politiek is het noodzakelijk om met elkaar op te trekken.

Wij roepen dan ook op tot een samenwerking van allen die, in Noord en Zuid, over partijgrenzen en maatschappelijke positioneringen heen, de Nederlanden als bezielende uitdaging willen helpen realiseren.

Het idee voor dit manifest werd gelanceerd op een bijeenkomst van oud-leden van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging, te Edegem op 15 maart 2008. Het manifest kreeg zijn definitieve verwoording binnen het redactiecomité bestaande uit Johan Bosman (Melle), Pol van Caeneghem (Gent), Maurits Cailliau (Ieper), Bob Hulstaert (Merksem), Rik Nauwelaerts (Mortsel) en Hendrik Starckx (Belsele).

Dit manifest werd ondertussen onderschreven door:

Wilfried Aers (De Pinte), Walter Bressinck (Deurle), Frie Buyck (Merksem), Leo Camerlynck (Ukkel), Hendrik Carette (Schaarbeek), Walter Cleppe (Heule), Paul Conruyt (Erembodegem), Renaat de Beule (Burcht), Johan Debrabander (Sijsele), Joris Declercq (St.-Kruis), Luk Dieudonné (Antwerpen), Vik Eggermont (Ekeren), Margaretha Foubert (Burcht), Willy Gevaert (Zwevezele), Marten Heida (Veenendaal NL), Renaat Ivens (Lier), Els Janssens (Brasschaat), Rudi Koot (Numansdorp NL), Walter Kunnen (Wilrijk), Pol Lemaire (Werchter), Jan Lenaerts (Tienen), Georges Lybaert (Lier), Hugo Morael (Kapellen), Wouter Moreau (Mortsel), Luc Pauwels (Zoersel), Rudy Pauwels (Deurle-Leie), Roger Pylyser (Merksem), Hans Peeters (Doornspijk NL), Roeland Raes (Lovendegem), Luc Rochtus (Antwerpen), Dolf Sedeyn (Aalst), Luc Seynaeve (Izegem), Pol Seynaeve (Izegem), Stan Sluydts (Brasschaat), Raf Sonck (Denderleeuw), Steven Utsi (Ekeren), Maurits Vancoppenolle (Gent), Erich van der Elst (Erembodegem), Mich van Opstel (De Haan), Peter van Windekens (Pellenberg), Arnold Vandelanotte (Destelbergen), Johan Vandendael (Gent), Maurits Vanderbruggen (Sinaai-Waas), Lode van Dessel (Nijlen), Dirk Vangermeersch (Ronse), Herman van Hove (Hoboken), Johan Velghe (Kortrijk), Erik Verstraete (Berchem), Inge Verstuyft (Dentergem), Hugo Waterschoot (Sint-Niklaas), Herman Wauters (Mortsel).

Bron: yvespernet.wordpress.com/manifest

Steunbetuigingen/onderschrijvingen kunnen per e-mail worden gericht aan
maurits.cailliau@skynet.be

23:12 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-01-08

Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux, krijgt de Nederlandse koninklijke onderscheiding "Ridder Grootkruis in de orde van Oranje-Nassau".

De Vlaams minister van Cultuur ontvangt de Nederlandse koninklijke onderscheiding onder meer voor het bevorderen van de culturele betrekkingen tussen Vlaanderen en Nederland. Dat meldt de Nederlandse ambassade in Brussel. Nederlands minister voor Europese Zaken, Frans Timmermans, zal de onderscheiding op dinsdag 15 januari uitreiken in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in Brussel. Het huis dat in 2004 werd opgericht, wordt door Nederland als "het meest tastbare bewijs van het persoonlijke engagement van minister Anciaux bij het intensiveren van de Vlaams-Nederlandse culturele betrekkingen".

De onderscheiding is ook een erkenning voor de nauwe betrokkenheid van minister Anciaux bij het Vlaams cultureel centrum in Amsterdam, de Brakke Grond, de Nederlandse Taalunie en de tijdschriften Ons Erfdeel, Septentrion en The Low Countries.

12:51 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

25-11-07

Eén Europese provincie Limburg.

Stevaert pleit voor één Europese provincie Limburg

 

 

De Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert wil dat de Belgische en Nederlandse provincie Limburg zich in de Europese context als één provincie profileren, met in plaats van de onderscheidingen "Belgisch-" en "Nederlands-" "West-" en "Oost-Limburg". Belgisch-Limburg zou dan Oost-Limburg worden. Op die manier kan het verenigd Limburg zich binnen Europa beter profileren en gezamenlijk steunmaatregelen aanvragen, aldus Stevaert in zijn jaarlijkse rede in het provinciehuis van Hasselt.

Grenzen
De Limburgse gouverneur zei dat hij hierover al een akkoord heeft met zijn Nederlandse collega en dat er weldra een charter ondertekend wordt dat beide Limburgen op Europees niveau vereenzelvigt. Volgens Stevaert is het voorstel alleen maar logisch, omdat noch de euro, noch de taal en noch het nationale volkslied aan de grenzen stopt. Ander voorstel dat Stevaert lanceerde: een "Spartacusplusplan", dat de mobiliteit over de landsgrenzen heen moet verbeteren. De gouverneur pleitte voor een snelle verbinding tussen Hasselt en Maastricht in de vorm van een lightrail.

Albertkanaal
Stevaert wil ook dat het Albertkanaal in de toekomst ten volle economisch uitgespeeld wordt en één langgerekte kanaalweg van Limburg naar Antwerpen vormt. Stevaert pleite er tot slot voor de dat de drie Limburgse hogescholen netoverschrijdend gaan samenwerken en samensmelten en dat de Universiteit Hasselt en de Universiteit Maastricht nauwer gaan samenwerken. (belga/gb)

11:49 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

24-08-07

Plakkaat ven Verlatinghe, de lang verwachte vrijheid lonkt.


Plakkaat van Verlatinghe

De langverwachte vrijheid lonkt

Vincent De Roeck


Met enige verbazing vernam ik gisteren uit de "Gazet van Antwerpen", je weet wel de frut van de Koekenstad, dat een grootschalig onderzoek vastgesteld heeft dat maar liefst 67% van de Nederlanders voorstander zou zijn van een volledige fusie tussen Vlaanderen en Nederland. Dit onderzoek, dat uitgevoerd werd door TNS-NIPO en de RTL, bracht ook nog een aantal andere ontdekkingen naar boven. Zo zou maar liefst 25% van de Nederlanders niet meer geloven in het voortbestaan van België. Een boedelscheiding van Vlaanderen en Wallonië zou dan ook bij onze Noorderburen niet als een verrassing aankomen, misschien zelfs net integendeel.

14% van de ondervraagde Nederlanders denken zelfs dat het lot van België binnen de vijf jaren bezegeld zal zijn. 83% van de Nederlanders denkt wel in het zelfstandig voortbestaan van België te kunnen geloven indien het land de komende vijf jaren tegen alle verwachtingen in toch zou weten te overleven. Los van de Nederlandse gevoelens aangaande Vlaanderen en Wallonië, zou ruim 85% van de Nederlanders ook voorstander zijn van een veel intensievere samenwerking met de Belgen dan vandaag het geval is, bij voorkeur via een verdere uitdieping van het Benelux-verdrag. Maar in de ogen van de Nederlanders blijft een fusie tussen Vlaanderen en Nederland hun absolute voorkeur wegdragen. Meer dan 60% van de ondervraagde Nederlanders denkt trouwens ook dat zowel Vlaanderen als Nederland beter zouden worden van zo'n fusie.

Ook de koningsvraag werd in het onderzoek meegenomen.

Eén op de vijf Nederlanders denkt dat Nederland en Vlaanderen na samenvoeging geleid moeten worden door de Oranjes. De afschaffing van beide koningshuizen is volgens 16 procent de beste optie, terwijl 17 procent denkt dat beide landen hun eigen koninklijke familie moeten behouden.

Vanaf 1568 kwamen de Nederlanden (het huidige België en Nederland) in opstand tegen de Spaanse bezetter. Terwijl het huidige Wallonië geen graten zag in de Latijnse overheersing, hielden zij zich steevast op de vlakte in het conflict. Het huidige Vlaanderen en Nederland daarentegen weigerden zich zomaar neer te leggen bij de Spaanse overheersing en grepen naar de wapens. Wallonië ontsnapte aan deze bloedige strijd, omdat zij zich al op voorhand overgegeven hadden. Het gebrek aan initiatief en geloof in eigen kunde dat we vandaag in Wallonië detecteren, gaat in feite dus al terug tot de 16de eeuw.

In 1579 bestond het latere België eigenlijk al niet meer, want toen verbond het huidige Wallonië zijn lot met dat van Spanje via de "Unie van Atrecht" (Union d'Arras) en verwerd het huidige Wallonië een vrijwillige kolonie van het Latijnse rijk. Het huidige Vlaanderen volgde het voorbeeld van zijn Zuiderburen niet en bleef trouw aan zijn tradities en vrijheid. Het Dietse eergevoel ontsproot uit het bloed van Vlamingen en Nederlanders dat tezamen vergoten werd door de Spanjaarden, en indirect dus ook door diens Waalse vazallen.

Enkele maanden na de oprichting van de Atrechtse Unie, gingen Vlaanderen en Nederland op in een nieuwe confederatie. De modaliteiten werden vastgelegd op een conferentie in de Dom van Utrecht. Dietsland, oftewel de "Unie van Utrecht", was geboren. Vlaanderen en Nederland waren nu officieel één natie. Maar de opstand tegen de Spaanse bezetting woedde nog steeds in volle kracht. De Utrechtse legers, door de Spanjaarden "geuzen" genoemd, veroverden straat na straat, dorp na dorp en stad na stad op de Spanjaarden, die uit Dietsland eizona verdreven werden. In 1581 was het grootste deel van de Utrechtse Unie bevrijd van de Spanjaarden. De jonge Dietse staat bleek plots levenskansen te hebben.

In 1581 kondigden de gezanten van de deelstaten van de Utrechtse Unie, die zich voortaan de "verenigde provinciën" noemden, het "Plakkaat van Verlatinghe" af. Met deze onafhankelijkheidsverklaring werd de Spaanse koning als heerser afgezet, werden de banden met het Spaanse rijk definitief doorgeknipt en werden alle rechten en vrijheden opgesomd waarvan de burgers, de steden en de provinciën binnen de Unie voortaan zullen kunnen genieten. Deze afkondiging inspireerde Thomas Jefferson tot diens latere "Declaration of Independence", die in 1776 de geboorte van de vrije republiek der Verenigde Staten zou inluiden.

De Spanjaarden beschouwden deze afkondiging als een zware belediging en namen de uitdaging aan. De Spaanse vorst stuurde zijn legers naar de Verenigde Provinciën. Dit was het begin van een gewapende strijd die uiteindelijk een tijdsspanne van eizona één eeuw zou overspannen en de geschiedenis zou ingaan als de "Tachtigjarige Oorlog". Het huidige Vlaanderen viel al gauw terug in de handen van de Spanjaarden. Wanneer in 1585 de Spaanse generaal Farnese de Schelde weet af te sluiten voor al het verkeer is de omsingeling van Antwerpen compleet, en geeft deze stad zich als laatste in Vlaanderen over. Het beleg van Antwerpen en de daaropvolgende heksenjacht, die we tegenwoordig aanduiden als "Spaanse Furie" betekende tevens het einde van de "gouden eeuw" van Antwerpen. Gelukkig wist het merendeel van de Antwerpse notabelen tegen de overgave al wel te vluchten naar Nederland, waar zij aan de basis stonden van de Nederlandse "gouden eeuw".

In 1585 lag de grens vast. Vlaanderen en Nederland waren definitief van elkaar gescheiden. En tot op vandaag blijft dit aanleiding geven tot politiek debat, maatschappelijke discussie en nostalgisch wegdromen over wat had kunnen zijn. Laat dit dan ook maar een waarschuwing zijn voor de Franstalige onderhandelaars in de communautaire gesprekken. Als zij Vlaanderen niets geven, hoewel zij daar - na 177 jaar Latijnse onderdrukking - zeker en vast recht op hebben, moeten de Vlamingen consequent zijn en de Walen hun eigen weg laten gaan. Vlaanderen heeft Wallonië niet nodig, en net zoals in 1581, houdt niets beide volkeren nog bijeen. En of Vlaanderen dan opnieuw moet opgaan in Nederland, dat laat ik aan de burgers van beide gebieden over, maar het zou mij in alle geval niet storen.

Vlaamse onderhandelaars, stuur de halsstarrige Franstalige imperialisten weg. Koester hen niet langer aan uw borst. Ze zijn onze tijd en moeite niet meer waard. Ze hebben ons in 1581 al eens het mes in de rug gestoken, en in 1795 en in 1830 opnieuw. Van die kant moeten we niets goeds meer verwachten. Laat ons dan toch gewoon het Vlaams Parlement in spoedzitting bijeenroepen en laat ons eendrachtig een nieuw "Plakkaat van Verlatinghe" afkondigen. De tijd en stond is eindelijk daar. De langverwachte vrijheid lonkt.

 

 

(Het plakkaat van Verlatinghe staat op deze blog)

14:05 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (16) |  Facebook |

22-08-07

2/3 van de Nederlanders zijn voor een fusie met Vlaanderen!

Onderzoek: twee derde Nederlanders voor fusie met Vlaanderen

AMSTERDAM - ANP - 21/08/2007

Twee derde van de Nederlanders ziet een samenvoeging van Nederland en Vlaanderen wel zitten. Ruim 85 procent is voor intensievere samenwerking met de Belgen. Dat blijkt dinsdag uit een onderzoek dat TNS Nipo in opdracht van RTL heeft uitgevoerd.

In België woedt een politieke discussie over het hervormen van Vlaanderen en Wallonië.

Meer dan 60 procent van de ondervraagden denkt dat beide "landen" beter worden van een fusie. Een op de vijf Nederlanders denkt dat Nederland en Vlaanderen na samenvoeging geleid moeten worden door de Oranjes. Afschaffing van beide koningshuizen is volgens 16 procent de beste optie. 17 Procent denkt dat beide landen hun eigen koninklijke familie moeten behouden.

Ongeveer vijf van de zes respondenten (83 procent) denkt dat België zelfstandig blijft voortbestaan. Ongeveer 14 procent denkt dat dit niet het geval is. Een kwart van de Nederlanders denkt dat Vlaanderen en Wallonië gescheiden moeten worden.

 

15:46 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (28) |  Facebook |

04-07-07

Sterkere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland loont.

Sterkere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland loont

Nieuwe visie op de samenwerking met Nederland

Publicatie: 3 juli 2007

Ben Weyts - Kabinetschef Algemeen Beleid - Woordvoerder minister Bourgeois

Kabinet van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme - 1 juli 2007


Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois reageert verheugd op de aanbevelingen van het Nederlands Ruimtelijk Planbureau inzake de relatie Vlaanderen-Nederland. In een nieuw rapport bestudeerde het adviesorgaan de soms problematische samenwerking rond grensoverschrijdende infrastructuurprojecten.

Net zoals Bourgeois al eerder bepleitte, concludeert het Planbureau dat Vlaanderen en Nederland moeten focussen op hun gemeenschappelijke belangen, in plaats van op de enge, eigen 'nationale' belangen. Beiden kunnen groot voordeel halen bij een zo intens mogelijke samenwerking, gebaseerd op zeer nauwe ambtelijke en politieke contacten. Met het oog op de regeringsonderhandelingen vraagt Bourgeois dat ook op federaal vlak, een nieuwe visie op de samenwerking met Nederland zou worden ontwikkeld.

Aanleiding tot het onderzoek van het Nederlands Ruimtelijk Planbureau, vormden de problemen die vooral binnen het Nederlands parlement opduiken als daar projecten ter sprake komen die voor Vlaanderen van vitaal strategisch belang zijn. Het meest voor de hand liggende voorbeeld zijn de Scheldeverdragen, die in de loop van dit jaar ook in Nederland zouden geratificeerd worden. Veel gevoeliger nog blijven de spoordossiers: de IJzeren Rijn en de HSL tussen Amsterdam en Brussel.

De onderzoekers hebben het in alle drie de gevallen over "Grensoverschrijdende projecten in Vlaanderen en Nederland", terwijl het spoor in België in hoofdzaak nog een federale materie is.
Opvallend is alleszins dat volgens de Nederlandse onderzoekers de Vlaams-Nederlandse samenwerking in de Scheldedossiers bijzonder gunstig afsteekt tegenover de traditionele manier waarop er met de twee Belgisch-Nederlandse spoordossiers werd omgesprongen.
Het verschil zit in de gevolgde methode en in de visie van waaruit die is opgebouwd. De twee spoordossiers zijn op de klassieke wijze aangepakt. De besluitvorming en de opvolging vond plaats "en petit comité". Beide landen hadden alleen oog voor de eigen, nationale belangen. Zo ondergaat Nederland nog altijd de IJzeren Rijn alleen maar omdat het Internationaal Arbitragehof in 2005 het Belgische recht op doorpad nogmaals uitdrukkelijk bevestigde.

De manier waarop het Scheldedossier werd aangepakt, heeft er daarentegen voor gezorgd dat er in beide landen politiek-ambtelijk een breed draagvlak is gegroeid. De beide overheden hadden ook oog voor het maatschappelijk draagvlak aan weerszijde van de grens.
Het voortdurende overleg en het wederzijdse begrip dat er tussen ambtenaren en bewindslieden groeide, zorgen er voor dat er maximaal aandacht gaat naar een evenwichtige aanpak van álle belangen die in het geding zijn.

De verruiming van de Schelde ten behoeve van de haven van Antwerpen is ingebed in een brede langetermijnvisie voor het volledige Schelde-estuarium, waarbij de enorme economische belangen in het oog worden gehouden, maar er ook aandacht is voor veiligheid tegen overstromingen en voor de natuurlijkheid van de rivier. Bovendien zijn de meeste betrokken spelers gaan inzien hoe groot de wederzijdse afhankelijkheid is van met name het zuiden van Nederland en de belendende Vlaamse regio's.

Minister Bourgeois is ervan overtuigd dat deze studie de weg uittekent die Vlaanderen en Nederland ook op andere terreinen moeten gaan. Het werkstuk van het Ruimtelijk Planbureau bevestigt de visie van de Strategienota Nederland, die de Vlaamse regering eind 2005 goedkeurde: Vlaanderen en Nederland kunnen beide serieus hun voordeel doen bij een zo intens mogelijke samenwerking, gebaseerd op zeer nauwe ambtelijke en politieke contacten, waarbij elke partij oog heeft en begrip opbrengt voor de belangen van het partnerland, en waarbij we vertrekken vanuit duidelijke afspraken.
Onze bevolkingen kunnen daar alleen voordelen uit halen.

Kabinet van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme
Alhambra-gebouw, 7de verd.
Emile Jacqmainlaan 20
1000 Brussel
Tel. 02/552.70.39
Fax 02/552.70.81
persdienst.bourgeois@vlaanderen.be

19:56 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

14-10-06

Nederlands-Vlaamse betrekkingen van Prof. Em. S.W. Couwenberg

Toekomst Nederland als cultuurnatie en de Nederlands-Vlaamse betrekkingen

S.W.Couwenberg

Nederland annexeert zichzelf, riep de schrijver Ernst van Altena in 1987 vertwijfeld uit op een Clingendaelconferentie over buitenlands cultureel beleid. Hij doelde met deze wanhoopskreet op de over ons land heen spoelende importcultuur, die het eigene steeds meer verdringt. We geloven in onze gloeilampen, kazen, bloembollen, tuinproducten, maar niet in onze eigen taal en cultuur, aldus Van Altena. Gegeven het feit dat onze culturele identiteit in Europees verband de meest kwetsbare is, rijst de vraag die H. Hofland al jaren geleden in een van zijn vele essays aan de orde stelde, hoe een geruisloze opheffing van Nederland als cultuurnatie te voorkomen. Het antwoord daarop ligt voor de hand: door alsnog meer in die eigen cultuur te gaan geloven en haar door doelbewuste inspanning op te krikken tot een hoger concurrerend niveau in de context van de Europese beschaving waarvan zij een van de vele interessante varianten is. Dat noopt tot een veel actiever en alerter buitenlands cultureel beleid. In de internationale wedijver om internationaal aanzien blijkt dat namelijk een belangrijker factor te zijn dan we jarenlang beseft hebben. Vandaar dat de Raad voor Cultuur vorig jaar aangedrongen heeft op versterking van dat beleid.

Nederlands-Vlaams wijgevoel

Verdere versterking van onze samenwerking met de Nederlandstalige cultuur in België is in dit verband niet minder relevant. Na veel tegenwerking en strijd heeft die cultuur zich zonder steun onzerzijds ontwikkeld tot een geheel eigen boeiende variant van de Nederlandstalige cultuur. Bij een bezoek van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl aan ons land in de jaren ’90 heeft onze toenmalige premier Wim Kok gepleit voor de ontwikkeling van een Nederlands-Duits wijgevoel. Dat was een nogal overdreven reactie op vroegere anti-Duitse sentimenten. In Nederland en Vlaanderen zijn er sinds lang organisaties actief die om historische en andere redenen het belang van een Nederlands-Vlaams wijgevoel propageren. Het Algemeen Nederlands Verbond is daarmee zelfs al meer dan honderd jaar bezig. In die kringen is ook jarenlang gediscussieerd over het idee van een overkoepelende groot-Nederlandse identiteit. In de gemeenschappelijke taal zag men een belangrijk element om dat idee de nodige inhoud en betekenis te geven.

Een gouden kans om die identiteit institutioneel te verankeren is gemist toen België in 1815 verenigd werd met Nederland. Daarmee werd de Nederlandse natie in ontwikkeling met nieuwe regionale cultuurverschillen geconfronteerd die in het nieuwe Koninkrijk geïntegreerd moesten worden. Maar de prille eenheidsstaat bleek daartoe niet in staat, temeer niet omdat onder het autoritaire en centralistische bewind van een verlicht despoot als Koning Willem I de beproefde bestuurstraditie van schikken en plooien toen niet kon worden ingezet om die verschillen en de darmee samenhangende problemen het hoofd te bieden. Als in 1815 gekozen was voor een federale structuur van het Koninkrijk had de afscheiding van België waarschijnlijk voorkomen kunnen worden. Hoe dit zij, op de nieuwe multiculturele diversiteit die ontstond door het herstel van de eenheid van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden, hebben we geen passend antwoord weten te vinden. In de door Holland gedomineerde eenheidsstaat is dat herstel spoedig door bepaalde Belgische elites in liberale en klerikale kring ter discussie gesteld en afgewezen als bestendiging van de vreemde heerschappijen waaronder de mensen in België zo lang gebukt gingen.

In een recente publicatie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen van de hand van de socioloog C.J. Lammers, getiteld Nederland als bezettende mogendheid 1648-2001 (2003) is dat laatste nog eens onomwonden bevestigd. De positie van Nederland in België in de periode 1815-1830 wordt daarin gekarakteriseerd als die van een bezettende mogendheid. Zowel de totstandkoming van de nieuwe grondwet van het Verenigde Koninkrijk (via een referendum onder Belgische notabelen van wie nota bene 60 procent tegenstemden) als de inhoud daarvan en het beleid dat op basis daarvan gevoerd is werd door Belgische elites en hun achterban ervaren als nieuwe uiting van vreemde overheersing. In de Belgische geschiedenis wordt de periode van het Verenigd Koninkrijk dan ook benoemd als “de Hollandse tijd” zoals in de Nederlandse geschiedenis de periode 1940-1945 bekend staat als “de Duitse tijd”.

Pleidooi voor culturele alliantie

Met de Groot Nederlandse Gedachte die in de eerste helft van de 20e eeuw in bepaalde kringen gekoesterd en gepropageerd werd is vergeefs geprobeerd dat herstel alsnog te bevorderen. In de tweede helft van die eeuw is die gedachte afgezwakt tot een streven naar culturele integratie. De Nederlandse Taalunie is daar sinds 1980 de institutionele belichaming van. Spoedig is evenwel gebleken dat ook dat te hoog gegrepen is. Verbondenheid in taal impliceert nog geen gemeenschappelijk cultuurbewustzijn. Het culturele integratiestreven is sindsdien verder afgezwakt tot een streven naar culturele samenwerking. Naast de Taalunie heeft dat een institutioneel draagvlak gekregen in de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland.

Sinds een aantal jaren pleit het Nederlands-Vlaamse Comité Buitenlands Cultureel Beleid voor een culturele alliantie van Vlaanderen en Nederland met niet alleen een gemeenschappelijk te voeren taalpolitiek maar ook een gemeenschappelijk buitenlands cultureel beleid. Het Comité heeft dat uitgewerkt in een voorstel aan de Nederlandse en Vlaamse regering en geconcretiseerd in een aantal actiepunten. Het bouwt daarbij voort op tal van eerdere initiatieven die uiteindelijk teruggaan op de mislukte taal- en cultuurpolitiek van koning Willem I. Ter realisering van zo’n alliantie beschikken we over juistgenoemde twee unieke instrumenten. Maar de beleidsmogelijkheden waarover beide verdragmatig beschikken worden vooralsnog onvoldoende operationeel gemaakt. Het ontbreekt daartoe aan de nodige politieke en ambtelijke wil. Dat valt te wijten aan traditioneel klein-Nederlands staatsnationalisme enerzijds en oprukkend Vlaams particularisme anderzijds. In Europees perspectief blijft verdergaande samenwerking zakelijk gezien niettemin een politieke optie die serieuze aandacht verdient. Het is een optie die zoals de Vlaamse politicus H. Suykerbuyk opmerkt zowel vanzelfsprekend is als levensvreemd. Al jarenlang hebben we met deze paradoxale situatie te maken. Hoe die impasse in de Vlaams-Nederlandse betrekkingen te doorbreken is een prangende vraag in de discussie over de toekomst van Nederland als cultuurnatie; een discussie die de komende jaren veel meer publieke aandacht en steun verdient dan tot nu toe het geval is geweest.

De Nederlands-Vlaamse samenwerking behoudt vooralsnog overwegend een vrijblijvend karakter en blijft daardoor teveel steken in ad hoc projecten. In een vorig jaar verschenen publicatie van het Comité Buitenlands Cultureel Beleid, getiteld Het culturele tekort van de Europese Unie, wijst Annick Schramme, hoogleraar internationaal cultuurbeleid en internationaal management aan de Universiteit Antwerpen, nog eens op de vele belangen die Nederland en Vlaanderen gemeen hebben en op de mogelijkheden die in concreet beleid operationeel te maken. Tevens onderstreept zij het belang van een versterking van onze culturele aanwezigheid in Europa door het realiseren van een fusie tussen de Taalunie en het de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland. Van Nederlandse zijde zou de onderlinge samenwerking ook gestimuleerd kunnen worden door niet zo lang te treuzelen en te dralen met besluitvorming over twee voor Vlaanderen vitale dossiers, namelijk de verdieping van de Westerschelde en het opnieuw in gebruik nemen van de IJzeren Rijn.

Storende factoren

Een storende factor in de Nederlands-Vlaamse betrekkingen is sinds lang het morele superioriteitsbesef waarmee Nederlanders hun Vlaamse taalgenoten vaak tegemoet treden. Tegenover de vergaande morele arrogantie en zelfgenoegzaamheid van de Hollander en zijn schoolmeesterachtige rechtschapenheid, zo merkte Hugo Claus daarover eens op in een interview met de Volkskrant, voel ik mij heel Vlaams worden. De laatste tijd zien we te dien aanzien wel een zekere kentering die de diplomatieke vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Nederland Axel Buyse ook is opgevallen. Iets van die traditionele Nederlandse betweterigheid is weggevallen. In de media kijkt men met wat meer achting en begrip naar Vlaanderen en België dan voorheen, aldus Buyse. Nederland begint in te zien dat het niet altijd de wijsheid in pacht heeft, bekent tot zijn grote opluchting E. de Maesschalck van de Vlaamse omroep VRT. Ja, de laatste tijd worden onze zuiderburen van meerdere kanten zelfs aan Nederland ten voorbeeld gesteld. Het onderwijs is er beter, de publieke sector is er voortvarender gemoderniseerd, Vlaamse productiviteit is hoger, het ziekteverzuim is er veel minder, en met het Nederlands wordt veel zorgvuldiger omgegaan. Van Vlaamse zijde kijkt men dan ook niet langer zo op tegen hun lange tijd meer progressief geachte noorderburen als voorheen.

Een storende factor is voorts de neiging elkaar nog steeds meer te beoordelen en tegemoet te treden vanuit gangbare vooroordelen en cliché’s over elkaar dan op grond van kennis van zaken. De vorig jaar overleden historicus E.H. Kossmann karakteriseerde de Nederlands-Vlaamse betrekkingen eens kort en klaar als twee culturen naast elkaar, maar niet in gesprek met elkaar. In grote trekken is dat nog onverminderd het geval. Als we al niet in staat zijn met onze Vlaamse taalgenoten een gespreksrelatie te ontwikkelen die leidt tot betere verstandhouding over en weer en een zekere Nederlands-Vlaamse publieke opinie, wat valt dan te verwachten van het streven naar reële Europese eenwording dat zich uitstrekt tot steeds meer naties, zelfs buiten het Europese continent, met niet alleen heel verschillende talen maar die in cultureel opzicht ook veel meer van elkaar verschillen dan Nederlanders en Vlamingen? Zolang zo’n Vlaams-Nederlandse gespreksrelatie en een daarop geënte Nederlands-Vlaamse publieke opinie uitblijft, ontbreekt de voedingsbodem voor de ontwikkeling van een doorleefd Vlaams-Nederlands wijgevoel.

In Nederland leefden de verschillende zuilen decennia lang langs elkaar heen met veel onderling wantrouwen en vooroordelen als gevolg. Na de oorlog is met het oog daarop het Nederlands Gesprekscentrum met de bedoeling een constant gesprek tussen die zuilen op gang te brengen over allerlei problemen en ontwikkelingen waar zij bij betrokken waren en/of die hen verdeeld hielden. Dat heeft heel goed gewerkt. Waarom zouden we iets dergelijks ook niet organiseren om de Vlaams-Nederlandse betrekkingen een nieuwe impuls te geven en op die manier wederzijds wantrouwen en onderlinge vooroordelen zoveel mogelijk weg te nemen? Een aantal jaren geleden is van de zijde van het Nederlands Gesprekscentrum een poging in die richting gedaan. Dat vond toen onvoldoende weerklank. Waarom zouden we het niet eens opnieuw proberen? Het ANV is mijns inziens de meest gerede partij om het initiatief daartoe te nemen.

De inmiddels ter ziele gegane Unie Nederland-Vlaanderen van professor H. Gysels heeft enkele jaren geleden een Pragmatisch Minimum Programma gelanceerd om Nederland en Vlaanderen op een aantal praktische punten dichter bij elkaar te brengen, onder andere door elkaar in nieuwsuitzendingen beter te informeren over wat er in beide samenlevingen gaande is. Met een achttal geestverwante organisaties is sindsdien onderzocht hoe zo’n programma te effectueren. Maar tot praktische resultaten heeft dat tot nu toe nauwelijks geleid. Dat is opnieuw heel teleurstellend. De vraag die ik hier tenslotte wil opwerpen is hoe dat komt en hoe dat initiatief van professor Gysels alsnog zoveel mogelijk in daden kan worden omgezet.

12:22 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (23) |  Facebook |

30-07-06

Informatiesite 900 jaar Brabant.

 

Dit jaar is het 900 jaar geleden dat de graaf van Leuven de titel Hertog van Brabant kreeg. Daarmee begon een groeiproces dat leidde tot een hertogdom dat uiteindelijk bestond uit delen van de Vlaamse provincie Antwerpen, de provincie Vlaams Brabant, Waals Brabant, het Hoofdstedelijk Gewest Brussel en de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Dit wordt gevierd door talloze activiteiten en festiviteiten. Een volledig overzicht van wat er allemaal te beleven valt vindt je op onderstaande link.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

http://www.uitinbrabant.nl/uib/brabant900/site

11:45 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |