24-12-10

Culturele Unie

Een Culturele Unie Nederland
Vlaanderen en de noodzaak van een verdrag

Zaterdag 26 februari 2011 om 14u30

Restaurant Hulstkamp - De Keyserlei, 23 te Antwerpen




Op zaterdag 26 februari 2011 stelt de landenafdeling Vlaanderen zijn programma voor het jaar 2011 voor.

De bijeenkomst vangt aan om 14.30 uur en vindt plaats in de bovenzaal van het restaurant Hulstkamp,
De Keyserlei, 23 te Antwerpen vlak bij het centraal station.

Aansluitend volgt een lezing door Paul Beugels, voorzitter van het Comité Buitenlands Cultureel Beleid, onder de titel:


Een Culturele Unie Nederland - Vlaanderen en de noodzaak van een verdrag


Dit is in zekere zin het pendant van de lezing: "Nederland en Vlaanderen een culturele unie?" die Dorian van der Brempt, directeur van het Nederlands -Vlaams Huis De Buren in Brussel, op vrijdag 14 mei 2010 voor de ledenvergadering van het ANV Vlaanderen heeft gehouden.

Daarin toonde de spreker zich voorstander van een veeleer pragmatische benadering
van een eventuele culturele unie tussen Nederland en Vlaanderen.

Ook sympathisanten zijn welkom.



Organisatie:

Algemeen-Nederlands-Verbond (ANV) - Afdeling Vlaanderen

12:03 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Een plan N voor Vlaanderen (en Brussel)

Chantagemiddel: een onafhankelijk Vlaanderen zou buiten de Europese Unie zou liggen

Publicatie: 21 december 2010

Matthias Storme

Vlaamse Conservatieven - 20/11/2010

 

Een van de chantagemiddelen die de voorbije maanden regelmatig werd aangevoerd tegen voorstanders van Vlaamse onafhankelijkheid bestaat daarin, dat een Vlaanderen dat zich zou afscheuren van België daardoor automatisch buiten de Europese Unie zou liggen en, mocht het daarvan deel willen uitmaken en de voordelen willen genieten, zijn toetreding als lidstaat zou moeten aanvragen, waarbij de Franstaligen er wel voor zouden zorgen dat er draconische toetredingseisen zouden worden gesteld.

Op de eerste plaats gaat deze chantage eraan voorbij dat die stelling impliceert dat in zo'n geval de rest van België wel automatisch lid zou blijven van de Unie, als zijnde de lidstaat België. Waarbij men nogal licht vergeet dat wie België wil voortzetten, ook gehouden is tot de gehele Belgische staatsschuld. Ook wordt daarbij door sommige juristen een zeer specieus onderscheid gemaakt tussen een afscheiding en een opheffing van het land. Op deze vragen wil ik hier vooralsnog niet ingaan, omdat er hoe dan ook voor Vlaanderen nog een erg interessante mogelijkheid bestaat om de chantage te beantwoorden, een Plan "N".

De grondslag voor dat plan "N" is te vinden in art. 355 lid 3 van het VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie), gekoppeld aan het zgn. Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Dat Statuut is een Wet van 28 oktober 1954 van het Koninkrijk der Nederlanden later meermaals gewijzigd (1), waarnaar ook verwezen wordt in de Europese verdragen.

Dat Statuut is bij ons vrij onbekend en daardoor allicht onbemind, maar houdt kort gezegd het volgende in. Het regelt de relaties tussen "Nederland" (in het enkelvoud), Aruba, Curaçao en Sint-Maarten als vier landen die overeengekomen zijn om een gemeenschappelijk buitenlands beleid en een gezamenlijke defensie te voeren, een gezamenlijke Nederlandse nationaliteit te verschaffen aan de burgers van die landen en gezamenlijk een koninkrijk te vormen onder het huis van Oranje. Andere onderwerpen kunnen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk worden verklaard (art. 3 van het Statuut). Met andere woorden, dit Koninkrijk vormt een confederatie tussen Nederland en drie kleinere landen.

Vlaanderen zou dan ook kunnen toetreden als een verder land bij dit Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden met behoud van alle bevoegdheden behalve de zonet genoemde. Het leger zou moeten samengesmolten worden en de buitenlandse betrekkingen overgedragen aan de Koninkrijksinstellingen. En we zouden kunnen genieten van onze natuurlijke nationaliteit, het Nederlanderschap.

Een dergelijke toetreding zou meteen ook het Europa-chantage-probleem oplossen. Vlaanderen zou als Europees deel van het Koninkrijk zonder onderbreking deel blijven van de Europese Unie. Het statuut van Vlaanderen zou daarbij ook niet terugvallen op dat van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Die drie landen zijn geassocieerde leden van de Europese Unie als "landen en gebieden overzee" (LGO)(2) -waardoor zij deel uitmaken van de Gemeenschappelijke Markt maar niet in alle opzichten onder het gemeenschapsrecht vallen. Vermits Vlaanderen evenwel een Europees gebied is en geen gebied overzee (LGO), zou hierop art. 355 lid 3 van het VWEU van toepassing zijn. Dat bepaalt immers dat "De bepalingen van de Verdragen zijn van toepassing op de Europese grondgebieden welker buitenlandse betrekkingen door een lidstaat worden behartigd."

Ook voor Nederland is dit zeker aantrekkelijk: men krijgt er 6 miljoen Nederlanders bij en zowat de helft van zijn economisch potentieel; het Koninkrijk komt daarmee terug in de buurt van de grote landen waarmee het toch graag op wat meer gelijke voet zou komen. Waar een meerderheid van Nederlanders zelfs een volledige een Unie met Vlaanderen niet uitsluit, zal deze tussenoplossing in het Noorden zeker voldoende steun vinden.

Bovendien zou dit plan "N" niet enkel voor Vlaanderen aantrekkelijk zijn, maar ook voor Brussel. Brussel zou als een apart land kunnen toetreden tot het Koninkrijk zonder meer bevoegdhende over te dragen dan de genoemden, zonder deel van Vlaanderen te worden, en met behoud van een aparte inspraak in het Koninkrijk. Toetreding tot het Koninkrijk vereist al evenmin dat Brussel officieel ééntalig Nederlands zou moeten worden; het Frans zou mede officiële taal blijven.

Overigens zou het ook voor Wallonië geen slecht idee zijn om over de toetreding tot het Koninkrijk der Nederlanden na te denken, als een apart land natuurlijk.

Is dit voor Vlaanderen het ideale scenario? Niet op alle vlakken, bv. omdat dit ons geen apart stemrecht in Europa zou opleveren, en daarvoor inderdaad een herziening van de Verdagen zou moeten worden onderhandeld. Maar het maakt ons wel grotendeels immuun voor de hierboven aangegeven vorm van francobelgische chantage.

 

(1) Zie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0002154, ook op http://nl.wikisource.org/wiki/Statuut_voor_het_Koninkrijk_der_Nederlanden
(2) Zie http://europa.eu/legislation_summaries/development/overseas_countries_territories/index_nl.htm



11:09 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-12-08

Oost west, Limburg best.

Gouverneurs tekenen Limburg-Charter

Met het in elkaar schuiven van twee puzzelstukjes die Belgisch Limburg en het Nederlandse Limburg symboliseerden en met hun handtekening onder het Limburg-Charter hebben Steve Stevaert en Leon Frissen dinsdagavond in Maaseik het formele startsein gegeven voor nauwe samenwerking van beide Limburgen.

Beide provincies willen op tal van terreinen gezamenlijk optrekken en zich daardoor als Europese voorbeeldregio positioneren. In dat charter staan de kansen, projecten en suggesties op het gebied van onder andere onderwijs, infrastructuur, arbeidsmobiliteit, veiligheid en toerisme opgesomd waarvan beide provincies de vruchten zouden kunnen plukken.
Gouverneurs en gedeputeerden ondertekenden het charter met de titel 'Oost West, Limburg Best' dinsdagavond, op 19 april zijn de leden van Provinciale Staten en hun Belgische collega's van de Provincieraad aan de beurt. Exact op de dag waarop 170 jaar geleden beide Limburgen formeel gescheiden werden.

Sittard/Hasselt
Door Henk Schroen
Limburger.nl

decoration

 

 

 

 

 

Beide Limburgen worden één regio

  Beide Limburgen hebben nu officieel de handen in elkaar geslagen. De provinciebesturen van Belgisch en Nederlands Limburg ondertekenden het Limburgcharter. 'We willen ons als Europese voorbeeldregio positioneren', zegt gouverneur Steve Stevaert.

Dat gouverneur Stevaert een intensievere samenwerking met Nederland voor ogen had, liet hij in het verleden al uitschijnen. Hij sprak niet meer van Nederlands en Belgisch Limburg, maar van Oost- en West-Limburg. 'Met het Limburgcharter willen we een kader schetsen voor een meer geïntegreerd beleid', aldus de gouverneur. 'We liggen beiden aan de rand van het bed in ons land. Door een te worden, liggen we in het midden van het bed. Samen zullen we sterker staan en samen zullen we meer bereiken in Europa.' 'We denken aan een nauwere samenwerking op tal van vlakken', legt Stevaert uit. 'Openbaar vervoer en mobiliteit, bijvoorbeeld. De universiteiten werken al samen. Maar ook op toeristisch vlak zijn er heel wat kansen.' Gedeputeerde van Economie Marc Vandeput ziet ook in deze economisch slechte tijden heil in een nauwere samenwerking. 'Vacatures kunnen gemakkelijker over de grenzen heen uitgewisseld worden. Maar ook op het gebied van tewerkstelling denken we aan grensoverschrijdende industrieterreinen.' Het charter komt er 170 jaar nadat de twee Limburgen officieel gescheiden werden. In mei van volgend jaar staat alvast een groot eenmakingfeest op het programma.KVH

Passe-Partout

 

09:58 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-11-08

Manifest voor de Lage Landen.



Indien het nog nodig was hebben de bij momenten surrealistische politieke perikelen van het voorbije jaar ten overvloede aangetoond dat België niet alleen een land van interim-regeringen, maar ook louter een interim land met een hoge verdampingsfactor geworden is. Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld. In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer, een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.

In Europees perspectief

Voor deze Heel-Nederlandse integratie pleiten, in het kader van het groeiend Europa, zowel sterke culturele als economische argumenten.
De Europese integratie op economisch, monetair en steeds meer ook op sociaal vlak, heeft een almaar grotere impact op het dagelijks bestaan van de mensen, zodat ze onvermijdelijk ook tot een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak moet leiden. Het emancipatieproces van de taalgemeenschappen in de Belgische staat naar steeds grotere autonomie, staat daar niet haaks op. Het getuigt precies van het artificiële karakter van de Belgische constructie die tot stand kwam onder druk van de belangen van enerzijds zeer kleine lokale elites en anderzijds de toenmalige grootmachten. Ook de Europese Unie is natuurlijk geen liefdadigheidsproject. Ondanks het feit dat op veel terreinen natiestaten hun bevoegdheden aan het Europese niveau overgedragen hebben, blijven ze grote invloed uitoefenen omdat ze het finale beslissingsniveau blijven van de EU.

Wij stellen ook vast dat grotere natiestaten hun invloed laten gelden, vaak ten koste van de belangen van kleinere natiestaten. In die context is het duidelijk dat gemeenschappen die veel met elkaar delen (taal, economische structuur, politieke opvattingen) uit louter rationele overwegingen beter gezamenlijk hun belangen verdedigen dan afzonderlijk, laat staan dat ze elkaar zouden beconcurreren. Zoals Jean Jaurès stelde: “Un peu d’internationalisme éloigne de la nation, beaucoup d’internationalisme y ramène.” Het is duidelijk dat een verregaand afstemmen van Noord en Zuid op elkaar ons stevige economische troeven in de hand moet spelen tegenover de wild om zich heen grijpende globalisering. Jarenlang aanslepende problemen zoals de IJzeren Rijn, waarbij Nederland gaat aankloppen bij Duitsland en Frankrijk, maar een as met ons Zuiden maar niet tot stand komt, dienen in het kader van deze eenheidsvisie aangepakt.

Het enorme havenpotentieel van beide deelgebieden kan in positieve zin samengroeien tot een nieuwe Gouden Delta, een stromende levensader te midden van Europa.

Taal en identiteit


Tachtig procent van de menselijke communicatie gebeurt via de taal. De structuur van de taal bepaalt van jongs af aan ook de structuur van het denken. Bovendien geven de mogelijkheden aan concepten binnen zijn moedertaal ook de contouren van het wereldbeeld aan dat ieder mens zal ontwikkelen.

Later wordt de invloed van de taal weliswaar verminderd in de mate dat een kind verder gesocialiseerd wordt en andere elementen zoals leefomgeving, religie, ideologie, politiek, enz. aan belang winnen. Niettemin is het duidelijk dat de taal een fundamentele rol speelt in het ontwikkelen en het bepalen van de identiteit van ieder individu. Doordat de taal één van de belangrijkste dragers is van ons denken, en mensen sociale wezens zijn, hebben groepen die dezelfde taal spreken een speciale relatie met elkaar. De taal vormt aldus een krachtige band die bijzondere mogelijkheden biedt tot samenwerking, zeker als religieuze, politieke en andere scheidingslijnen zwakker worden. Om het met de woorden van de Franse filosoof Albert Camus te zeggen: “Ma patrie, c’est ma langue.”

Eenheid in verscheidenheid

Aansluitend hierbij zal een fundamentele basiswaarde van de Nederlanden die ons voor ogen staan, het respect voor hun interne diversiteit zijn. Daarin zullen de Friezen en de Luxemburgers zich in eigen taal en cultuur thuis voelen, er zal aan de rechten van de Franstaligen uiteraard niet geraakt worden. Wallonië kan volwaardig plaatsnemen in dit Lagelands verbond, waarbij – naast de erkenning van haar toebehoren tot de francofonie – tevens ruimte geschapen wordt voor een revitalisering van de thans in België nagenoeg volledig verdrongen en ondergesneeuwde Waalse en Picardische talen.

Aan de zorg voor het Nederlands zal een primordiale rol worden toebedeeld. Zo mag openheid voor het andere ons niet blind maken voor een nefaste verengelsing van ons onderwijs.En intern moeten wij blijven ijveren voor een echte standaardtaal die Noord en Zuid verbindt, zodat wij als gemeenschap niet door de eigen taal dreigen verdeeld te worden. De ondertiteling van Nederlandse en Vlaamse tv-programma’s in een eigen idioom is daar slechts één beschamend voorbeeld van.

Een instituut als de Nederlandse Taalunie dient in dit verband tot meer slagvaardigheid geactiveerd te worden, opdat het uit zou groeien tot een krachtig instrument ten dienste van de 22 miljoen Nederlandstaligen. Het eenheidsproces van de Lage Landen is niet gediend met loze kreten in het luchtledige. Wie nu bijvoorbeeld om referenda daaromtrent vraagt, spant de kar voor het paard. Tegenstellingen vertrekken vanuit onzekerheid (het niet kennen van elkaar), maar in de mentaliteitsverschillen tussen Noord en Zuid ligt juist de kracht voor een succesvolle integratie. Als we de wederzijdse hebbelijkheden wat beter kunnen relativeren en de positieve eigenschappen uitvergroten, kunnen we tot meerwaarden komen op velerlei gebied.

Wij pleiten voor een realistische en dus stapsgewijze integratie via toekomstgerichte projecten. Zo kan het belang van grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden zoals die met Zeeuws- en Frans-Vlaanderen en tussen beide Limburgen of Antwerpen en Noord-Brabant niet genoeg benadrukt worden.

Deze pragmatische opbouw moet kaderen in een totaalvisie op de uiteindelijke eenheid. Wij beseffen dat het een ambitieuze visie is. Maar onder andere de Europese eenwording zal ons – willens nillens – tot steeds intenser samengaan dwingen. Dat we van elkaar weggroeien is dus niet wenselijk. Politiek is het noodzakelijk om met elkaar op te trekken.

Wij roepen dan ook op tot een samenwerking van allen die, in Noord en Zuid, over partijgrenzen en maatschappelijke positioneringen heen, de Nederlanden als bezielende uitdaging willen helpen realiseren.

Het idee voor dit manifest werd gelanceerd op een bijeenkomst van oud-leden van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging, te Edegem op 15 maart 2008. Het manifest kreeg zijn definitieve verwoording binnen het redactiecomité bestaande uit Johan Bosman (Melle), Pol van Caeneghem (Gent), Maurits Cailliau (Ieper), Bob Hulstaert (Merksem), Rik Nauwelaerts (Mortsel) en Hendrik Starckx (Belsele).

Dit manifest werd ondertussen onderschreven door:

Wilfried Aers (De Pinte), Walter Bressinck (Deurle), Frie Buyck (Merksem), Leo Camerlynck (Ukkel), Hendrik Carette (Schaarbeek), Walter Cleppe (Heule), Paul Conruyt (Erembodegem), Renaat de Beule (Burcht), Johan Debrabander (Sijsele), Joris Declercq (St.-Kruis), Luk Dieudonné (Antwerpen), Vik Eggermont (Ekeren), Margaretha Foubert (Burcht), Willy Gevaert (Zwevezele), Marten Heida (Veenendaal NL), Renaat Ivens (Lier), Els Janssens (Brasschaat), Rudi Koot (Numansdorp NL), Walter Kunnen (Wilrijk), Pol Lemaire (Werchter), Jan Lenaerts (Tienen), Georges Lybaert (Lier), Hugo Morael (Kapellen), Wouter Moreau (Mortsel), Luc Pauwels (Zoersel), Rudy Pauwels (Deurle-Leie), Roger Pylyser (Merksem), Hans Peeters (Doornspijk NL), Roeland Raes (Lovendegem), Luc Rochtus (Antwerpen), Dolf Sedeyn (Aalst), Luc Seynaeve (Izegem), Pol Seynaeve (Izegem), Stan Sluydts (Brasschaat), Raf Sonck (Denderleeuw), Steven Utsi (Ekeren), Maurits Vancoppenolle (Gent), Erich van der Elst (Erembodegem), Mich van Opstel (De Haan), Peter van Windekens (Pellenberg), Arnold Vandelanotte (Destelbergen), Johan Vandendael (Gent), Maurits Vanderbruggen (Sinaai-Waas), Lode van Dessel (Nijlen), Dirk Vangermeersch (Ronse), Herman van Hove (Hoboken), Johan Velghe (Kortrijk), Erik Verstraete (Berchem), Inge Verstuyft (Dentergem), Hugo Waterschoot (Sint-Niklaas), Herman Wauters (Mortsel).

Bron: yvespernet.wordpress.com/manifest

Steunbetuigingen/onderschrijvingen kunnen per e-mail worden gericht aan
maurits.cailliau@skynet.be

23:12 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-01-08

Vlaams minister van Cultuur, Bert Anciaux, krijgt de Nederlandse koninklijke onderscheiding "Ridder Grootkruis in de orde van Oranje-Nassau".

De Vlaams minister van Cultuur ontvangt de Nederlandse koninklijke onderscheiding onder meer voor het bevorderen van de culturele betrekkingen tussen Vlaanderen en Nederland. Dat meldt de Nederlandse ambassade in Brussel. Nederlands minister voor Europese Zaken, Frans Timmermans, zal de onderscheiding op dinsdag 15 januari uitreiken in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in Brussel. Het huis dat in 2004 werd opgericht, wordt door Nederland als "het meest tastbare bewijs van het persoonlijke engagement van minister Anciaux bij het intensiveren van de Vlaams-Nederlandse culturele betrekkingen".

De onderscheiding is ook een erkenning voor de nauwe betrokkenheid van minister Anciaux bij het Vlaams cultureel centrum in Amsterdam, de Brakke Grond, de Nederlandse Taalunie en de tijdschriften Ons Erfdeel, Septentrion en The Low Countries.

12:51 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

25-11-07

Eén Europese provincie Limburg.

Stevaert pleit voor één Europese provincie Limburg

 

 

De Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert wil dat de Belgische en Nederlandse provincie Limburg zich in de Europese context als één provincie profileren, met in plaats van de onderscheidingen "Belgisch-" en "Nederlands-" "West-" en "Oost-Limburg". Belgisch-Limburg zou dan Oost-Limburg worden. Op die manier kan het verenigd Limburg zich binnen Europa beter profileren en gezamenlijk steunmaatregelen aanvragen, aldus Stevaert in zijn jaarlijkse rede in het provinciehuis van Hasselt.

Grenzen
De Limburgse gouverneur zei dat hij hierover al een akkoord heeft met zijn Nederlandse collega en dat er weldra een charter ondertekend wordt dat beide Limburgen op Europees niveau vereenzelvigt. Volgens Stevaert is het voorstel alleen maar logisch, omdat noch de euro, noch de taal en noch het nationale volkslied aan de grenzen stopt. Ander voorstel dat Stevaert lanceerde: een "Spartacusplusplan", dat de mobiliteit over de landsgrenzen heen moet verbeteren. De gouverneur pleitte voor een snelle verbinding tussen Hasselt en Maastricht in de vorm van een lightrail.

Albertkanaal
Stevaert wil ook dat het Albertkanaal in de toekomst ten volle economisch uitgespeeld wordt en één langgerekte kanaalweg van Limburg naar Antwerpen vormt. Stevaert pleite er tot slot voor de dat de drie Limburgse hogescholen netoverschrijdend gaan samenwerken en samensmelten en dat de Universiteit Hasselt en de Universiteit Maastricht nauwer gaan samenwerken. (belga/gb)

11:49 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

24-08-07

Plakkaat ven Verlatinghe, de lang verwachte vrijheid lonkt.


Plakkaat van Verlatinghe

De langverwachte vrijheid lonkt

Vincent De Roeck


Met enige verbazing vernam ik gisteren uit de "Gazet van Antwerpen", je weet wel de frut van de Koekenstad, dat een grootschalig onderzoek vastgesteld heeft dat maar liefst 67% van de Nederlanders voorstander zou zijn van een volledige fusie tussen Vlaanderen en Nederland. Dit onderzoek, dat uitgevoerd werd door TNS-NIPO en de RTL, bracht ook nog een aantal andere ontdekkingen naar boven. Zo zou maar liefst 25% van de Nederlanders niet meer geloven in het voortbestaan van België. Een boedelscheiding van Vlaanderen en Wallonië zou dan ook bij onze Noorderburen niet als een verrassing aankomen, misschien zelfs net integendeel.

14% van de ondervraagde Nederlanders denken zelfs dat het lot van België binnen de vijf jaren bezegeld zal zijn. 83% van de Nederlanders denkt wel in het zelfstandig voortbestaan van België te kunnen geloven indien het land de komende vijf jaren tegen alle verwachtingen in toch zou weten te overleven. Los van de Nederlandse gevoelens aangaande Vlaanderen en Wallonië, zou ruim 85% van de Nederlanders ook voorstander zijn van een veel intensievere samenwerking met de Belgen dan vandaag het geval is, bij voorkeur via een verdere uitdieping van het Benelux-verdrag. Maar in de ogen van de Nederlanders blijft een fusie tussen Vlaanderen en Nederland hun absolute voorkeur wegdragen. Meer dan 60% van de ondervraagde Nederlanders denkt trouwens ook dat zowel Vlaanderen als Nederland beter zouden worden van zo'n fusie.

Ook de koningsvraag werd in het onderzoek meegenomen.

Eén op de vijf Nederlanders denkt dat Nederland en Vlaanderen na samenvoeging geleid moeten worden door de Oranjes. De afschaffing van beide koningshuizen is volgens 16 procent de beste optie, terwijl 17 procent denkt dat beide landen hun eigen koninklijke familie moeten behouden.

Vanaf 1568 kwamen de Nederlanden (het huidige België en Nederland) in opstand tegen de Spaanse bezetter. Terwijl het huidige Wallonië geen graten zag in de Latijnse overheersing, hielden zij zich steevast op de vlakte in het conflict. Het huidige Vlaanderen en Nederland daarentegen weigerden zich zomaar neer te leggen bij de Spaanse overheersing en grepen naar de wapens. Wallonië ontsnapte aan deze bloedige strijd, omdat zij zich al op voorhand overgegeven hadden. Het gebrek aan initiatief en geloof in eigen kunde dat we vandaag in Wallonië detecteren, gaat in feite dus al terug tot de 16de eeuw.

In 1579 bestond het latere België eigenlijk al niet meer, want toen verbond het huidige Wallonië zijn lot met dat van Spanje via de "Unie van Atrecht" (Union d'Arras) en verwerd het huidige Wallonië een vrijwillige kolonie van het Latijnse rijk. Het huidige Vlaanderen volgde het voorbeeld van zijn Zuiderburen niet en bleef trouw aan zijn tradities en vrijheid. Het Dietse eergevoel ontsproot uit het bloed van Vlamingen en Nederlanders dat tezamen vergoten werd door de Spanjaarden, en indirect dus ook door diens Waalse vazallen.

Enkele maanden na de oprichting van de Atrechtse Unie, gingen Vlaanderen en Nederland op in een nieuwe confederatie. De modaliteiten werden vastgelegd op een conferentie in de Dom van Utrecht. Dietsland, oftewel de "Unie van Utrecht", was geboren. Vlaanderen en Nederland waren nu officieel één natie. Maar de opstand tegen de Spaanse bezetting woedde nog steeds in volle kracht. De Utrechtse legers, door de Spanjaarden "geuzen" genoemd, veroverden straat na straat, dorp na dorp en stad na stad op de Spanjaarden, die uit Dietsland eizona verdreven werden. In 1581 was het grootste deel van de Utrechtse Unie bevrijd van de Spanjaarden. De jonge Dietse staat bleek plots levenskansen te hebben.

In 1581 kondigden de gezanten van de deelstaten van de Utrechtse Unie, die zich voortaan de "verenigde provinciën" noemden, het "Plakkaat van Verlatinghe" af. Met deze onafhankelijkheidsverklaring werd de Spaanse koning als heerser afgezet, werden de banden met het Spaanse rijk definitief doorgeknipt en werden alle rechten en vrijheden opgesomd waarvan de burgers, de steden en de provinciën binnen de Unie voortaan zullen kunnen genieten. Deze afkondiging inspireerde Thomas Jefferson tot diens latere "Declaration of Independence", die in 1776 de geboorte van de vrije republiek der Verenigde Staten zou inluiden.

De Spanjaarden beschouwden deze afkondiging als een zware belediging en namen de uitdaging aan. De Spaanse vorst stuurde zijn legers naar de Verenigde Provinciën. Dit was het begin van een gewapende strijd die uiteindelijk een tijdsspanne van eizona één eeuw zou overspannen en de geschiedenis zou ingaan als de "Tachtigjarige Oorlog". Het huidige Vlaanderen viel al gauw terug in de handen van de Spanjaarden. Wanneer in 1585 de Spaanse generaal Farnese de Schelde weet af te sluiten voor al het verkeer is de omsingeling van Antwerpen compleet, en geeft deze stad zich als laatste in Vlaanderen over. Het beleg van Antwerpen en de daaropvolgende heksenjacht, die we tegenwoordig aanduiden als "Spaanse Furie" betekende tevens het einde van de "gouden eeuw" van Antwerpen. Gelukkig wist het merendeel van de Antwerpse notabelen tegen de overgave al wel te vluchten naar Nederland, waar zij aan de basis stonden van de Nederlandse "gouden eeuw".

In 1585 lag de grens vast. Vlaanderen en Nederland waren definitief van elkaar gescheiden. En tot op vandaag blijft dit aanleiding geven tot politiek debat, maatschappelijke discussie en nostalgisch wegdromen over wat had kunnen zijn. Laat dit dan ook maar een waarschuwing zijn voor de Franstalige onderhandelaars in de communautaire gesprekken. Als zij Vlaanderen niets geven, hoewel zij daar - na 177 jaar Latijnse onderdrukking - zeker en vast recht op hebben, moeten de Vlamingen consequent zijn en de Walen hun eigen weg laten gaan. Vlaanderen heeft Wallonië niet nodig, en net zoals in 1581, houdt niets beide volkeren nog bijeen. En of Vlaanderen dan opnieuw moet opgaan in Nederland, dat laat ik aan de burgers van beide gebieden over, maar het zou mij in alle geval niet storen.

Vlaamse onderhandelaars, stuur de halsstarrige Franstalige imperialisten weg. Koester hen niet langer aan uw borst. Ze zijn onze tijd en moeite niet meer waard. Ze hebben ons in 1581 al eens het mes in de rug gestoken, en in 1795 en in 1830 opnieuw. Van die kant moeten we niets goeds meer verwachten. Laat ons dan toch gewoon het Vlaams Parlement in spoedzitting bijeenroepen en laat ons eendrachtig een nieuw "Plakkaat van Verlatinghe" afkondigen. De tijd en stond is eindelijk daar. De langverwachte vrijheid lonkt.

 

 

(Het plakkaat van Verlatinghe staat op deze blog)

14:05 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (16) |  Facebook |

22-08-07

2/3 van de Nederlanders zijn voor een fusie met Vlaanderen!

Onderzoek: twee derde Nederlanders voor fusie met Vlaanderen

AMSTERDAM - ANP - 21/08/2007

Twee derde van de Nederlanders ziet een samenvoeging van Nederland en Vlaanderen wel zitten. Ruim 85 procent is voor intensievere samenwerking met de Belgen. Dat blijkt dinsdag uit een onderzoek dat TNS Nipo in opdracht van RTL heeft uitgevoerd.

In België woedt een politieke discussie over het hervormen van Vlaanderen en Wallonië.

Meer dan 60 procent van de ondervraagden denkt dat beide "landen" beter worden van een fusie. Een op de vijf Nederlanders denkt dat Nederland en Vlaanderen na samenvoeging geleid moeten worden door de Oranjes. Afschaffing van beide koningshuizen is volgens 16 procent de beste optie. 17 Procent denkt dat beide landen hun eigen koninklijke familie moeten behouden.

Ongeveer vijf van de zes respondenten (83 procent) denkt dat België zelfstandig blijft voortbestaan. Ongeveer 14 procent denkt dat dit niet het geval is. Een kwart van de Nederlanders denkt dat Vlaanderen en Wallonië gescheiden moeten worden.

 

15:46 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (28) |  Facebook |

04-07-07

Sterkere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland loont.

Sterkere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland loont

Nieuwe visie op de samenwerking met Nederland

Publicatie: 3 juli 2007

Ben Weyts - Kabinetschef Algemeen Beleid - Woordvoerder minister Bourgeois

Kabinet van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme - 1 juli 2007


Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois reageert verheugd op de aanbevelingen van het Nederlands Ruimtelijk Planbureau inzake de relatie Vlaanderen-Nederland. In een nieuw rapport bestudeerde het adviesorgaan de soms problematische samenwerking rond grensoverschrijdende infrastructuurprojecten.

Net zoals Bourgeois al eerder bepleitte, concludeert het Planbureau dat Vlaanderen en Nederland moeten focussen op hun gemeenschappelijke belangen, in plaats van op de enge, eigen 'nationale' belangen. Beiden kunnen groot voordeel halen bij een zo intens mogelijke samenwerking, gebaseerd op zeer nauwe ambtelijke en politieke contacten. Met het oog op de regeringsonderhandelingen vraagt Bourgeois dat ook op federaal vlak, een nieuwe visie op de samenwerking met Nederland zou worden ontwikkeld.

Aanleiding tot het onderzoek van het Nederlands Ruimtelijk Planbureau, vormden de problemen die vooral binnen het Nederlands parlement opduiken als daar projecten ter sprake komen die voor Vlaanderen van vitaal strategisch belang zijn. Het meest voor de hand liggende voorbeeld zijn de Scheldeverdragen, die in de loop van dit jaar ook in Nederland zouden geratificeerd worden. Veel gevoeliger nog blijven de spoordossiers: de IJzeren Rijn en de HSL tussen Amsterdam en Brussel.

De onderzoekers hebben het in alle drie de gevallen over "Grensoverschrijdende projecten in Vlaanderen en Nederland", terwijl het spoor in België in hoofdzaak nog een federale materie is.
Opvallend is alleszins dat volgens de Nederlandse onderzoekers de Vlaams-Nederlandse samenwerking in de Scheldedossiers bijzonder gunstig afsteekt tegenover de traditionele manier waarop er met de twee Belgisch-Nederlandse spoordossiers werd omgesprongen.
Het verschil zit in de gevolgde methode en in de visie van waaruit die is opgebouwd. De twee spoordossiers zijn op de klassieke wijze aangepakt. De besluitvorming en de opvolging vond plaats "en petit comité". Beide landen hadden alleen oog voor de eigen, nationale belangen. Zo ondergaat Nederland nog altijd de IJzeren Rijn alleen maar omdat het Internationaal Arbitragehof in 2005 het Belgische recht op doorpad nogmaals uitdrukkelijk bevestigde.

De manier waarop het Scheldedossier werd aangepakt, heeft er daarentegen voor gezorgd dat er in beide landen politiek-ambtelijk een breed draagvlak is gegroeid. De beide overheden hadden ook oog voor het maatschappelijk draagvlak aan weerszijde van de grens.
Het voortdurende overleg en het wederzijdse begrip dat er tussen ambtenaren en bewindslieden groeide, zorgen er voor dat er maximaal aandacht gaat naar een evenwichtige aanpak van álle belangen die in het geding zijn.

De verruiming van de Schelde ten behoeve van de haven van Antwerpen is ingebed in een brede langetermijnvisie voor het volledige Schelde-estuarium, waarbij de enorme economische belangen in het oog worden gehouden, maar er ook aandacht is voor veiligheid tegen overstromingen en voor de natuurlijkheid van de rivier. Bovendien zijn de meeste betrokken spelers gaan inzien hoe groot de wederzijdse afhankelijkheid is van met name het zuiden van Nederland en de belendende Vlaamse regio's.

Minister Bourgeois is ervan overtuigd dat deze studie de weg uittekent die Vlaanderen en Nederland ook op andere terreinen moeten gaan. Het werkstuk van het Ruimtelijk Planbureau bevestigt de visie van de Strategienota Nederland, die de Vlaamse regering eind 2005 goedkeurde: Vlaanderen en Nederland kunnen beide serieus hun voordeel doen bij een zo intens mogelijke samenwerking, gebaseerd op zeer nauwe ambtelijke en politieke contacten, waarbij elke partij oog heeft en begrip opbrengt voor de belangen van het partnerland, en waarbij we vertrekken vanuit duidelijke afspraken.
Onze bevolkingen kunnen daar alleen voordelen uit halen.

Kabinet van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme
Alhambra-gebouw, 7de verd.
Emile Jacqmainlaan 20
1000 Brussel
Tel. 02/552.70.39
Fax 02/552.70.81
persdienst.bourgeois@vlaanderen.be

19:56 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

14-10-06

Nederlands-Vlaamse betrekkingen van Prof. Em. S.W. Couwenberg

Toekomst Nederland als cultuurnatie en de Nederlands-Vlaamse betrekkingen

S.W.Couwenberg

Nederland annexeert zichzelf, riep de schrijver Ernst van Altena in 1987 vertwijfeld uit op een Clingendaelconferentie over buitenlands cultureel beleid. Hij doelde met deze wanhoopskreet op de over ons land heen spoelende importcultuur, die het eigene steeds meer verdringt. We geloven in onze gloeilampen, kazen, bloembollen, tuinproducten, maar niet in onze eigen taal en cultuur, aldus Van Altena. Gegeven het feit dat onze culturele identiteit in Europees verband de meest kwetsbare is, rijst de vraag die H. Hofland al jaren geleden in een van zijn vele essays aan de orde stelde, hoe een geruisloze opheffing van Nederland als cultuurnatie te voorkomen. Het antwoord daarop ligt voor de hand: door alsnog meer in die eigen cultuur te gaan geloven en haar door doelbewuste inspanning op te krikken tot een hoger concurrerend niveau in de context van de Europese beschaving waarvan zij een van de vele interessante varianten is. Dat noopt tot een veel actiever en alerter buitenlands cultureel beleid. In de internationale wedijver om internationaal aanzien blijkt dat namelijk een belangrijker factor te zijn dan we jarenlang beseft hebben. Vandaar dat de Raad voor Cultuur vorig jaar aangedrongen heeft op versterking van dat beleid.

Nederlands-Vlaams wijgevoel

Verdere versterking van onze samenwerking met de Nederlandstalige cultuur in België is in dit verband niet minder relevant. Na veel tegenwerking en strijd heeft die cultuur zich zonder steun onzerzijds ontwikkeld tot een geheel eigen boeiende variant van de Nederlandstalige cultuur. Bij een bezoek van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl aan ons land in de jaren ’90 heeft onze toenmalige premier Wim Kok gepleit voor de ontwikkeling van een Nederlands-Duits wijgevoel. Dat was een nogal overdreven reactie op vroegere anti-Duitse sentimenten. In Nederland en Vlaanderen zijn er sinds lang organisaties actief die om historische en andere redenen het belang van een Nederlands-Vlaams wijgevoel propageren. Het Algemeen Nederlands Verbond is daarmee zelfs al meer dan honderd jaar bezig. In die kringen is ook jarenlang gediscussieerd over het idee van een overkoepelende groot-Nederlandse identiteit. In de gemeenschappelijke taal zag men een belangrijk element om dat idee de nodige inhoud en betekenis te geven.

Een gouden kans om die identiteit institutioneel te verankeren is gemist toen België in 1815 verenigd werd met Nederland. Daarmee werd de Nederlandse natie in ontwikkeling met nieuwe regionale cultuurverschillen geconfronteerd die in het nieuwe Koninkrijk geïntegreerd moesten worden. Maar de prille eenheidsstaat bleek daartoe niet in staat, temeer niet omdat onder het autoritaire en centralistische bewind van een verlicht despoot als Koning Willem I de beproefde bestuurstraditie van schikken en plooien toen niet kon worden ingezet om die verschillen en de darmee samenhangende problemen het hoofd te bieden. Als in 1815 gekozen was voor een federale structuur van het Koninkrijk had de afscheiding van België waarschijnlijk voorkomen kunnen worden. Hoe dit zij, op de nieuwe multiculturele diversiteit die ontstond door het herstel van de eenheid van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden, hebben we geen passend antwoord weten te vinden. In de door Holland gedomineerde eenheidsstaat is dat herstel spoedig door bepaalde Belgische elites in liberale en klerikale kring ter discussie gesteld en afgewezen als bestendiging van de vreemde heerschappijen waaronder de mensen in België zo lang gebukt gingen.

In een recente publicatie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen van de hand van de socioloog C.J. Lammers, getiteld Nederland als bezettende mogendheid 1648-2001 (2003) is dat laatste nog eens onomwonden bevestigd. De positie van Nederland in België in de periode 1815-1830 wordt daarin gekarakteriseerd als die van een bezettende mogendheid. Zowel de totstandkoming van de nieuwe grondwet van het Verenigde Koninkrijk (via een referendum onder Belgische notabelen van wie nota bene 60 procent tegenstemden) als de inhoud daarvan en het beleid dat op basis daarvan gevoerd is werd door Belgische elites en hun achterban ervaren als nieuwe uiting van vreemde overheersing. In de Belgische geschiedenis wordt de periode van het Verenigd Koninkrijk dan ook benoemd als “de Hollandse tijd” zoals in de Nederlandse geschiedenis de periode 1940-1945 bekend staat als “de Duitse tijd”.

Pleidooi voor culturele alliantie

Met de Groot Nederlandse Gedachte die in de eerste helft van de 20e eeuw in bepaalde kringen gekoesterd en gepropageerd werd is vergeefs geprobeerd dat herstel alsnog te bevorderen. In de tweede helft van die eeuw is die gedachte afgezwakt tot een streven naar culturele integratie. De Nederlandse Taalunie is daar sinds 1980 de institutionele belichaming van. Spoedig is evenwel gebleken dat ook dat te hoog gegrepen is. Verbondenheid in taal impliceert nog geen gemeenschappelijk cultuurbewustzijn. Het culturele integratiestreven is sindsdien verder afgezwakt tot een streven naar culturele samenwerking. Naast de Taalunie heeft dat een institutioneel draagvlak gekregen in de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland.

Sinds een aantal jaren pleit het Nederlands-Vlaamse Comité Buitenlands Cultureel Beleid voor een culturele alliantie van Vlaanderen en Nederland met niet alleen een gemeenschappelijk te voeren taalpolitiek maar ook een gemeenschappelijk buitenlands cultureel beleid. Het Comité heeft dat uitgewerkt in een voorstel aan de Nederlandse en Vlaamse regering en geconcretiseerd in een aantal actiepunten. Het bouwt daarbij voort op tal van eerdere initiatieven die uiteindelijk teruggaan op de mislukte taal- en cultuurpolitiek van koning Willem I. Ter realisering van zo’n alliantie beschikken we over juistgenoemde twee unieke instrumenten. Maar de beleidsmogelijkheden waarover beide verdragmatig beschikken worden vooralsnog onvoldoende operationeel gemaakt. Het ontbreekt daartoe aan de nodige politieke en ambtelijke wil. Dat valt te wijten aan traditioneel klein-Nederlands staatsnationalisme enerzijds en oprukkend Vlaams particularisme anderzijds. In Europees perspectief blijft verdergaande samenwerking zakelijk gezien niettemin een politieke optie die serieuze aandacht verdient. Het is een optie die zoals de Vlaamse politicus H. Suykerbuyk opmerkt zowel vanzelfsprekend is als levensvreemd. Al jarenlang hebben we met deze paradoxale situatie te maken. Hoe die impasse in de Vlaams-Nederlandse betrekkingen te doorbreken is een prangende vraag in de discussie over de toekomst van Nederland als cultuurnatie; een discussie die de komende jaren veel meer publieke aandacht en steun verdient dan tot nu toe het geval is geweest.

De Nederlands-Vlaamse samenwerking behoudt vooralsnog overwegend een vrijblijvend karakter en blijft daardoor teveel steken in ad hoc projecten. In een vorig jaar verschenen publicatie van het Comité Buitenlands Cultureel Beleid, getiteld Het culturele tekort van de Europese Unie, wijst Annick Schramme, hoogleraar internationaal cultuurbeleid en internationaal management aan de Universiteit Antwerpen, nog eens op de vele belangen die Nederland en Vlaanderen gemeen hebben en op de mogelijkheden die in concreet beleid operationeel te maken. Tevens onderstreept zij het belang van een versterking van onze culturele aanwezigheid in Europa door het realiseren van een fusie tussen de Taalunie en het de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland. Van Nederlandse zijde zou de onderlinge samenwerking ook gestimuleerd kunnen worden door niet zo lang te treuzelen en te dralen met besluitvorming over twee voor Vlaanderen vitale dossiers, namelijk de verdieping van de Westerschelde en het opnieuw in gebruik nemen van de IJzeren Rijn.

Storende factoren

Een storende factor in de Nederlands-Vlaamse betrekkingen is sinds lang het morele superioriteitsbesef waarmee Nederlanders hun Vlaamse taalgenoten vaak tegemoet treden. Tegenover de vergaande morele arrogantie en zelfgenoegzaamheid van de Hollander en zijn schoolmeesterachtige rechtschapenheid, zo merkte Hugo Claus daarover eens op in een interview met de Volkskrant, voel ik mij heel Vlaams worden. De laatste tijd zien we te dien aanzien wel een zekere kentering die de diplomatieke vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Nederland Axel Buyse ook is opgevallen. Iets van die traditionele Nederlandse betweterigheid is weggevallen. In de media kijkt men met wat meer achting en begrip naar Vlaanderen en België dan voorheen, aldus Buyse. Nederland begint in te zien dat het niet altijd de wijsheid in pacht heeft, bekent tot zijn grote opluchting E. de Maesschalck van de Vlaamse omroep VRT. Ja, de laatste tijd worden onze zuiderburen van meerdere kanten zelfs aan Nederland ten voorbeeld gesteld. Het onderwijs is er beter, de publieke sector is er voortvarender gemoderniseerd, Vlaamse productiviteit is hoger, het ziekteverzuim is er veel minder, en met het Nederlands wordt veel zorgvuldiger omgegaan. Van Vlaamse zijde kijkt men dan ook niet langer zo op tegen hun lange tijd meer progressief geachte noorderburen als voorheen.

Een storende factor is voorts de neiging elkaar nog steeds meer te beoordelen en tegemoet te treden vanuit gangbare vooroordelen en cliché’s over elkaar dan op grond van kennis van zaken. De vorig jaar overleden historicus E.H. Kossmann karakteriseerde de Nederlands-Vlaamse betrekkingen eens kort en klaar als twee culturen naast elkaar, maar niet in gesprek met elkaar. In grote trekken is dat nog onverminderd het geval. Als we al niet in staat zijn met onze Vlaamse taalgenoten een gespreksrelatie te ontwikkelen die leidt tot betere verstandhouding over en weer en een zekere Nederlands-Vlaamse publieke opinie, wat valt dan te verwachten van het streven naar reële Europese eenwording dat zich uitstrekt tot steeds meer naties, zelfs buiten het Europese continent, met niet alleen heel verschillende talen maar die in cultureel opzicht ook veel meer van elkaar verschillen dan Nederlanders en Vlamingen? Zolang zo’n Vlaams-Nederlandse gespreksrelatie en een daarop geënte Nederlands-Vlaamse publieke opinie uitblijft, ontbreekt de voedingsbodem voor de ontwikkeling van een doorleefd Vlaams-Nederlands wijgevoel.

In Nederland leefden de verschillende zuilen decennia lang langs elkaar heen met veel onderling wantrouwen en vooroordelen als gevolg. Na de oorlog is met het oog daarop het Nederlands Gesprekscentrum met de bedoeling een constant gesprek tussen die zuilen op gang te brengen over allerlei problemen en ontwikkelingen waar zij bij betrokken waren en/of die hen verdeeld hielden. Dat heeft heel goed gewerkt. Waarom zouden we iets dergelijks ook niet organiseren om de Vlaams-Nederlandse betrekkingen een nieuwe impuls te geven en op die manier wederzijds wantrouwen en onderlinge vooroordelen zoveel mogelijk weg te nemen? Een aantal jaren geleden is van de zijde van het Nederlands Gesprekscentrum een poging in die richting gedaan. Dat vond toen onvoldoende weerklank. Waarom zouden we het niet eens opnieuw proberen? Het ANV is mijns inziens de meest gerede partij om het initiatief daartoe te nemen.

De inmiddels ter ziele gegane Unie Nederland-Vlaanderen van professor H. Gysels heeft enkele jaren geleden een Pragmatisch Minimum Programma gelanceerd om Nederland en Vlaanderen op een aantal praktische punten dichter bij elkaar te brengen, onder andere door elkaar in nieuwsuitzendingen beter te informeren over wat er in beide samenlevingen gaande is. Met een achttal geestverwante organisaties is sindsdien onderzocht hoe zo’n programma te effectueren. Maar tot praktische resultaten heeft dat tot nu toe nauwelijks geleid. Dat is opnieuw heel teleurstellend. De vraag die ik hier tenslotte wil opwerpen is hoe dat komt en hoe dat initiatief van professor Gysels alsnog zoveel mogelijk in daden kan worden omgezet.

12:22 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (23) |  Facebook |

30-07-06

Informatiesite 900 jaar Brabant.

 

Dit jaar is het 900 jaar geleden dat de graaf van Leuven de titel Hertog van Brabant kreeg. Daarmee begon een groeiproces dat leidde tot een hertogdom dat uiteindelijk bestond uit delen van de Vlaamse provincie Antwerpen, de provincie Vlaams Brabant, Waals Brabant, het Hoofdstedelijk Gewest Brussel en de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Dit wordt gevierd door talloze activiteiten en festiviteiten. Een volledig overzicht van wat er allemaal te beleven valt vindt je op onderstaande link.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

http://www.uitinbrabant.nl/uib/brabant900/site

11:45 Gepost door Stef in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-06-06

900 jaar Brabant.

Negen eeuwen hertogdom Brabant

Door Frank Lambregts

Zaterdag 11 maart 2006 - LEUVEN – Alle gemeentebesturen van het voormalige hertogdom Brabant in Nederland en België worden op 13 mei ontvangen in de stad Leuven, waar de geschiedenis van het hertogdom Brabant negenhonderd jaar geleden begon.

Het is één van de vele activiteiten die dit jaar rondom het negenhonderdjarig bestaan van het hertogdom georganiseerd worden.

De geschiedenis van Brabant begon op 13 mei 1106 toen de graaf van Leuven de titel van hertog kreeg.

In de eeuwen die daarop volgden groeide Brabant uit tot een hertogdom dat bestond uit delen van de huidige Vlaamse provincies Antwerpen, Vlaams Brabant, Waals Brabant, Brussel en de Nederlandse provincie Noord-Brabant.

België en Nederland vieren het negenhonderdjarig bestaan van Brabant samen. Het jubileumjaar start met een lichtspel en een grootse ontvangst van gemeentebestuur in Leuven. In Antwerpen staat het jaarlijkse kathedraalconcert in mei in het teken van 900 jaar Brabant. In oktober is er een kunsttentoonstelling in en rond het jachtslot van de hertogen in Turnhout. Op 1 september zal er een cultureel evenement plaatshebben rond het provinciehuis in Den Bosch en in Brussel wordt een conferentie gehouden, getiteld: ‘Brabant in Europa’.

Omroep Brabant zendt in het voor- en najaar een televisieserie uit over de identiteit en de geschiedenis van Brabant. De eerste serie van ‘Brabant 900’ wordt wekelijks vanaf donderdag 16 maart op Omroep Brabant TV uitgezonden. Aanvang: 19.00 uur (en daarna ieder uur een herhaling tot de volgende dag 17.00 uur).

De serie wordt gepresenteerd door drs. Patrick Timmermans, medewerker van de stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening (BRG).

 

bron: http://www.bndestem.nl

19:56 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

29-04-06

Plakkaat van Verlatinge, vertaald en van aantekeningen voorzien.

gebonden
Gerard Hadders & rudo Hartman

Historische uitgeverij
84 bladzijden
isbn 90 6554 0938
eu. 18,95

 




Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door prof.dr. M.E.H.N. Mout (1945), hoogleraar Algemene Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Op 26 juli 1581 beslissen de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden om Filips II, koning van Spanje, te verlaten door hem van zijn rechten als wettige vorst vervallen te verklaren. Met de uitvaardiging van het Plakkaat van Verlatinge markeren de Staten-Generaal op die dag en datum de geboorte van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Het Plakkaat van Verlatinge geldt als een fundamenteel staatsstuk in de ontstaansgeschiedenis van de Nederlanden. Door sommigen is het betiteld als de 'stichtingsakte van de Nederlandse stadhouderlijke monarchie', door anderen als 'geboortepapier van de Nederlandse staat'. Als kernmoment in de Nederlandse Opstand is de verlating een icoon geworden van een nationaal bewustzijn van onafhankelijkheid.

Het Plakkaat van Verlatinge heeft naam verworven als 'een van de grote historische documenten van de klassieke vrijheidsrechten', en als richtsnoer van welberaden politieke wil. Het ademt dezelfde geest als de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die in 1776 eveneens een historische proclamatie is van vrijheid en onafhankelijkheid.

Nicolette Mout (1945), hoogleraar te Leiden, schetst het historische en politieke belang van het Plakkaat van Verlatinge in de ontwikkeling van de Nederlandse Opstand. Ze beschrijft de denkbeelden, waarop de Nederlandse opstandelingen hun recht van verzet tegen de tirannie van de vorst baseerden, en maakt de politiek-historische en godsdienstige omstandigheden waarin het plakkaat tot stand kwam inzichtelijk.

Het originele plakkaat is naast de vertaling afgedrukt.


Verkrijgbaar in iedere goede boekhandel, of direct bij de uitgeverij te bestellen (opzending zonder verzendkosten)

 

 

Bron: http://www.histuitg.nl/hu.php?is=0938 en http://lagelanden.web-log.nl/

 


12:51 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

09-04-06

Volksliederen uit de Nederlanden.

In 't bronsgroen eikenhout - Limburgs Volkslied

 

Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt;
Over 't malsche korenveld 't lied des leeuwriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt langs der beekjes boord:
Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord!

Waar de breede stroom der Maas, statig zeewaarts vloeit;
Weeldrig sappig veldgewas kostelijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bosch, overheerlijk gloort:
Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord!

Waar der vad'ren schoone taal klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en fier van aard vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon, 't hart des volks bekoort:
Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord!

Waar aan 't oud Oranjehuis, 't volk blijft hou en trouw;
Met ons roemrijk Nederland, één in vreugd en rouw;
Trouw aan plicht en trouw aan God, heerscht van Zuid tot Noord:
Daar is mijn Vaderland, Limburgs dierbaar oord!

 

(Het laatste couplet wordt in België niet gezongen.)

 

Hertog Jan - Brabants Volkslied

 

Toen den Hertog Jan kwam varen
Te peerd parmant al triumfant.
Na zevenhonderd jaren,
Hoe zong men t'allen kant:
Harba lorifa, zong de Hertog,
Harba lorifa.
Na zevenhonderd jaren
In dit edel Brabants land.

Hij kwam van over 't water:
Den Scheldevloed, aan wal te voet,
t'Antwerpen op de straten
Zilver veren op zijn hoed
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa.
t'Antwerpen op de straten,
Lere leerzen aan zien voet.

Och, Turnhout, stedeke schone,
Zijn uw ruitjes groen, maar uw hertjes koen,
Laat den Hertog binnenkomen
In dit zomers vrolijk seizoen.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa,
Laat den Hertog binnenkomen,
Hij heeft een peerd van doen.

Hij heeft een peerd gekregen
Een schoon wit peerd, een schimmelpeerd,
Daar is hij opgestegen,
Dien ridder onverveerd.
Harba lorifa, zong den hertog,
Harba lorifa,
Daar is hij opgestegen
En hij reed naar Valkensweerd.

In Valkensweerd daar zaten,
Al in de kast, de zilverkast,
De guldekoning zijn platen,
Die wierden aaneengelast.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa,
De guldekoning zijn platen,
Toen had hij een harnas.

Rooise boeren, komt naar buiten,
Met de grote trom, met de kleine trom,
Trompetten en cornetten en de fluiten
In dit Brabants hertogdom.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa,
Trompetten en cornetten
ende fluiten Indit Brabants hertogdom.

WWij reden allemaal samen,
Op Oirschot aan, door een kanidasselaan,
En Jan riep: 'In Gods name!
Hier heb ik meer gestaan.'
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa
En Jan riep 'In Gods name!
Reikt mij mijn standaard aan.'

 

 

 

It Fryske Folksliet - Het Friese Volkslied

 

Frysk bloed tsjoch op! wol no ris brûze en siede,
En bûnzje troch ús ieren om!
Flean op! Wy sjonge it bêste lân fan d'ierde,
It Fryske lân fol eare en rom.
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!

Hoe ek fan oermacht, need en see betrutsen,
Oerâlde, leave Fryske grûn,
Nea waard dy fêste, taaie bân ferbrutsen,
Dy't Friezen oan har lân ferbûn.
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!

Fan bûgjen frjemd, bleau by 't âld folk yn eare
Syn namme en taal, syn frije sin;
Syn wurd wie wet; rjocht, sljocht en trou syn leare,
En twang, fan wa ek, stie it tsjin.
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!

Trochloftich folk fan dizze âlde namme,
Wês jimmer op dy âlders grut!
Bliuw ivich fan dy grize, hege stamme
In grien, in krêftich bloeiend leat!
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!
Klink dan en daverje fier yn it rûn
Dyn âlde eare, o Fryske grûn!

 

 

De Vlaamse leeuw - Het Vlaamse Volkslied

 

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw.
Al dreigen zij zijn vrijheid, met kluisters en geschreeuw.
Ze zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Ze zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zolang de leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan.
De legerbenden sneven, een volk zal niet vergaan.
De vijand trekt te veld, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar.

Hij strijdt nu duizend jaren, voor vrijheid, land en God.
En nog zijn zijn krachten, in al haar jeugdgenot.
Als ze hem machtloos denken, en tergen met een schop.
Dan richt hij zich bedreigend, en vreeslijk voor hen op.

Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
de Vlaamse Leeuw komt strelen, en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging, die hij uit 't oog verliest:
en voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.

Het waaksein is gegeven, Hij is hun tergen moe;
met vuur in 't oog, met woede, springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk,
en zegepralend grijnst hij, op 's vijands trillend lijk

  

Grönnens Laid - Gronings Volkslied

 

Van Lauwerszee tot Dollard tou,
Van Drenthe tot aan 't Wad,
Doar gruit, doar bluit ain wonderland,
Rondom ain wondre stad.
Ain pronkjewail in golden raand
Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!

Doar broest de zee, doar hoelt de wind,
Doar soest 't aan diek en wad,
Moar rustig waarkt en wuilt het volk,
Het volk van Loug en Stad.
Ain pronkjewail in golden raand
Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!

Doar woont de dege degelkhaaid,
De wille, vast as stoal,
Doar vuilt het haart, de tonge sprekt,
In richt- en slichte toal.
Ain pronkjewail in golden raand
Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
Ain pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!

Drents Volkslied

 

Ik heb u lief mijn heerlijk landje
Mijn enig Drenthe land
Ik minde eenvoud in uw schoonheid
'k Heb u mijn hart verpand
Mijn taak vervul ik blijde
Waarheen ook plicht mij riep
Uw geest was't die mij leide
Daarom vergeet 'k u niet

Hoor nog de lieve heldre klokjes
Bij zinkend' avondzon
Als schaapjes keerden van de heide
En moeder met ons zong
O, kon ik nog eens horen
Dat lied in schemer uur
En vaders schoon vertel snel
Bij' vrolijk knappend vuur

Zie nog uw brink met forse eiken
Waar ik mijn makkers vond
Waar ik mijn tenen mandje vulde
Met eikels glad en rond
Daar bij die oude linde kwam
'k met vrienden samen
Zo menig vriend ging henen
Zijn schors bewaard zijn naam

De ruige boswal langs uw velden
Was mijn lui-lekker-land
Die gaf mij lekkere zoete bramen
Uit milde gulle hand
Daar gaarde ik brandstof
Voor 't oude en heilig vuur
Als lente's adem wekte
Uw sluimrende natuur

Waar nog de held're veldplas
Uw vredig beekje voedt
Daar in dat wijde, bruine heivlak
Waar wilp en korhoen broedt
Daar koelde ik mijn leden
In 't nat van zuivere wel
Daar heb ik leren zwieren
Op ijzers blank en snel

Die beelden uit dat zoet verleden
Wat blijven ze bij mij
Vaak heb ik zware strijd gestreden
Dan hielpen, streken zij
En nu, ten volle dankbaar
Wijd 'k u mijn beste lied
Mijn heerlijk, heerlijk Drenthe
Vergeten kan 'k u niet

Overijssels Volkslied

 

Aan de rand van Hollands gouwen
Over brede IJsselstroom
Ligt daar, lieflijk om t'aanschouwen
Overijssel,'fier en vroom.
Waar de Vecht en Regge kronk'len
Door de heuv'len in't verschiet
Waar de Dinkelgolfjes fonk'len
Ligt het land, dat 'k stil bespied.

'K Heb U lief; G'omvat in glorie
Oudheid, Kunst en Klederdracht.
Eertijds streden om victorie
Steden - Ridders, Burchtenmacht.
D'eindeloze'twisten brachten
U, mijn land, geen voorspoed aan;
Toch is uit Uw leed en klachten
Rijke stedenbloei ontstaan.

Gij bidt'God, dat Hij op't zaaien
Rijpen doe 't gestrooide zaad;
Dat Ge dankbaar 't graan moogt maaien
Als het uur van oogsten slaat.
Oversticht, Uw schone weiden,
Horizonten, paarse.hei
Boeien hart. en ziele beideVan Uw volk. Gij zijt van mij.

 

Geldersch Volkslied

Gelders dreven zijn de mooiste
In ons dierbaar Nederland.
Vette klei- en heidegronden,
Beken, bosch en heuvelrand.
Ginds deWaal, daar weer de IJssel,
Dan de Maas en ook de Rijn
Geeft ons recht om heel ons leven
Geeft ons recht om heel ons leven
Trotsch op Gelderland te zijn.
Trotsch op Gelderland te zijn.

Waar ons vaderland bebouwd werd
Door den Saksischen Germaan,
Daar werd onze stam geboren,
Daar is Gelderland ontstaan.
En het graan, dat thans geoogst wordt,
Waar het woest en wild eens was
Geeft ons recht om trotsch te wezen,
Geeft ons recht om trotsch te wezen,
Op ons echt Gelders ras.
Op ons echt Gelders ras.

In de dorpen en de steden
Tusschen Brabant en de Zee,
Tussen Utrecht en Westfalen
Heerscht de welvaart en de vreê!
Met je kerken en kasteelen,
Met je huisjes aan den dijk,
Gelderland, jij bent de Parel
Gelderland, jij bent de Parel
Van ons Hollandsch koninkrijk.
Van ons Hollandsch koninkrijk.

 

 

 

 

Utrechts Volkslied

 

Langs de d'oude Rijnstroom
Strekt zich wijd het Stichtse land.
Wilibrord ontstak uw fakkel,
Die ons blusbaar verder brandt;
Waar 'sLands Unie werd geboren,
Utrecht, hart van Nederland!

Utrecht, parel der gewesten,
'k Min Uw bos en lustwarand'.
'n eigen stempel draagt Uw landschap:
Plas, rivier of heid' en zand,
Weid' en bongerd, bont verscheiden,
Utrecht, hart van Nederland!

Utrecht, nobel, nijver Utrecht,
Middelpunt naar alle kant,
Aan Uw eigen stijl en schoonheid
Houd ik steeds mijn zin verpand.
Blijv' in goed' en kwade dagen:
Utrecht, hart van Nederland!

 

Noord-Hollands Volkslied

 

Noord-Holland, ik houd van het groen in je wei,
Het zwart-wit en rood van je koeien.
Je velden vol molens versieren de Mei
Wanneer alle bollen gaan bloeien.
Het zilveren licht kleurt de lucht op het land.
En zilt komt de zeelucht gewaaid aan je strand
Om 't wit van de wolken aan 't hemelse blauw:
Noord-Holland, mijn Holland, hoe houd ik van jou!

Noord-Holland, ik houd van je heerlijke Gooi,
je prachtige Kennemerdreven.
Je meren en brede kanalen zo mooi,
zijn spiegels van waterrijk leven
En zie ik je polders, ontworsteld aan zee,
daar wuift nu het goudgele graan met ons mee.
Het fluitekruid siert met zijn sluier je dijk.
Noord-Holland, mijn Holland, wat ben je toch rijk!

Noord-Holland, ik zie je historische pracht,
bewaard in je talloze steden.
Je huizen getuigen van stoerheid en kracht,
en rijk is je grote verleden.
Een volk waar de één op de ander vertrouwt
en dat aan zijn toekomst nog dagelijks bouwt,
met ieder die aan jou zijn hart heeft verpand.
Daarom ben jij Holland, mijn Holland, mijn land!

 

Zuid-Hollands Volkslied

 

Zuid- Holland met je weiden en 't grazende vee,
Je molens, je duinen, je strand en je zee,
Je plassen en meren, aan schoonheid zo rijk,
Je grote rivieren, betoomd door de dijk,
Je akkers met graan, waar de wind overgaat,
Je bloembollenvelden in kleurig gewaad!
Aan jou o, Zuid- Holland, mijn heerlijk land, mijn heerlijk land,
Aan jou o, Zuid- Holland, heb ik mijn hart verpand!

Zuid- Holland, je hoofdstad zo mooi en zo oud,
Je weids 's-Gravenhage, met Plein en Voorhout,
Daar vindt men 't bestuur van Provincie en Land,
Daar wonen ook ambassadeur en gezant.
Daar gingen de graven van Holland op jacht,
Daar zetelt Oranjes doorluchtig geslacht!
Aan jou, o Zuid- Holland, historisch land, historisch land
Aan jou, o Zuid- Holland, heb ik mijn hart verpand!

 

Zeeuws Volkslied

 

Geen dierder plek voor ons op aard,
Geen oord ter wereld meer ons waard
Dan, waar beschermd door dijk en duin,
Ons toelacht veld en bosch en tuin;
Waar steeds d'aloude Eendracht woont,
En welvaart 's landsmans werk bekroont.
Waar klinkt des Leeuwenforsche stem:
"Ik worstel moedig en ontzwem!"

Het land dat fier zijn zonen prijst.
En ons met trots de namen wijst
Van Bestevâer en Joost de Moor,
Die blinken zullen d'eeuwen door;
Waarvan in de historieblâen,
De Evertsen en Bankert staan,
Dat immer hoog in ere houdt,
Den onverschrokken Naerebout.

Gij, Zeeland, zijt ons eigen land,
We dulden hier geen vreemde hand,
Die over ons regeeren zou,
Aan onze vrijheid zijn we trouw.
We hebben slechts één enk'le leus!
Zoo blijven wij met hart en mond,
Met lijf en ziel: goed Zeeuwsch goed rond.

 

Flevolands Volkslied

 

Waar wij steden doen verrijzen
op de bodem van de zee,
onder Hollands wolkenhemel
tellen wij als twaalfde mee.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te wonen,
mijn geliefde Flevoland!

Land gemaakt door mensenhanden,
vol vertrouwen en met kracht.
Waar de zee werd teruggedrongen
die zoveel verschrikking bracht.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te werken,
mijn geliefde Flevoland!

De natuur laat zich hier gelden
dieren kiezen nest of hol.
En de wijde vergezichten
stemmen ons zo vreugdevol.
Een provincie die er wezen mag,
jongste stukje Nederland.
Waar het fijn is om te leven,
mijn geliefde Flevoland!

 

13:41 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

01-03-06

De geschiedenis van de Nederlandse literatuur.

 

Op 23 februari namen H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden en H.K.H. Prinses Mathilde van België in de Grote Kerk in Breda het eerste en het laatste deel van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in ontvangst. Stemmen op schrift, geschreven door Frits van Oostrom, behandelt de Middeleeuwen tot 1300, in Altijd weer vogels die nesten beginnen beschrijft Hugo Brems de Nederlandse literatuur uit de periode 1945-2005. De vijf tussenliggende delen verschijnen tussen nu en 2010.

 

De geschiedenis van de Nederlandse literatuur is een zevendelig, door meerdere auteurs geschreven verhaal over onze literatuursgeschiedenis. De reeks is uitgegeven op initiatief van de Nederlandse taalunie met als hoofdredacteuren Dr A. Gelderblom (universiteit Utrecht) en Dr. A. Musschoot (universiteit Gent). De nieuwe literatuurgeschiedenis beschrijft vijf periodes: de middeleeuwen, de 16e en 17e eeuw, de 18e eeuw, de 19e eeuw en de 20e eeuw. Negen auteurs werken mee aan dit omvangrijke project.

De Geschiedenis van de Nederlandse literatuur bestaat uit de volgende delen:

  • deel 1 (I): Frits van Oostrom Stemmen op schrift (Middeleeuwen I tot 1300)
  • deel 1 (II): Frits van Oostrom - Een eeuw van expansie (voorlopige titel, 14de eeuw)
  • deel 2: Herman Pleij - Het gevleugelde woord (Middeleeuwen II, 15de en 16de eeuw)
  • deel 3: Karel Porteman en Mieke Smits-Veldt - Een nieuw vaderland voor de muzen (1570-1700)
  • deel 4: Joost Kloek - Twee overzijden (18de eeuw)
  • deel 5: Wim van den Berg en Piet Couttenier - De grenzen voorbij (voorlopige titel, 19de eeuw)
  • deel 6: Jacqueline Bel - Literatuur in tijden van onschuld en oorlog (1900-1945)
  • deel 7: Hugo Brems - Altijd weer vogels die nesten beginnen (1945-2005)
  • deel 8: Anne Marie Musschoot en Arie Jan Gelderblom - afsluitend deel met een verantwoording bij de reeks

 

 

12:00 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

28-01-06

Broedertwist deel 2.

Broedertwist. België en Nederland en de erfenis van 1830 en 1831.


Deze tentoonstelling toont voor het eerst zowel de Belgische als de Nederlandse kijk op de gebeurtenissen rond 1830. Beide visies worden ‘broederlijk’ gepresenteerd: Belgisch wapengekletter tegenover Nederlands kanongedreun, Belgische oorlogspropaganda tegenover schilderijen met Nederlandse helden.

De expositie beperkt zich niet tot de Revolutie. De inmiddels vergeten rol die Leuven in 1830 en 1831 speelde komt uitgebreid aan bod. Leuvense hoofdrolspelers leiden ons doorheen het ongekende verhaal van hun stad. Deze expositie toont hoe Nederlanders en Belgen na 1830 op zoek gingen naar hun eigen identiteit en hoe ze deze vorm gaven in kunstwerken, monumenten, literatuur, liederen, feesten en rituelen.

Data: van vr. 03/02/06 tot zo. 30/04/06
Plaats: stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens
Openingstijden: di. tot za. van 10.00 tot 17.00 uur, zo. en feestdagen van 14.00 tot 17.00 uur,
gesloten op maandag en op 16 en 17 april
Informatie en reserveringen: anne.liefsoens@leuven.be, tel. +32(0)16 22 69 06, fax +32(0)16 23 89 30
Tentoonstellingsboek: € 22,50
Leuvense publicatie: € 19,50
Toegang: € 5 (combiticket)/€ 4 (individueel)/€ 2,5 (reductie)
Bezoekers uit Nederland krijgen op vertoon van hun identiteitskaart gratis toegang tot de expositie

18:36 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-01-06

Gezelschapsspel Geus en Spanjool.

Geus en Spanjool.

 

Geus en Spanjool is een historisch gezelschapsspel voor twee spelers. Zoals de naam van het spel verraad is het thema de opstand van de Nederlanden tegen Spanje, De tachtig jarige oorlog. Het spelbord is een kaart van de Nederlanden, de Leo Belgicus. Een leuk detail is dat de steden van de Franstalige gewesten hun oorspronkelijke Nederlandstalige benaming hebben gekregen. Cambrai is Kamerijk, Valenciennes is Valensijn, enz. De Nederlandse aanvoerders zijn de blauwe eenheden en de Spaanse leiders zijn de rode eenheden. Alle eenheden zijn voorzien van de naam van de leider en zijn gevechtswaarde. De legereenheden zijn in het groen en kunnen zoals een goed huurlingen leger betaamt voor beidde zijden uitkomen. Elk heeft ook zijn versterkingen zijnde voor de Nederlandse troepen de watergeuzen die enkel aan de kustlijn kunnen ingezet worden en voor de Spaanse hun cavalerie. De steden hebben ook hun spelblokje met aan de ene zijde het oranje-blanje-bleu en aan de andere kant het rode Bourgondische kruis. Het is een leuk spel met eenvoudige regels dat zowel voor de liefhebber van historische spelen, als voor mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de Nederlanden, een leuk tijdverdrijf is. Troepen bewegen, veldslagen, steden veroveren, belegeringen en bestormingen zelfs diplomatie komt in het spel voor. Het spel is afgewerkt met historisch juiste details en een leuk extraatje is een historische toelichting die bij het spel is gevoegd om de speler een achtergrond van de gebeurtenissen te geven. Het enige minpuntje vind ik persoonlijk is de zeer eenvoudige afwerking van het speelbord en de speldoos maar de goedkope aankoopprijs in beschouwing genomen is dat wel aanvaardbaar. Wie weet komt er nog een luxe editie op de markt.

                                                                                     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gezelschapsspel kost 7,50 Euro (zonder verzendkosten) en is te verkrijgen op de Vlaams Belang Webwinkel ( http://www.vlaamsbelang.org/index.php?p=35 ).

20:51 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-12-05

De scheiding der Nederlanden - verschillende visies.

Noord en Zuid  
De scheiding der Nederlanden - verschillende visies
geschreven door Philip Vos   
 
2. Noord en zuid, een bevroren front?
De tweede stelling, afkomstig van Geyl, gaat niet uit van verschillen maar van de resultaten van de oorlogvoering en de geografische factoren van de Nederlanden. De grens die kwam te liggen tussen noord en zuid werd niet als definitief gezien, tijdgenoten zagen niet dat zij binnen een groter geheel een tweeheid gingen vormen, de grens werd door het Spaanse wapengeweld getrokken en niet door de bewoners. Alexander Farnese, de hertog van Parma boekte grote successen en wist door middel van spectaculaire veroveringen en ook door diplomatiek overleg met de ontevreden zuidelijke adel het zuiden te heroveren voor Spanje. De capitulatie van Antwerpen, zegt De Schepper, werd toentertijd eigenlijk beschouwd als het genadeschot voor de Opstand en een stimulatie voor Parma om vooral door te gaan met de herovering, het noorden moest nu snel weer terugvallen in Spaanse handen.

Maar dit zou niet gebeuren, Alexander van Parma moest zijn strijd tegen het noorden vrijwel staken om verschillende redenen. Hij moest deelnemen aan de strijd tegen Engeland (armada catholica) en daarna beval Filips II om de katholieke Liga in Frankrijk te steunen. Ook werd hij tegen gehouden door de grote rivieren die als een grote barriere op zijn weg lagen zegt Geyl. De zuidelijke Nederlanden bleven nu een militair gebied, een bevroren front zoals dat heet, waar de Spaanse troepen voortdurend aanwezig bleven. Een grote vluchtelingenstroom kwam op gang, Vlamingen en Brabanders die hun weg zochten naar het noorden en naar andere gebieden in Europa. Deze vluchtelingen droegen met hun sterke geloofsovertuiging sterk bij aan de overgang tot het calvinisme in het noorden.

Maar volgens De Schepper legden zowel de noordelijke Nederlanden als Spanje zich niet neer bij deze stand van zaken. Het noorden probeerde toch het zuiden los te maken van Spanje en Spanje probeerde toch om het noorden te heroveren en te rekatholiseren. Spinola strandde door geldgebrek met zijn offensief tegen de IJssellinie en Maurits' heroveringen waren onvoldoende om de Unie van Utrecht bij elkaar te houden. Ook zou Maurits oog hebben gehad voor de verlangens van zijn Friese bloedverwant en werd er voorrang gegeven aan de herovering van Friesland, de Drentse en Groningse ommelanden, Gelre en Overijssel in plaats van aan het zuiden. Een actie om de kapersnesten Nieuwpoort en Duinkerken in handen te krijgen in 1600 was ook bedoeld om de Vlaamse bevolking in opstand te krijgen, maar deze hield zich erg lauw. Stadhouder Frederik Hendrik had nog een heel lijstje die hij wilde afwerken: Antwerpen, Mechelen, Leuven, Brussel, Gent en Brugge moesten nog aan de Republiek worden toegevoegd, maar dit is niet door gegaan want Hollands eigenbelang ging voor. Niet alleen interne factoren zorgden voor de bevriezing van het front, Fruin zelf zegt dat als Engeland en Frankrijk de Republiek waren blijven steunen zou de rest van de Nederlanden ook in handen van de Republiek geweest kunnen zijn. Frankrijk had vrede gesloten met Spanje en wilde niet opnieuw een oorlog en bovendien, vroeg Fruin zich af, zat Frankrijk wel zo te springen om een calvinistisch bolwerk aan zijn grenzen ?

Bij de vrede van 1648 bezat de Republiek Maastricht in Limburg, Den Bosch in Brabant, Zuidoever van de Westerschelde. Maar als het aan de Zeeuwse en Amsterdamse calvinisten had gelegen was de strijd voortgezet tot in Amerika aan toe.

3. Scheiding op de verkeerde plaats?
De visie dat het noorden en zuiden reeds vanaf het begin hebben gestuurd op een scheiding boet steeds meer aan waarde in terwijl de militair/geografische visie steeds meer terrein wint. Ik wil nu laten zien dat er geen sprake geweest kan zijn van een streven naar afscheiding zowel in noord als zuid niet en dat de grens zoals die er nu ligt helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Als er uberhaupt een scheiding in de lucht gehangen zou hebben dan lag een scheiding tussen oost en west, waar de verschillen groter waren dan tussen noord en zuid, eerder voor de hand, of een scheiding tussen het Franstalige en Nederlandstalige gedeelte, zowel Geyl als De Schepper zijn hier van overtuigd. Het waren bijvoorbeeld de Walen die de Spaanse zijde kozen en de Vlamingen en Brabanders die, samen met de noordelijke provincies, het koninklijk gezag voor vervallen verklaarden en zich strakker gingen binden aan het noorden.

En om zo terug te komen op Fruin's opvatting dat het zuiden en het noorden teveel van elkaar af stonden door de grote rol van adel en geestelijkheid in het zuiden en de steden in het noorden : na de Spaanse furie in Vlaanderen en Brabant was het de leidende klasse die ging onderhandelen met het noorden en niet de steden, er was toen dus een samenwerking tussen de zuidelijke adel en de noordelijken met als algemene doelstelling, de Spanjaarden uit de Nederlanden te verdrijven, aldus Geyl.

Vlaanderen, Brabant en Holland vormden een culturele eenheid, er waren vele overeenkomsten in de kunst, veel meer dan tussen Holland en Groningen of Friesland. Men kan ook geen cultuurgrens trekken tussen noord en zuid maar eerder tussen oost en west, daar oost en west meer verschillen vertonen dan noord en zuid. Kunsthistorici proberen vaak het Nederlands-Belgisch dualisme uit de 19de eeuw te projecteren op de situatie van de 15de en 16de eeuw en zoeken daar verschillen tussen noord- en Zuidnederlandse kunstenaars. Alsof die verschillen toen onbewust al bestonden! En natuurlijk vindt men wel verschillen, alleen zijn die verschillen die niet samen vallen met de latere politieke tegenstelling. Men kan zeggen dat de verschillen die ontstonden na de scheiding de overeenkomsten van voor de scheiding hebben doen vergeten. Volgens Geyl bestaat er geen noord- of zuid-Nederlandse schilderkunst, er zijn wel verschillende regionale scholen te onderscheiden maar deze hadden een wisselwerking, er was geen dualisme tussen noord en zuid Waarom zou men eigenlijk grenzen trekken, is de schilderkunst niet grensoverschrijdend ? Vlaanderen en Brabant waren begonnen met een proces van Nederlandse cultuur, waarbij Vlaanderen en Brabant de rijkste en meest vooruitstrevende regio's waren in de Nederlanden, die hun invloed uitstraalde naar het noorden.

Conclusie
Men kan dus zeggen dat er tussen noord en zuid weinig verschil bestond, Fruins stelling dat het een diepgeworteld verschil was die de scheiding veroorzaakte kan niet juist zijn. De verschillen die na de scheiding zijn ontstaan en logisch zijn, omdat beide staten een andere weg zijn gegaan, mag men niet zonder meer terug zoeken in de tijd van voor de scheiding. Geyl propageerde juist dat het geen diepgeworteld verschil was maar een resultaat van het Spaanse wapengeweld, welke de scheiding hebben doen ontstaan. Daar komt dan ook nog het geldgebrek van de Spaanse regering bij, de preoccupatie met andere zaken dan de opstandige Nederlanden en ook het beleid van de Republiek om voorrang te verlenen aan de oostelijke provincies in plaats van aan het zuiden. Deze laatste stellingen werden naar voren gebracht door De Schepper. De visies van Geyl en Schepper zijn, afgaande op de voorbeelden die gegeven zijn in dit stuk, een stuk aannemelijker dan die van Fruin. Fruin die vanuit zijn 19de eeuwse wereld de scheiding probeert te verklaren door het Nederlands-Belgische dualisme daarop toe te passen, een dualisme die volgens Geyl en De Schepper toen nog niet bestond of heeft kunnen bestaan. Er is niet naar toe gewerkt, de scheiding is een gevolg van toevalligheden. Beide delen gingen dus hun eigen weg en die verschilde dusdanig dat een hereniging van Noord en Zuid in 1813 niet lang houdbaar bleef. In 1830 (formeel 1839) vond er opnieuw een scheiding plaats, die tot de dag van vandaag voortleeft. Twee Nederlandstalige staten naast elkaar: Nederland en Belgie.



Bron: www.geschiedenis.nl


10:30 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

30-11-05

Plakkaat van Verlatinge.

Het Plakkaat van Verlatinge of Acte van Verlatinghe was de onafhanklijkheidsverklaring van enkele Nederlanden die zich hadden verenigd binnen de Unie van Utrecht (Holland, Brabant, Vlaanderen, Zeeland, Friesland, Gelre en Zutphen, Mechelen en Utrecht). Filips de tweede werd afgezet als hun heerser en werd niet meer als hun landsheer erkend, wat leidde tot de Tachtig jarige oorlog. Het Besluit om de Spaanse koning niet meer te erkennen werd vastgelegd in het plakkaat.
 
 

PLAKKAAT VAN VERLATINGHE 26 JULI 1581

 

AKTE VAN AFZWERING VAN FILIPS II

die neerkwam op een Nederlandse onafhankelijkheidverklaring

en volgde op de Unie van Utrecht 1579 (eerste confederale grondwet)

 

De Staten Generael van de geunieerde Nederlanden.

Allen dengenen die dese tegenwoordighe sullen sien ofte hooren lesen, saluyt.

Alsoo een yegelick kennelick is, dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen: En dat d'ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d'ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is, om deselve met recht ende redene te regeeren ende voor te staen ende lief te hebben als een vader zijne kinderen ende een herder zijne schapen, die zijn lijf ende leven set om deslve te bewaren. En so wanneer hy sulx niet en doet, maer in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t'overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen, ende heur te gebieden ende gebruycken als slaven, moet ghehouden worden niet als Prince, maer als een tyran ende voor sulx nae recht ende redene magh ten minsten van zijne ondersaten, besondere by deliberatie van de Staten van den lande, voor egheen Prince meer bekent, maer verlaeten ende een ander in zijn stede tot beschermenisse van henlieden voor overhooft sonder misbruycken ghecosen werden:


Te meer so wanneer d'ondersaten met ootmoedighe verthooninghe niet en hebben heuren voorsz. Prince konnen vermorwen, noch van zijn tirannich opset gekeeren ende also egeen ander middel en hebben om heure eighene, heure huysvrouwen, kinderen ende naecomelinghen aengeboren vryheyt (daer zy na de wet der natueren goet ende bloet schuldigh zijn voor op te setten), te bewaren ende beschermen, gelijck tot diversche reysen uut gelijcke oorsaecken in diversche landen, ende tot diversche tijden geschiet, en d'exempelen ghenoegh bekent zijn: twelck principalick in dese voorsz. landen behoort plaetse te hebben ende stadt te grijpen, die van allen tijden zijn gheregeert geweest ende hebben ook moeten geregeert worden navolgdende den eedt by heure Princen t'heuren aencome gedaen, na uutwijsen heurer privilegien, costumen ende ouden hercomen: hebbende oock meest alle de voorsz. landen haren Prince ontfangen op conditien, contrackten ende accoorden ende welcke brekende, oock nae recht den Prince van de heerschappye van den lande is vervallen.


Nu ist also, dat den Coninck van Spaengien, nae het overlijden van hooger memorie Keyser Kaerle de vijfde, van wien hy alle dese Nederlanden ontfanghen hadde, vergetende de diensten die so sijn Heer vader, als hy, van dese landen ende ondersaten derselver hadden ontfanghen, deur dewelcke besondere de Coninck van Spaengien soo loffelicke victorien teghens zijne vyanden verkregen hadde, dat zijnen naem ende macht alle de wereldt deur vernaemt ende ontsien wert: vergetende oock de vermaninge die de voorsz. Keiserlicke Majesteydt hem t'anderen tijden ter contrarien hadde ghedaen, heeft dien van den Raede van Spaengien (neffens hen wesende) die deurdien zy in dese landen en vermochten egheen bevel te hebben te gouverneren oft de principale staten te bedienen, gelijck zy in de Coninckrijcken van Napels, Sicilien, tot Milanen, in Indien ende ander plaetsen, onder des Conincks geweldt wesende, deden, kennende den meestendeel van hen den rijckdom ende macht derselver, hadden eenen nijt teghens dese voorsz. landen ende de vryheyt derselver in hen herte genomen, ghehoor ende gheloof ghegheven, denwelcken Raedt van Spaengien, oft eenighe van de principale van dien, den voorsz. Coninck tot diversche reysen voor ooghen ghehouden hebben, dat voor zijn reputatie ende Majesteyt beter was, dese voorsz. landen van nieuws te conquesteren, om daerover vryelick ende absolutelick te moghen bevelen (t'welck is tyranniseren nae zijn beliefte) dan onder alsulcken conditien ende restrictien (als hy hadde in 't overnemen van de heerschappye van deselve landen moeten zweeren) die te regeren. Welcke volgende den Coninck zedert alle middelen ghesocht heeft dese voorsz. lande te brenghen uyt heure oude vryheydt in een slavernye onder 't gouvernement van de Spaegnaerden: hebbende eerst, onder 't decxsel van de religie, willen in de principaelste ende machtighste steden stellen nieuwe bisschoppen, deselve begiftende ende doterende met toevoeginghe ende incorporatie van de rijckste abdyen, ende hen bysettende negen canonicken, die souden wesen van zijnen Raedt, waeraf de drie souden besonderen last hebben over d'inquisitie, door dewelcke incorporatie deselve bisschoppen (die souden moghen geweest hebben sowel vreemdelingen als ingheborene) souden hebben ghehadt d'eerste plaetsen ende voysen in de vergaderinge van de Staten van de voorsz. landen ende geweest zijne creaturen, staende tot zijne bevele ende devotie: ende deur de voorsz. toegevoechde canonicken de Spaensche inquisitie ingebrocht, dewelcke in dese landen altijt so schrickelick ende odieus, als de uuterste slavernye selve, gheweest is, so een yegelijck is kennelick: sodat de voorsz. Keyserlicke Majesteyt deselve t'anderen tijden den landen voorgeslagen hebbende, deur die remonstrantie die men aen Zijne Majesteyt daerteghens gedaen heeft (thonende d'affectie die hy zijne ondersaten was toedraghende) die heeft laten varen: maer niettegenstaende diversche remonstrantien, so by perticulire steden ende provincien, alsoock van eenige principale heeren van den lande, namentlic den heere van Mongtiny ende den grave van Egmondt, tot dien eynde by consente van de hertoghinne van Parma, doen ter tijt regente over deselve landen, by advijse van den Rade van State ende Generaliteyt, na Spaengien tot distincte reysen gesonden, mondelinge gedaen: ende dat ook den voorsz. Coninck van Spaengien deselve mondelinghe goede hope hadde ghegheven van, naevolgende haer versoeck, daerinne te versien, heeft ter contrarien corts daernaer by brieven scherpelick bevolen de voorsz. bisschoppen, op zijn indignatie, terstont t'onfangen ende te stellen in de possessie van heure bisdommen ende geincorporeerde abdyen, de inquisitie te werck te stellen daer se te vooren was, ende d'ordonnantie van het concilie van Trenten (die in vele poincten contrarieerden de privilegien van de voorsz. landen) t'achtervolgen. Twelck gekomen zijnde ter ooren van de ghemeynte, heeft met redenen oorsake ghegheven van een groote beroerte onder haer ende eenen aftreck van de goede affectie, die zy als goede ondersaten den voorsz. Coninck van Spaengien ende zijne voorsaten altijdt toeghedragen hadden, besonder aenmerckende dat hy niet alleenlick en sochte te tyranniseren over hunne personen ende goet, maer ooc over heure conscientien, waervan zy verstonden niemant, dan aen Godt alleene, ghehouden te wesen rekeninge te gheven oft te verantwoorden: waerdeur ende uut medelijden van de voorsz. ghemeynte, de principaelste van den adel van den lande hebben in den jare 1566 seker remonstrantie overghegheven, versoeckende dat, om de ghemeynte te stillen ende alle oproer te verhoeden, Zijne Majesteydt soude de voorsz. poincten, ende besonder nopende de rigoureuse ondersoeckinge ende straffe over de religie willen versoeten, daerinne thoonende de liefde ende affectie die hy tot zijne ondersaten, als een goedertieren Prince was draghende.


Ende om t'selfde al naerder ende met meerder authoriteyt den voorsz. Coninck van Spaegnien te kennen te gheven ende te verthoonen hoe nootelick het was voor het lants welvaren, ende om t'selfde te houden in ruste, sulcke nieuwicheden af te doen ende het rigeur van de contraventie van den placcate, op de saken van der religien gemaeckt, te versoeten, ter begeerte van de voorsz. Gouvernante, Rade van State ende van de Staten Generael van alle de landen, als ghesanten zijn nae Spaengnien gheschikt gheweest den Marckgrave van Berghen ende den voorsz. heere van Montigni in stede van dewelcke ghehoor te gheven ende te versiene op de inconvenienten die men voorghehouden hadde (die mits het uutstal van daerinne in tijts te remedieren so den noot uut heyschte, alreede onder de gemeynte meest in alle de landen begonst waren hen t'openbaren) heeft, door opruyen van den voorsz. Spaenschen Raedt, de persoonen, de voorsz. remonstrantie ghedaen hebbende, doen verclaren rebel ende schuldig van het crym van lesae Majestatis ende alsoo strafbaer in lijf ende goet: hebbende daerenboven de voorsz. heeren ghesanten namaels (meynende de voorsz. landen deur 't gheweldt van den Hertogh van Alve gheheelick gebrocht te hebben onder zijn subjectie ende tyrannye) tegens alle gemeyne rechten, oock onder de wreetste ende tyrannichste Princen altijt onverbrekelick onderhouden, doen vanghen, dooden ende heure goeden confisqueren.


Ende al wast alsoo dat meest de beroerte in dese voorsz. landen deur toedoen van de voorsz. regente ende heure adherenten in 't voorsz. jaer 1566 opghestaen, was gheslist, ende veele die de vryheyt des lants voorstonden, verjaeght, ende d'andere verdruct ende t'onder ghebrocht, soodat den Coninck egheen oorsake ter werelt meer en hadde, om de voorsz. landen met gewelt ende wapenen t'overvallen: nochtans om sulcken oorsake die den voorseyden Spaenschen Raet langhen tijdt ghesocht ende verwacht hadde (so opentlick de opgehouden ende gheintercipieerde brieven van den ambassadeur van Spaengien, Alana, in Vrankrijck wesende, aen de Herthoginne van Parma, doen ter tijt geschreven, dat uutwijsden) om te niet te mogen doen alle des landts privilegien, dat nae heuren wille by Spaengnaerden tyrannichlick te mogen gouverneren, als de Indien ende nieuwe geconquesteerde landen, heeft deur ingeven ende raedt van deselve Spaengnaerden (thoonende de cleyne affecktie die hy zijnen goeden ondersaten was toedraghende, contrarie van 't gene hy heur, als heur Prince, beschermer ende goede herder schuldigh was te doen) nae dese landen, om deselve t'overvallen, gheschickt met groote heyrcracht den Hertogh van Alva, vermaert van strafheyt ende crudelitett, een van de principale vyanden van deselve landen, verselschapt, om als Raden neffens hem te wesen, met persoonen van gelijcke natuere ende humeuren.

Ende al wast so dat hy hier in de landen sonder slach oft stoot is gecomen ende met alle reverentie ende eere is ontfanghen van de arme inghesetene, die niet en verwachten dan alle goedertierenheyt ende clementie, ghelijck den Coninck hen dickwils met zijne brieven gheveynsdelick hadde toegheseyt: jae dat hy selfs van meyninge was te comen in persoone, om in als tot ghenoeghe van eenen yeghelicken ordre te stellen: hebbende oock ten tijden van het vertreck van den Hertoghe van Alve nae dese landen een vlote van schepen in Spaegnien, om hem te voeren, ende een in Zeelant om hem tegens te comen, tot grooten excessiven coste van den lande doen toereeden, om zijne voorsz. ondersaten t'abuseren ende te beter in 't net te brengen: heeft niettemin den voorsz. Hertoghe van Alve terstont na zijn comste, wesende een vreemdelinck, ende niet van den bloede van den voorsz. Coninc, verclaert gehadt commissie van den Coninck te hebben van opperste Capiteyn, ende corts daernaer van Gouverneur Generael van den lande, teghens de privilegien ende oude hercomen desselfs. Ende openbarende ghenoegh zijn voornemen, heeft terstont de principale steden ende sloten met volcke beset, casteelen ende sterckten in de principaelste ende machtichste steden, om die te houden in subjectie, opgherecht, de principaelste heeren, onder 't decksel van heuren raet van doen te hebben ende te willen employeren in den dienst van den lande, uut last van den Coninck vriendelick ontboden: die hem gehoor ghegheven hebben, doen vanghen, tegens de previlegien uut Brabant, daer se ghevanghen waren, ghevoert, voor hem selven (niet wesende heuren competenten rechter) doen betichten, ten lesten, sonder hen volkomelick te horen, ter doot veroordeelt ende openbaerlick en schandelick doen dooden: d'andere, beter kennisse van de gheveynstheyt der Spaengaerden hebbende, hun uuten lande houdende, verclaert verbeurt te hebben lijf ende goet, voor sulcks hun goet aenveerdt ende gheconfisqueert, omdat de voorsz. arme inghesetene hun niet en souden, t'ware met hare stercten oft Princen die heure vryheyt souden moghen voorstaen, connen oft mogen teghens 't Paus geweld behelpen, behalvens noch ontallicke andere edelmans ende treffelicke borghers, die hy soo om den hals ghebrocht als verjaeght heeft, om hunne goeden te confisqueren. De reste van de goede inghesetene, boven den overlast die zy in heur wijfs, kinderen ende goeden leden, deur gemeyne Spaensche soldaten t'heuren huyse in gharnisoen ligghende, travaillerende met sovele diversche schattinghe, so mits heur bedwinghende tot gheldinghe tot de bouwinghe van de nieuwe casteelen ende forticicatie van de steden tot heure eyghen verdruckinghe, als met opbrenghen van honderste, twintighste ende thiende penninghen, tot betalinghe van den crijghslieden, so by hen medegebracht, als die hy hier te lande oplichte, om t'employeren tegens heur mede landtsaten en degene die het lants vryheyt met perijckel van heuren lijve aventuerden voor te staene, opdat, de voorsz. ondersaten verarmt wesende, egeen middel ter werelt en soude overblijven om zijn voornemen te beletten ende d'instrucktie, hem in Spaegnien gegeven, van het lant te trackteren als van nieuws geconquesteert, te beter te volbrenghen. Tot welcken eynde hy oock begonst heeft in de principale plaetsen d'ordre van justitie nae de maniere van Spaegnien (dierecktelick teghens de previlegien van den lande) te veranderen, nieuwe Raden te stellen ende ten lesten wesende buyten alle vreese, soo hem dochte, eenen thienden penninck fortselick willen oprechten op de coopmanschappen ende handtwercken, tot gantsche verderfenisse van den lande, gheheelick op de voorsz. coopmanschap ende handtwerck staende, nietthegenstaende menichvuldighe remonstrantien, by elck landt in 't particulier, ende oock by allegader in 't generael hem ter contrarien ghedaen: hetwelck hy oock met ghewelt soude volbracht hebben, ten ware gheweest dat deur toedoen van mijnen heere den Prince van Orangien ende diversche edelmans ende andere goede ingheborene, by den voorsz. Hertogh van Alve uuten lande gebannen, Zijne Vorst[elijke] G[enade] volgende ende meest in haren dienst wesende, ende andere inghesetene, wel gheaffectioneerde tot de vryheyt van het voorsz. vaderlant, Hollant ende Zeelandt corts daernaer niet meest en hadde hem afghevallen ende hun begeven onder de bescherminghe van den voorsz. heere Prince, tegens dewelcke twee landen den voorsz. Hertoge van Alve duerende zijn gouvernement, ende daernaer den groten Commandeur (die naer den voorsz. Hertogh van Alve, niet om te verbeteren, maer om denselven voet van tyrannie by bedeckter middelen te vervolghen, den voorsz. Coninck van Spaegnien hier te lande gheschickt hadde) hebben d'andere landen, die zy met heure garnisoenen ende opgerechte casteelen hielden in de Spaensche subjectie, bedwongen om heure persoonen ende alle heure macht te ghebruycken om die te helpen t'onderbrenghen, dies niet meer deselve landen, die zy tot heure assistentie als vooren emploeyeerde, verschoonende, dan oft se heur selfs vyanden waren gheweest: latende de Spaengnaerden, onder 't decksel van ghemutineert te zijne, ten aensien van den grooten Commandeur in de stadt van Antwerpen gheweldichlick comen, daer ses weken lanck, tot laste van de burgheren, nae hunne discretie teeren ende daerenboven tot betalinghe van heure gheheyschte soldije, dieselve borgheren bedwinghende binnen middelen tijden (omme van het gheweldt van deselve Spaegnaerden ontslaghen te wesen) vier hondert duysent guldenen op te brengen, hebbende daernaer de voorsz. Spaensche soldaten, meerder stouticheydt ghebruyckende, hen vervoordert de wapenen openbaerlick teghens het landt aen te nemen, meynende eerst de stadt van Bruessele inne te nemen ende in stede van d'ordinarise residentie van den Prince van den lande, daer wesende, aldaer haren roofnest te houden, t'welk haer niet gheluckende, hebben de stadt van Aelst overweldigtt, daernaer de stadt van Maestricht ende de voorsz. stadt van Antwerpen gheweldichlick overvallen, ghesaccageert, gepilleert, ghemoort, gebrant en soo getrackteert, dat de tyrannichste ende crueelste vyanden van den lande niet meer oft arger en souden connen doen, tot onuutsprekelicke schade niet alleenlick van de arme ingesetene, maer oock van meest allen de natien van der werelt, die aldaer hadden haer coopmanschap ende ghelt. Ende niettegenstaende dat de voorsz. Spaegnaerden by den Rade van State (by denwelcken doen ter tijt mits de doot van den voorsz. grooten Commandeur te voren geschiet, het gouvernement van den lande was uut laste ende commissie van den voorsz. Coninc van Spaegnien aenveert) ten byzijne van Hieronomo de Rhoda, om heur overlast, fortse ende gewelt, 'twelck zy deden, verclaert ende ghecondicht waren voor vyanden van den lande, heeft denselven Rhoda uut zijne authoriteydt (oft, soo 't te presumeren is, uut krachte van seker secrete instrucktie die hy van Spaegnien hebben mochte) aenghenomen hooft te wesen van de voorsz. Spaegnaerden ende heure adherenten: ende (sonder aensien van den voorsz. Raet van Staten) te gebruycken den naem ende authoriteyt van den Coninck, te conterfeyten zijnen zegel, hem openbaerlick te dragen als gouverneur ende lieutenant van den Coninck, waerdeur de Staten zijn geoorsaeckt geweest ten selven tijde met mijnen voorsz. heere den Prince ende de Staten van Hollant ende Zeelant t'accorderen:
welck accoort by den voorsz. Raede van State, als wettige gouverneurs van den lande, is gheapprobeert ende goetgevonden geweest, om gelijkerhant ende eendrachtelick de Spangnaerden, des ghemeynen landts vyanden, te moghen aenvechten ende uut den lande verdrijven, niet latende nochtans, als goede ondersaten, binnen middelen tijden by diversche ootmoedighe remonstrantien neffens den voorsz. Coninck van Spaegnien, met alder vlijt ende alle bequame middelen moghelick wesende, te vervolghen ende bidden, dat den Coninck ooge ende regardt nemende op de troublen ende inconvenienten, dier alrede in dese landen gheschiedt waren ende noch apparentelick stonden te gheschieden, soude willen de Spaegnaerden doen vertrecken uuten lande ende straffen degene die oorsake geweest hadden van het saccagheren ende bederven van zijne principale steden ende andere onuutsprekelicke overlasten die zijn arme ondersaten geleden hadden, tot een vertroostinge van degene dien t'overkomen was ende tot een exempel van andere:
maer den Coninck, al was 't, dat hy met woorden hem gheliet of teghens zijnen danke en wille t'selfde gheschiet was ende dat hy van meyninghe was te straffen de hoofden daeraf ende voortane op de ruste van den lande met alle goedertierenheydt (als een Prince toebehoordt) te willen ordre stellen, heeft nochtans niet alleenlick egheen justitie oft straffe over deselve doen doen, maer ter contrarien ghenoegh met der daet blijckende, dat met zijnen consente ende voorgaenden Raede van Spaegnien al gheschiedt was, is by opghehouden brieven corts daernaer bevonden, dat aen Rhoda ende andre capiteynen (oorsake van 't voorsz. quaet) by den Coninck selve gheschreven wort, dat hy niet alleenlick heur feyt goet vont, maer heur daeraf prees ende beloefde te recompenseeren, besondere den voorsz. Rhoda, als hem gedaen hebbende eenen sonderlinghen dienst, ghelijck hy hem oock tot zijnder wedercoomste in Spagnien ende alle andere (zijne dienaers van de voorsz. tyrannie in des landen gheweest hebbende) metter daet heeft bewesen. Heeft oock ten selven tijde (meynende des te meer d'oogen van de ondersaten te verblinden) den Coninck in dese landen gesonden voor gouverneur zijnen bastaerdtbroeder Don Johan van Oistenrijck, als wesende van zijnen bloede, diewelcke onder 't decksel van goet te vinden ende t'approberen d'accord tot Gent gemackt, het toeseggen van de Staten voor te staene, de Spaengaerden te doen vertrecken ende d'auteurs van de ghewelden ende desordren in dese voorsz. landen gheschiedt te doen straffen ende ordre op de ghemeyne ruste van den lande ende heur oude vryheyd te stellen, sochte de voorsz. Staten te scheyden ende d'een landt voor, d'ander naer t'onder te brenghen, soo corts daernaer door de ghehenghenisse Gods (vyand van alle tyrannie) ondeckt is door opghehouden en gheintercipieerde brieven, daerby bleeck dat hy van den Coninck last hadde om hem te reguleren na de instructie ende het bescheet dat hem Roda soude gheven, tot meerder gheveynsthedt verbiedende, dat se malcanderen niet en souden sien oft spreken ende dat hy hem soude neffens de principaele heeren minlick draghen ende deselve winnen, totter tijt toe dat hy deur heure middel ende assistentie soude mogen Hollant ende Zeelandt in zijn gewelt crijgen, om dan voorts metten anderen te doen na zijnen wille. Gelijc oock Don Johan, niettegenstaende hy de pacificatie van Gent ende seker accoord, tussen hem ende de Staten van alle de landen doen gemaeckt, hadde solempnelick in presentie van alle de voorsz. Staten belooft ende gesworen t'onderhouden, contrarie van dien alle middelen sochte om de Duytsche soldaten, die doen ter tijdt alle de principaelste stercten ende steden hadden in bewaernissen, deur middel van hunne colonellen, die hy hadde tot zijnen wille ende devotie, met groote beloften te winnen ende so deselve stercten ende steden te krijghen in zijn gheweldt, ghelijck hy den meestendeel alreede ghewonnen hadde ende de plaetsen hiel voor hem toeghedaen, om deur dien middel deghene die hen t'soecken souden willen maken, om den voorsz. heer Prince ende die van Hollandt ende Zeelandt oorloge te helpen aendoen, feytelick daertoe te bedwinghen ende also een straffer ende crueelder inlandtsche oorloge te verwecken, dan oyt te vooren hadde geweest, twelk (gelijck 't ghene dat geveynsdelick ende teghens de meyninge uutwendichlick gehandelt wort, niet langhe en can bedeckt blijven) uutbrekende eer hy volcomelick zijne intentie geeffectueert hadde, heeft t'selve nae zijn voornemen niet connen volbrengen, maer nochtans een nieuwe oorloghe in stede van vrede (daer hy hem t'zijner koemste af vanteerde) verweckt, noch jeghenwoordelick duerende.


Alle t'welck ons meer dan ghenoegh wettighe oorsake ghegeven heeft om den Coninck van Spaegnien te verlaten ende een ander machtigh ende goedertieren Prince, om de voorsz. landen te helpen beschermen en voor te staen, te versoecken, te meer dat in alsulcken desordre ende overlast de landen bat dan twintigh jaren van heuren Coning zijn verlaten geweest ende ghetrackteert niet als ondersaten, maer als vyanden, heur soeckende heur eyghen heer met cracht van wapenen t'onder te brengen, hebbende oock naer de aflijvicheydt van Don Johan deur den Baron van Selle, onder 't decksel van eenighe bequame middelen van accoorde voor te houdene, ghenoegh verclaert de Pacificatie van Gendt, die Don Johan uut zijnen naem besworen hadde, niet te willen advoyeren en alsoo daghelicks zwaerder conditien voorgheslaghen. Dien niettegenstaende hebben niet willen laten by schriftelijcke ende ootmoedighe remonstrantien, met intercessie van de principaelste Princen van Kerstenrijck sonder ophouden te versoecken met den voorsz. Coninck te reconcilieren ende accorderen, hebbende oock lestmael langhe tijdt onse Ghesanten ghehadt tot Colen, hopende aldaer, deur tusschenspreken van de Keyserlicke Majesteydt en de Keurvorsten die daer mede ghemoeyt waren, te verkrijghen eenen versekerden peys, met eenighe gracelicke vryheyt, besondere van der religie (de conscientie ende Godt principalic raeckende), maer hebben by experientie bevonden, dat wy met deselve remonstrantien ende handelinghen niet en consten yet van den Coninc verwerven, maer dat deselve handelingen ende communicatien alleenlick voorgheslaghen werden ende dienden om de landen onderlinghe twistich te maecken ende te doen scheyden d'een van den anderen, om des te gevoechelicker d'een voor ende d'ander naer t'onder brenghen ende heur eerste voornemen nu met alder rigeur teghens haer te werke te stellen: t'welck naederhant wel openbaerlick gebleken is by seker placcaet van proscriptien, by den Coninck laten uutgaen, by denwelcken wy ende alle de officiren ende ingesetene van de voorsz. geunieerde landen ende heure partye volgende (om ons tot meerder desperatie te brenghen, alomme odieus te makene, de trafficque ende handelinge te beletten) verclaert worden voor rebellen, en als sulcx verbeurt te hebben lijf ende goet, settende daerenboven op het lijf van den voorsz. heere Prince groote sommen van penninghen, soodat wy gantselick van alle middele van reconciliatie wanhopende ende oock van alle andere remedie ende secours verlaten wesende, hebben, volghende de wet der natueren, tot beschermenisse ende bewaernisse van onsen ende den andere landtsaten rechten, privilegien, oude hercomen ende vryheden van ons vaderlant, van het leven ende eere van onse huysvrouwen, kinderen ende nacomelingen, opdat se niet en souden vallen in de slavernye van de Spaegnaerden, verlatende met rechte den Coninc van Spaegnien, andere middelen bedwongen geweest voor te wenden, die wy tot onse meeste versekeringe ende bewaernisse van onse rechten, privilegien ende vryheden voorsz. hebben te rade gevonden.


Doen te wetene, dat wy t'gene voorsz. overgemerckt ende door den uutersten noot, als voore gedrongen zijnde, by gemeynen accoorde, deliberatie ende overdrage, den Coninc van Spaegnien verclaert hebben ende verclaren mits desen, ipso jure, vervallen van zijne heerschapye, gerechticheyt ende erffenisse van de voorsz. landen ende voortaene van egeene meyninghe te zijne denselven te kennen in eenige saken, den Prince, zijne hoocheyt, jurisdictie ende domeynen van dese voorsz. landen raeckende, zijnen naem als overheer meer te gebruycken oft by yemanden toelaten gebruyckt te worden, verclarende oock dien volghende alle officiers, justiciers, smale heeren, vassalen ende alle andere ingesetene van den voorsz. lande, van wat conditie oft qualiteyt die zijn, voortane ontslagen van den eede die zy den Coninck van Spaegnien, als heere van dese voorsz. landen gheweest hebbende, moghen eenichsins ghedaen hebben oft in hem ghehouden wesen.


Ende gemerckt uut oorsaken voorsz. den meestendeel van de geunieerde landen, by gemeynen accoorde ende consente van heure leden, hebben hun begheven ghehadt onder de heerschappye ende gouvernemente van den Doorluchtighen Prince den Hertogh van Anjou op seker conditien ende poincten, met Zijne Hoogheyt aenghegaen ende ghesloten, dat oock de Doorluchticheyt van den Eertzhertogh Matthias het gouvernement generael van den lande in onse handen heeft geresigneert ende by ons is geaccepteert gheweest, ordonneren ende bevelen allen justiciers, officiers ende andere die t'selfde eenichsins aengaen ende raken mag, dat zy voortaene den naem, titele, groote ende cleyne zeghelen, contre-zeghelen ende cachetten van den Coninck van Spaegnien verlaten ende niet meer en gebruycken en dat in plaetse van dien, soo langhe de Hoocheydt van den voorsz. Hertogh van Anjou, om noodelicke affairen, het welvaren van dese voorsz. landen rakende, noch van hier absent is (voor so vele den landen met de Hoogheyt van den voorsz. Hertogh van Anjou gecontrackteert hebbende aengaet) ende andersins d'andere by maniere van voorraet ende provisie sullen aennemen ende ghebruycken den tytele ende naem van 't hooft ende landtraet, en middelertijdt dat t'selve hooft ende Raeden volcomelik ende dadelick ghenoemt, beschreven ende in oeffeninghe van hennen staet ghetreden sullen zijn, onsen voorsz. name.


Welverstaende dat men in Hollandt ende Zeelant sal ghebruycken den naem van hoogh geboren Vorst den Prince van Oraengien ende de Staeten van deselven landen, totter tijt toe den voorsz. landtraedt datelick sal inghestelt wesen, en sullen hun alsdan reguleren achtervolghende de consenten, by hun-lieden, op de instrucktie van den lantraet ende contrackt, met Zijne Hoogheyt aengegaen, ende in plaetse van des voorsz. Conincks zeghelen, men voortaene gebruycken sal onsen grooten zeghel, contre-zeghel ende cachetten in saecken, raeckende de ghemeyne regeringhe, daertoe den landtraedt volghende heure instructie sal gheauthoriseert wesen: maer in saecken, raeckende politie, administratie van juistitie ende andere particuliere, in elck lant besondere, sal gebruyckt worden by de Provinciale ende andere Raden den naem ende titele ende zeghel van den lande respectivelick, daer t'selfde valt te doene, sonder ander, al op de pene van nulliteyt van de brieven, bescheeden oft depeschen, die contrarie van t'gene voorsz. is, ghedaen oft gheseghelt zullen wesen. Ende tot beter ende sekerder volcominghe ende effectuatie van t'gene voorsz. is, hebben gheordonneert ende bevolen, ordonneren ende bevelen mits desen, dat alle des Conincks van Spaegnien zeghelen, in dese voorsz. geunieerde landen wesende, terstont nae de publicatie van desen, ghebrocht sullen moeten worden in handen van de Staten van elcke van de voorsz. landen respecktivelick oft denghenen, die daertoe by deselve Staten specialick sullen wesen ghecommitteert ende geauthoriseert, op pene van arbitrale correcktie. Ordoneren ende bevelen daerenboven, dat voortaene in egeenderhande munte van de voorsz. gheunieerde landen sal gheslaghen worden den naem, titele ofte wapenen van den voorsz. Coninck van Spaegnien, maer alsulcken slagh ende forme als gheordonneert sal worden tot eenen nieuwen gouden ende silveren penninck met zijne ghedeelten. Ordoneren ende bevelen insghelijcks den president ende andere heeren van den Secreeten Raede, mitsgaders alle andere cantselers, presidenten ende heeren van den Raeden provinciael ende alle die presidenten oft eerste rekenmeesters ende andere van allen de rekenkameren, in de voorsz. landen respecktive wesende, ende alle andere officiers ende justiciers, dat zy (als heur voortaene ontslagen houdende van den eedt, die zy den Coninc van Spaegnien hebben respectivelic naer luyt heurer commissien gedaen) schuldich ende gehouden sullen wesen in handen van den Staten 's lants, daeronder zy respective resorteren, oft heur speciale gecommitteerde te doen eenen nieuwen eedt, daermede zy ons sweeren ghetrouwicheydt teghens den Coninck van Spaegnien ende allen zijne aenhanghers, al naervolghende het formulair, daerop by de Generale Staten gheraempt.
Ende sal men de voorsz. raeden, justiciers ende officiers, geseten onder de landen (met de Hoocheydt van den Hertogh van Anjou ghecontrackteerdt hebbende, van onsent wegen) gheven ackte van continuatie in hunne offitien, ende dat by maniere van provisie, totter aencompste toe van zijne voorsz. Hoogheyt, in plaetse van nieuwe commissien, inhoudende cassatie van heure voorgaende, ende voorsz. raeden, justiciers ende officiers, gheseten in den landen, met zijne voorseyde Hoogheyt niet ghecontrackteert hebbende, nieuwe commissien onder onsen naem ende zeghel, ten ware nochtans dat d'impetranten van heure voorsz. eerste commissien wedersproken ende achterhaelt werden van contraventie der previlegien des landts, onbehoorlickheyt oft ander diergelijcke saecken.


Ontbieden voorts den president ende luyden van den Secreten Raede, cancelier van den Hertoghdomme van Brabandt, mitsgaders den cantseler van den Furstendomme Gelre ende Graeffschap Zutphen, (president ende luyden van den Raede in Vlaenderen), president ende luyden van den Raede in Hollant, rentmeesteren oft de hooghe officieren van Beoist- ende Bewesterschelt van Zeelant, president ende Raede in Vrieslant, den schoutet van Mechelen, president ende luyden van den Raede van Utrecht ende allen anderen iusticieren ende officieren wien dat aengaen mach, heuren stedehouderen ende eenen yeghelicken van henlieden besondere, soo hem toebehooren sal, dat zy dese onse ordonnantie condighen ende uutroepen over alle den bedrijve van heure jurisdictie ende daer men is gewoonlick publicatie ende uutroepinge te doene, sodat niemant des cause van ignorantie pretenderen en mach, ende deselve ordonnantie doen onderhouden ende achtervolghen onverbrekelick ende sonder infracktie, daertoe rigoreuselick bedwinghende die overtreders in der manieren voorsz. sonder verdrach oft dissimulatie: want wy tot welvaren van den lande also hebben bevonden te behooren. Ende van des te doene ende wes daeraen cleeft, gheven wy u ende elcken van u die 't aengaen mach, volcomen macht, authoriteydt ende sonderlingh bevel.

Des t'oorconde hebben wy onsen zegel hieraen doen hanghen.

Ghegheven in onse vergaderinghe in 's Gravenhaghe, den sessentwintichsten Julij MDLXXXI.

Op de plijcke stont gheschreven: Ter ordonnantie van de voornoemde Staten.

Ende ghetekent, J. van Asseliers.

 

 

Noot. Deze akte inspireerde onder meer de amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776 alsmede de onafhankelijkheidsverklaring van het graafschap Vlaanderen van 1790.


14:36 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Pacificatie van Gent.

Bij de Pacificatie van Gent ook wel de Bevredeging van Gent genoemd (8 november 1576) werd onder meer het volgende overeengekomen door Holland, Zeeland, Willem van Oranje en hun bondgenoten binnen de Nederlanden:

* De Spaanse troepen zouden gezamenlijk verdreven worden.

* De Staten-Generaal mocht op eigen initiatief bijeenkomen en niet op initiatief van de Spaanse vorst.

* Zo spoedig mogelijk na vertrek van de troepen zouden de Staten-Generaal bijeenkomen om de algemene zaken (onder meer de godsdienst) definitief te regelen.

* Amnestieregeling voor de opstandelingen.

* Nederlandse edelen moesten instaan voor het bestuur in plaats van Spanjaarden.

* Tot genoemd tijdstip zou Willem van Oranje de positie die hij tot dan toe had behouden en zou de uitvoering van de plakkaten tegen de ketterij worden geschorst.

* Naast de landvoogd zou Willem van Oranje als regeringsleider fungeren in de Nederlanden.

* In Holland en Zeeland zou uitoefening van de protestantse godsdienst steeds geoorloofd blijven, terwijl in de andere gewesten de Rooms-Katholieke godsdienst niets in de weg zou worden gelegd.

De Pacificatie van Gent was het grote ideaal van Willem van Oranje. Hij streefde naar eenheid in de 17 gewesten met vrijheid van godsdienst voor ieder. Uiteindelijk bleek dit ideaal in de 16e eeuw niet haalbaar.

Bronnen: het werkstuk van Dirk van Duijvenbode en Wikipedia, vrije encyclopedie.

Originele tekst Pacificatie van Gent 
8 november 1576

Vindplaats: Overgenomen uit: A.S. de Blécourt, N. Japikse ed., Klein plakkaatboek van Nederland. Verzameling van ordonnantiën en plakkaten betreffende regeeringsvorm, kerk en rechtspraak (14e eeuw tot 1749) (Groningen/Den Haag 1919) nr. XVI, p. 113- 117, die het stuk editeerden naar het origineel in het Algemeen Rijksarchief, Holland, bruine kastje, no. 25. 


Allen dengenen, die dese jegenwoirdige letteren zullen sien oft hooren lesen, saluyt. Alzoe die landen van herwaertsovere die lestleden negen oft thien jaeren doer d'inlandssche orloghe, hoochveerdige ende rigoureuse regieringe, moetwillicheyt, roovinge ende andere ongeregeltheden van de Spaengnaerden ende henne adherenten gevallen zijn in groote miserie ende alendicheyt, ende dat omme daertegens te versiene ende te doen cesseren alle voirdere troublen, oppressien ende aermoeden van de voirsz. landen, by middele van eene vaste vrede ende pacificatie, hebben in de maendt van Februarii in 't jaar XVc LXXIIII gecommitteert ende vergadert geweest tot Breda commissarissen van Zyne Majesteit ende van den heere Prince van Orangien, Staten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerden, by dewelcke geproponeert zijn geweest diversche middelen ende presentatien, dienende grootelick tot voorderinge van de voirsz. pacificatie, zoe en is nochtans daerop niet gevolcht die verhoepte vruchtbaericheyt. Maer ter contrarie, geduerende die hope van vertroostinghe ende middelen van goedertierentheyt van Zyne Majesteit hebben de voirsz. Spaengnaerden hen dagelicx meer vervoordert, die arme onderzaeten te overvallen, verderfven ende in eeuwighe slavernie te bringen, zonder hen te vermyden diverssche mutinerye te maeken, heeren ende steden te dreygen ende vele plaetsen vyantlick inne te nemen, te rooven ende te branden, daerdoer, naerdien zy by den gecommitteerde totten gouvernemente van de landen verclaert zijn geweest vyanden van Zyne Majesteit ende van de gemeyne welvaert, die Staeten van herwaertsovere mit consente van de voirz. gecommitteerden gedrongen zijn geweest die wapenen te nemen, ende daerbeneffens, om voirder d'eeuwighe bederffenisse te verhueden, ede dat d'ingesetenen van allen dese Nederlanden, in eene vaste vrede ende accorde vereenicht wesende, gesamentlick zouden doen vertrecken die voirsz. Spaengnaerden ende hun aenhangeren landtscheynders, ende die wederomme te stellen in 't gebruyck van hueren oude rechten, previlegiën, coustumen ende vryheden, mitz welcken neeringe ende welvaert in dezelve wederomme zoude moegen keeren, soe is 't dat, by voergaende aggreatie van de voirsz. heeren, gecommitteert totten gouvernemente van den landen volgende den vredehandel, tot Breda begonst, ter eeren Gods ende ten dienste van Zyne Majesteit tusschen die prelaten, edelen, steden ende leden van Brabant, Vlaendren, Arthois, Henegauw, Valenchyn, Lille, Douay, Orchies, Namen, Dornick, Utrecht ende Mechelen, representerende die Staeten van denzelven landen, ende den heere Prince van Orangien, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerde, doer commissarissen over beyde zyden respectivelick gedeputeert, te weetene d'eerweerdige heeren, heere Jan van der Linden, abt van Sinte Geertruyden tot Loven, heere Gislain, abt van St. Pieters tot Ghendt, heere Matheeus, abt van Ste. Gislain, gekoren bisscop van Atrecht, heere Jan de Mol, heere van Oetingen, heere Franchois van Halewin, heere van Zwevegem, gouverneur ende capiteyn van Oudenaerde ende commissaris totte vernieuwinge van de wetten van Vlaendren, heere Kaerle van Gavre, heere van Frezin, ridders, heere Elbertus Leoninus, doctoer ende professeur in de rechten in de universiteyt van Loven, meester Peeter de Bevere, raedt van Zyne Majesteit in Vlaendren, ende heer Quinten du Pretz, hooft der schepenen in de stadt van Berghen in Henegauw, mit Jan de Pennantz, raedt van Zyne Majesteit ende meester van zyne Rekencamere in Brabant, gecommitteert voer henlieden eer(!) secretaris, van wegen der voirn. Staeten van Brabant, Vlaendren, Henegauw etc., heere Philips van Marnix, heere van Ste. Aldegonde, Arnould van Dorp, heere van Teempsche, Willem van Zuylen van Nyveldt, heere van Heeraertsberghe, schiltknappen, heere Adriaen van der Mylen, docteur in de rechten ende raedt neffens Zyne Excellentie ende in den Raedt Provinciael van Hollandt, meester Cornelis die Coninck, licentiaet in de rechten ende mede raedt neffens Zyne Excellentie, meester Pauwels Buys, advocaet van de lande van Hollandt, meester Peeter de Rycke, bailliu van Vlissinghen, Anthonis van de Zyckele, raedt van Zeelandt, ende Andries de Jonghe, borgmeester van Middelborch, van wegen des voirn. heere Prince, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerden, naer uuytwysen van hun commissiën, in 't eynde van desen geinserreert, dit jegenwoordich tractaet opgericht ende gemaect is te sluyten tusschen die voirsz. partyen ende landen eene eeuwige vaste vrede, verbant ende eenicheyt, onder die voerweerden ende conditien hiernaer volgende:
Eerst dat alle offensien, iniurien, misdaden ende bescadicheden, gesciet ter zaken van den troublen tusschen den ingesetenen van de provincien, die in dit jegenwoordich tractaet gecomprehendeert zijn, zoe waer ende in wat manieren dattet zy, zullen vergeven, vergeten ende gehouden zijn als niet gesciet, zulcx dat ter oirzake van dien te geenen tyde mentie gemaect oft yemandt aengesproken en zal moegen worden. 
    Dienvolgende beloven die voirn. Staeten van Brabant, Vlaendren, Henegauw etc. mitsgaders mijn heere Prince, Staeten van Hollandt ende Zeelandt mit hunnen associeerden, ongeveyselijck ende in goeder trouwen van nu voirtaen te onderhouden ende onder d'ingesetenen van den landen te doen onderhouden eene vaste ende onverbrekelicke vrintscap ende vrede ende in zulcker vuegen elckanderen t'allen tyden ende in alle occurrentien by te staene mit raedt ende daet, goet ende bloet, ende inzonderheyt om uuyte landen te verdryven ende daerenbuyten te houden die Spaensche soldaten ende andere uuytheemsche ende vrempde, gepoocht hebbende uuyten wege van rechte die heeren ende edelen 't leeven te benemen, den rijcdom van de landen t'hemwaerts te applicqueren ende die gemeente voorts in eeuwighe slavernye te bringen ende houden, omme ten welcken ende alle anders te furneren, wes noodich wordt ter resistentie van degenen, die henlieden hierinne mitter daet zouden willen contrarieren, die voirn. bontgenooten ende geallieerde oock beloven hen bereet ende volveerdich te laeten vinden t'allen nootlicke ende redelicke contributien ende impositien.
Daerenboven is geaccordeert, dat terstont naer 't vertreck van de Spaengniaerts ende huere adherenten, als alle zaken in ruste ende versekerheyt sullen zijn, zullen beyde de partyen gehouden zijn te procureren ende beneerstighen die convocatie ende vergaderinge van de Generaele Staeten, in der forme ende manieren als geschiet is ten tyde als wylen hoochloflicker memorie keizer Kaerle d'opdracht ende transport dede van dese erfnederlanden in handen van Conincklycke Majesteit, onse genadichsten heere, om te stellen ordene in de zaeken van den landen in 't generael ende particulier, zoewel aengaende het fait ende exercicie van der religien in Hollandt, Zeelant, Bommel ende geassocieerde plaetsen, restitutie van den stercten, artillerien, scepen ende andere zaeken, den Coninck toebehoorende, geduerende den voirsz. troublen by die van Hollandt ende Zeelandt genomen, als anderssins, zoe ten dienste van Zyne Majesteit, welvaert ende unie van de landen men sal bevinden te behooren, geduerende den voirsz. troublen by die van Hollandt ende Zeelandt genomen, als anderssins, zoe ten dienste van Zyne Majesteit, welvaert ende unie van de landen men sal bevinden te behooren, waerinne noch van d'eene noch van d'andere zyde eenich tegenseggen oft belet, dilay, noch uuytstel en sal moeghen ghedaen worden, nyet meer ten opsiene van den ordinantien, uuytspraken ende resolutien, die aldaer zullen geschien ende gegeven wordden, dan in d'executie van dien, hoedanich die zoude moegen wesen, waerinne beyde die partyen henlieden gantzlick ende ter goeder trouwen submitteren.
Dat van nu voortaen d'inwoonderen ende onderzaeten van d'een ende d'ander zyde van wat lande van herwaertsovere ofte ende van wat staete, qualiteyt ofte conditie hy zy, overal zullen mogen hanteren, gaen ende keeren, woonen ende trafficqueren, koopmansche wyze ende anderssins, in alle vrydom ende verzekerheyt, welverstaende dat niet georlooft oft toegelaeten en zal zijn, die van Hollandt, Zeelant ofte andere, van wat lande, conditie, ende qualiteyt dat hy zy, yet te attempteren herwaertsovere, buyten die voirsz. landen van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerde plaetsen, tegens die gemeyne ruste ende vrede, zunderlinghe teghens die Catholicke Roomsche religie ende exercitie van dien, noch yemanden ter causen van dien t'injurieren, irriteren mit worden oft mit wercken, noch mit gelycke acten te scandalizeren, op pene van gestrafft te worddene als perturbateurs van de gemeene ruste, anderen ten exemple.
    Ende opdat midlertijt niemandt lichtelicke en stae tot eenigen begrype, captie oft pericle, zullen alle placcaeten, hiervoertijts gemaect ende gepubliceert op stuck van heresie, mitsgaders die criminele ordinantie, by den hertoghe van Alve gemaect ende gevolcht ende executie van dien gesuspendeert wordden, totdat by de Generaele Staeten anders daerop geordineert zy, welverstaende datter egheen scandael en gebuere in maniere voirscreven.
    Dat myn heere die Prince zal blyven admirael generael van der zee ende stadthoudere van Zyne Majesteit van Hollandt ende Zeelandt, Bommel ende andere geassocieerde plaetzen, om in als te gebieden, zoe dezelve jegenwoirdelijck doet, mitte selve officieren, justicieren oft magistraten, sonder eenige veranderinge oft innovatie, tenzy by zyne consente ende wille, ende dat over die steden ende plaetsen, die Zyne Excellentie nu ter tijt is houdende, totdat by de Generaele Staeten naer 't vertreck van de Spaengnaerden andersszins geordineert zy.
Maer belangende die steden ende plaetsen, begrepen onder die commissie van Conincklycke Majesteit, by hem ontfangen, die jegenwoirdelick onder 't gebiet ende gehoorzaemheyt van Zijnder Excellentie niet en staen, zal dit poinct gescorst blyven ter tijt ende wylen, dezelve steden ende plaetzen, hen mitten anderen Staeten gevoucht hebbende tot deze unie ende accord, Zyne Excellentie henlieden zal gegeven hebben satisfactie op de poincten, daerinne zylieden hen zouden vinden geinteresseert onder zijn gouvernement, 't zy ten opsiene van d'exercitie van der religien oft andersszins, opdat de provincien niet gedemembreert en wordden ende om alle twist ende tweedracht te schouwen.
    Ende en sullen midlertijt egeene placcaeten, mandementen, provisien noch exploicten plaetze hebben in de voirsz. landen ende steden, by den voirsz. heere Prince geregieert, dan die geene, by Zyne Excellentie ende by den Raede, magistraten oft officiers aldaer geapprobeert oft gedecerneert, zonder prejudicie van de toecommende tyde van de resorte van den Grooten Rade van Zyne Majesteyt.
    Is mede ondersproken, dat alle gevangenen ter zaeken van den voerleden troublen, namentlick die grave van Bossu, zullen vry ende los gelaeten wordden, zonder ranchoen te betaelen, maer wel die vangenissecosten, tenware nochtans dat die ransoenen voer date van desen betaelt oft daervan overcommen ende geaccordeert waren.
Is voorts veraccordeert, dat die voirsz. heer Prince ende alle andere heeren, ridderen, edelluyden, particuliere persoonen ende ondersaeten, van wat staete, qualiteyt oft conditie die zijn, mitsgaders henlieden weduwen, douaigieren, kinderen ende erffgenamen van d'een ende d'ander zyden gerestitueert zijn in huerlieden goeden naeme ende faeme ende zullen oic moegen aenveerden ende die possessie aennemen van alle huere heerlicheyden, goeden perogativen, actien ende credicten, die niet vercocht oft geallieneert en zijn, in zulcken staete als die voorsz. goederen nu jegenwoordich zijn, ende te dien effecte sijn alle defaulten, contimacien, arresten, sentencien, saisissementen ende executien, gegeven ende gedaen van religie, als omme 't aennemen van de wapenen mit 't gene daernaer gevolght is, gecasseert, gerevoceert, doot ende te nyete gedaen, ende sullen dezelve, mitsgaders alle scriftelycke proceduren, acten ende actitaten, te dien gesciet, vermelt ende in de registers geroyeert worden, zonder dat noodich zy hiertoe ander bescheet te nemen oft provisie te verwerfven dan dit jegenwoordich tractaet, nyetjegenstaende eenighe incorporatien, rechten, coustumen, previlegien, prescripten, zoo wel legale, conventionnele, costumiere, als locale, noch eenige andere exceptien ter contrarien, diewelcke in dese ende in alle andere zaecken, den voirsz. troublen concernerende, zullen cesseren ende egeene stede hebben, totdien by dese, zoo verre als noot is, specialick gederogueert wesende, oick mede den rechte disponerende, dat generalle derogatie niet en is zonder precedente specificatie.
    Welverstaende dat hieronder begrepen zullen zijn ende dit jegenwoirdich beneficie genieten mijn genaedichste vrouwe die gesellenede des durluchtichste Kurfurst van den Rhyn, eertijts achtergelaeten weduwe des heeren van Brederode, zoovele als aengaet Vianen ende andere goeden, daer haer Churfurstelicker Genade, oft actie van haer hebbende, toe gericht is.     
    Insgelicx zal hierinne begrepen wesen die grave van Bueren, zoovele aengaet die stadt, slot ende lande van Bueren, om dieselfde by den voirsz. heere grave by vertreck van garnisoene gebruyct te wordden, als zijn eyghen toebehoorte.
    Ende zullen te niete gedaen ende affgeworpen wordden die pilaeren, tropheen, inscriptien ende andere teekenen, by den hertoge van Alve gedaen rechten tot schande ende blamatie, zoe van de bovengenompde als van allen anderen.
    Aengaende die vruchten van den voirsz. heerlicheyden ende goeden, 't verloop ende die vertachterheden van den douarien, tochten, pachten, cheynsen ende renten, zoe op den Coninck, lande, steden ende alle anderen, die voer date van dese verschenen ende nochtans niet betaelt oft ontfanghen en zijn by Zyne Majesteit, oft zijns actie hebbende, die zal moegen elck in 't zyne genieten ende ontfangen.
    Welverstaende, dat alle 't gunt, datter gevallen is zoewel van de voersz. erffgoeden, renten, als andere goeden zichtent sint Jans-misse LXXVI lestleden, zal blyven ten profyte van degene, hun recht hebbende, niettegenstaende dat daeraff by den ontfanger van de confiscatien oft andere yet ontfangen oft geint ware, daeraff in alzulcken gevalle restitutie geschieden zal.
    Maer byzooverre eenige jaerscharen van de voirseyde pachten, renten oft ander incommen van 's Conincx wegen by tytle van confiscatie aengeslaegen ende geheven waeren, zoe wordt elck over gelycke jaerscharen vry, los ende quyte gehouden van de reele lasten ende opstal, uuyt zyne goeden gaende, zoo men ooc t'allen zyden insgelijcx vry, los ende quyte gehouden zal zijn van alle renten, staende op de landen ende die goeden, die men midts de voerleden troublen niet en heeft kunnen gebruycken, in alles naer raete van den tyde, dat 't zelve belet ende ongebruyct uuyt oirzaeken voirsz. gebuert is. 
    Nopende die huyscatheylen ende andere meublen, die aen beyde zyde te niete gedaen, vercocht oft anders gealieneert zijn, daeraff en zal niemand eenich verhael hebben.
    Ende aengaende die erfgoeden, cheynsen ende renten, die by title van confiscatie vercocht oft gealieneert zijn, die Generaele Staeten zullen in elcke provincie ende uuyte Staeten van dezelve deputeren commissarissen, om kennisse te nemen van de zwaericheden, indien daer eenige vallen, om redelicke satisfactie te doen, zoewel aen de oude proprietarissen als aen de coopers ende vercrygers van de voirsz. goeden ende renten, voer hun regres ende evictie respectivelick.
    Van gelycken sal geschieden nopende 't verloop van de personele renten ende obligatien ende alle andere pretensien, clachten ende doleantien, als die geinteresseerde ter oirsaeken van de troublen zullen naemaels aen wederzyden willen intenteren ende voirts stellen, in wat manieren dattet zy.
    Dat alle prelaeten ende andere geestelicke persoonen, wiens abdien, stiften, fundatien ende residentien buyten Hollandt ende Zeelandt gelegen ende nochtans binnen dezelve landen gegoet zijn, zullen wederomme commen in den eygendom ende in 't gebruyck van dezelve huere goeden alsvoren ten opziene van den weerlicken.
Maer wat belangt den religieusen ende andere geestelicken, die binnen die voirsz. twee provincien ende huere geassocieerde geprofessyt oft gheprebendeert ende daeruuyt ghebleven oft getrocken zijn, gemerct dat den meestendeel van huere goeden gealieneert zijn, denzelven zal men van nu voirtaene verstrecken redelicke alimentatie neffens die geblevene, oft anders zal hen mede toegelaeten wordden 't gebruyck van huere goeden, tot verkiesinghe nochtans van de Staeten, alles by provisie ende tot anderstondt op hen voordere pretensien by de Generaele Staeten verordent zal wesen.
    Voorts is geaccordeert, dat alle ghiften, exheredatien ende andere dispositien, inter vivos vel causa mortis by particuliere ende private persoonen gedaen, daerby die gerechte erffgenamen ter zaeken van de voirsz. troublen oft van de religie van huere gherechtighe successie versteken, vermindert ende onterft zijn, uuyt crachte van dese gehouden zullen wordden als gecasseert ende van geender weerden.
Ende alzoo die van Hollandt ende Zeelandt, om die costen van den oirlogen beter te vervallen, alle specieen van goudt ende zilvere ten hoogen pryse gestelt hebben, die zy in andere provincien niet en zouden kunnen zonder groot verlies uuytgeven, is besproken, dat die gedeputeerde van de Generaele Staeten, ten eersten mogelick zijnde, adviseren zullen, om daerop te nemen eenen generaelen voet, ten fyne dat den cours van de voirsz. munten eenvougdelick gestelt zy, alzoo nae als doenlijck is, tot onderhoudenisse van dese unie ende van den gemeynen coophandel aen wederzyden.
    Voorts op 't vertooch, gedaen by de gedeputeerde van Hollandt ende Zeelandt, ten fyne dat die Generaliteyt van allen den Nederlanden zouden t'hueren laste nemen alle die schulden, die mijn heere de Prince gecontracteert heeft, omme te doene zyne twee expeditien ende geweldighe hertochten, ten welcken zoo wel die van Hollandt ende Zeelandt als die provincien ende steden, die hen in den lesten tocht overgaven, verbonden hebben gehadt, zoo zy seyden, is 't zelve poinct gestelt ende gelaten ter discretie ende determinatie van de Generaele Staeten, denwelcken, alle zaken geappaiseert zijnde, daervan rapport oft remonstrancie gedaen zal wordden, om dienaengaende zulcken regard genomen te worden als 't behoort.
    In dit gemeyn accord ende pacificatie en sullen niet begrepen zijn, om te genieten 't beneficie van dien, die landen, heerlicheden ende steden, houdende partie contrarie, totdat zy hen effectuelick zullen gevoecht hebben mit deser confederatie, dewelck zy sullen moegen doen, als 't henlieden belieft.
    Welck tractaet ende vredehandel nae rapport, aggreatie ende advoement, zoewel van de heeren gecommitteerden totten gouvernemente van den landen, alsoock van den Staeten derselver, eensamentlick van mijn heere die Prince, Staeten van Hollandt, Zeelandt ende geassocieerde, in alle de voirsz. poincten ende articlen ooc mede alle 't gene, dat by de voirseyde Generaele Staeten in 't gene voirsz. ende anderssins gediffinieert ende geordineert zal worden, die voirsz. gedeputeerde hebben uuyt crachte van henlieder povoiren ende commissie belooft ende gezworen, beloven ende zweren by dese onverbrekelick t'observerene, t'onderhoudene ende volcommen ende alle tzelve over d'een ende d'ander zyde te doen respectivelick ratiffieren, zweren, teekenen ende zegelen by den prelaten, edelen, steden ende andere leden van den voirsz. landen, zunderlinge ooc by den voirsz. heer Prince, zowel in's generael als particulier, binnen een maent naestcomende, t'elcx genougene; ende in kennisse van alle 't guene voirsz. is, hebben de voirsz. gedeputeerden dese jegenwoirdighe onderteekent in 't schepenhuys van de stadt van Ghendt den VIIIen van Novembri XVc LXXVI.


14:16 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

Unie van Utrecht.

De Unie van Utrecht is gesticht als  reactie op de stichting van de Unie van Atrecht (nu de Noord Franse stad Arras). De Nederlandse gewesten die zich in de Unie van Atrecht verenigden steunden de Spaanse overheerser met zijn streng katholisisme. De gewesten die zich binnen de Unie van Utrecht bevonden streefden naar meer godsdienstvrijheid en zelfbestuur. Opvallend is dat de taalgrens ook bijna de grens van de twee unie's vormde, de Nederlandstalige gewesten vormde grotendeels de Unie van Utrecht en de Franstalige 'Waalse'  Nederlanden vormden ruwweg de Unie van Atrecht die Spanje trouw bleven. De Unie van Utrecht was het begin van het ontstaan van de Republiek van de zeven Verenigde Nederlanden met uitzondering van Vlaanderen en Brabant die na de tachtig jarige oorlog terug door de Spaanse troepen werd veroverd (behalve het noorden van die gewesten, Staats Vlaanderen en Staats Brabant, die als generaliteitslanden bij de republiek bleven). De ondertekenaars van de Unie van Utrecht verklaarden zich allereerst solidair in de strijd tegen de koning, verbonden zich om geen afzonderlijke vrede met hem te sluiten en beloofden geen afzonderlijk bondgenootschap aan te gaan met enige andere mogendheid. Tot vrede of bestand zou slechts met unanimiteit van stemmen besloten kunnen worden. Aangaande de religie werd bepaald dat in Holland en Zeeland slechts de gereformeerde godsdienstoefening werd toegelaten en de andere gewesten vrij waren zich al of niet aan de religievrede te houden, mits niemand om zijn geloof werd vervolgd. Een op 1 febr. 1579 aangenomen nadere ‘Verclaringhe’ stelde bovendien de mogelijkheid open, dat steden en gewesten die zich alleen aan het katholicisme wilden houden, tot de Unie toetraden.


 
Bronnen: Encarta Encyclopedie en wikipedia, vrije encyclopedie.

 
 
 
UNIE VAN UTRECHT 20 JANUARI 1579

 

Eerste - confederale - Grondwet van de verenigde Nederlanden

 

I. Ende eerst, dat die voorsz. provincien sich met den anderen verbynden, confedereren ende vereenyghen sullen, gelijck si hem verbynden, confedereren ende vereenyghen mits desen, ten ewygen daeghen by den anderen te blijven in alle forme ende maniere als off siluyden maer een provincie waeren, sonder dat deselve hem tenyger tijde van den anderen sullen scheyden, laeten scheyden ofte separeren bij testamente, codicille, donatie, cessie, wisselinghe, vercopinghe, tractaeten van peys, van huwelick noch om geen anderen oorzaecken, hoe dat het gebeuren soude moegen, onvermindert nochtans een ygelick provincien ende die particulier steden, leden ende ingesetenen van dyen haerluyden spetiaele ende particuliere privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrochte costumen, usantien ende allen anderen haerluyden gerechticheyden, waerinne siluyden den anderen nyet alleen geen prejudicie, hynder ofte letsel doen sullen, maer sullen den anderen daerinne met alle behoirlicke ende moegelicke middelen, ja met lijff en goet (ist noot) helpen handthouden, stijven ende stercken ende oick beschudden ende beschermen tegens allen ende een ygelick, wie ende hoedanich die souden moegen wezen, die hem daerinne enich datelicke imbreecke soude willen doen, welverstaende dat die questie, die enyge van den voorsz. provincien, leden ofte steden van dese Unie wesende, met den anderen hebben ofte naemaels souden moegen crijgen nopende haerluyden particulier ende spetiael privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrachte costumen, usantien ende anderen haerluyden gerechticheyden, dat dselve by ordinaris justicie, arbiters oft minlick accort beslicht sullen worden, sonder dat dandere landen ofte provincien, steden ofte leden van dyen (soe lange sich beyde partien het recht submitteren) hem des sullen hebben te moyen, ten waere hem gelieffden te intercederen tot accordt. 


II. Item dat die voorsz. provincien in conformiteyt ende tot voltrecking van de voorsz. enicheydt ende verbant gehouden sullen wesen malcanderen met lijff, goet ende bloet by te staen jegens alle fortsen ende gewelden die hem yemant souden moegen aendoen uyt ende onder dexel van den naem van de Co. Ma. ofte van sinentwegen, het waere ter cause van[t] tractaet van peys tot Ghendt gemaeckt, van dat si die wapenen tegens Don Johan d'Austrice aengenoemen, den Eertshertoge Matthias tot gouverneur ontfangen hebben, met alle tghene datter aencleeft, van dependeert, ofte uyt gevolcht es ofte uyt volgen sal moegen, al waert oick onder coleur alleene van de catholicque Roomsche religie met wapenen te willen restablisseren, restaureren ofte invoeren ofte oick van enyge nyuwicheyden ofte alteratien, die binnen enyge van de voorsz. provincien, steden ofte leden van dien sedert den jaere 1558 gebeurt sijn ofte oick ter cause van dese jegenwoirdige Unie ende confederatie ofte andere diergelycke oorsaecke, ende dit soe wel in gevalle men die voorsz. fortsen ende gewelden souden willen gebruycken op een van de voorsz. provincien, staten, steden ofte leden van dien alleen, als op alle int generael.


III. Dat die voorsz. provincien oick gehouden sullen wesen in gelycke maniere malcanderen te assisteren ende helpen defenderen jegens alle uytheemsche ende inheemsche heeren, vorsten ofte princen, landen, provincien, steden ofte leden van dien, die hem int generael ofte particulier enyge fortsen, gewelden ofte ongelijck souden willen aendoen ofte oorloge maecken, beheltelick dat die assistentie bij de generaliteyt van dese Unie gedecerneert sal worden met kennisse ende naer gelegentheyt van der saecke. 

IV. Item ende omme die voorsz. provincien, steden ende leden van dien bat jegens alle macht te moegen verseeckeren, dat die frontiersteden, ende oick andere daer men des van noode vynden sal, tsi van wat provincien die sijn, by advys ende ter ordonnantie van deze geunieerde provincien sullen vast gemaeckt ende gesterkt worden tot costen van de steden ende provincien, daerinne die gelegen sijn, mits hebbende daertoe assistentie van de generaliteyt voor deen helft; beheltelick dat soe verre by de voorsz. provincien raedtsaem bevonden wordt eenyge nyuwe forten ofte sterckten in enyge van de voorsz. provincien te leggen ofte die nu leggen te veranderen ofte aff te werpen, dat die costen daartoe van node by alle die voorsz. provincien int generael gedraegen sullen worden.


V. Ende omme te versien tot die costen, die men van noode hebben sal in gevalle als boeven tot defentie van de voorsz. provincien, es overcommen, dat in alle voorsz. geunieerde provincien eenpaerlick ende op eenen voet tot gemeen defentie derselver provincien opgestelt, gehewen ende openbaerlick den meest daervoor biedende van drie maenden tot drie maenden ofte eenyge andere bequaeme tijden verpacht oft gecollecteert sullen worden allomme binnen die voorsz. geunieerde provincien, steden ende leden van dien, seeckere imposten op alderhande wijnen, binnen ende buyten gebrouwen bieren, op het gemael vant coorn ende greynen, opt sout, goude, sylveren, sijde ende wolle lakenen, op de horenbeesten ende besayde landen, op de beesten, die geslacht worden, paerden, ossen, die vercoft ofte verpangelt worden, op de goeden, ter waege commende, ende sulcke andere als men naemaels by gemeen advys ende consent ghoet vinden sal, ende dat achtervolgende dordonnantie, die men daerop concipieren ende maeken sal; - dat men oick hiertoe employeren sal den incoemen van de domeynen van de Co. Ma., die lasten daerop staende afgetoegen. 


VI. Welcke middelen bij gemeen advyse verhoecht ende verleecht sullen worden, naedat de noot ende gelegentheyt van der saecke vereyschen sal, ende alleenlicken verstreckt tot die gemeene defentie, ende tot het ghene die generaliteyt gehauden sal wesen te dragen, zonder dat dieselve middelen tot enyge andere saecken sullen mogen worden bekeert.


VII. Dat die voorsz. frontiersteden ende oick andere als den noot vereyschen sal, tallen tijden gehauden sullen wesen te ontfangen alsulcke garnisoenen, als dieselve geunieerde provincien goet vynden ende hemluyden by advys van den gouverneur van de provincie, daer het garnisoen geleyt sal worden, ordonneren sullen, sonder dat sie des sullen mogen weygeren; welverstaende dat die voorsz. garnisoenen by de voorsz. geunieerde provincien betaelt sullen worden van haerluyden soldie ende dat die cappiteynen ende soldaeten boeven den generalen eedt particulierlick die stadt ofte steden ende provincie, daerinne die geleyt sullen worden, eedt doen sullen, ende dat tselve te dien eynde in haerluyden artyckelbrieff gestelt sal worden. Dat men oick alsulcke ordre stellen ende discipline onder den soldaeten hauden sal, dat die borgers ende inwoenders van de steden ende platte landen, soe wel gheestelick als weerlick, daerby boeven die redenen nyet bezwaert worden noch enyge overlast lijden sullen. Ende en sullen die voorsz. garnisoenen van gheene excys ofte imposten meerder exempt wezen als die borgers ende inwoenders van de plaetse, daer die geleyt sullen worden, mits dat oick denselven borgers ende inwoenders bij de generalteyt logysgelt verstreckt sal worden, gelijck tot noch toe in Holland gebruyckt is.

VIII. Ende ten eynde men tallen tijden sal moegen geassisteert wezen van de inwoenders van de landen, sullen dingesetenen van elcke van dese geunieerden provincien, steden ende platte landen binnen den tijt van een maendt naer date van desen ten langsten gemonstert ende opgescreven worden, te weten die gheene, die sijn tusschen achthien ende tzestich jaeren, om, die hoeffden ende tgetal van dien geweten sijnde, daernaer ter eerster tsamencompste van dese bontgenoten vorder geordonneert te worden als tot die meeste bescherminge ende verseeckerheydt van dese geunieerde landen bevonden sal worden te dienen.

IX. Item en zal men geen accoordt van bestant oft peys maecken, noch oorloge aenveerden, noch enyge imposten ofte contributie instellen, die generaliteit van desen verbande aengaende, dan met gemeen advys ende consent van de voorsz. provincien, maer in andere saecken, tbeleet van deze confederatie ende tghene daervan dependeert ende uyt volgen sal aengaende, sal men hem regulieren naer tghene geadviseert ende gesloten sal worden bij de meeste stemmen van de provincien, in desen verbonde begrepen, die gecolligeert sullen worden, sulcx als men tot noch toe in de generaliteyt van de Staten heeft gebruyckt, ende dit by provisie, tot dat anders sal worden geordonneert by gemeen advies van dese bontgenoten, beheltelick dat, oft gebeurden, dat die provincien in saecken van bestant, peys, oorloge ofte contributie met den anderen nyet accorderen en conden, sal het geschil gerefereert ende gesubmitteert worden by provisie aen de heeren stadtholders van de voorsz. geunieerde provincien, nu ter tijt wesende, die het voorsz. geschil tusschen parthyen sullen vergelijcken ofte daervan uytspreecken, sulx als siluyden bevynden sullen in de billicheyt te behoeren, welverstaende indien dieselve heeren stadtholders daerinne nyet en souden connen verdraegen, sullen tot hemluyden nemen ende verkiesen alsulcke onpartige assesseurs ende adjoincten als hemluyden goet duncken sal, ende sullen parthyen gehouden wezen naer te commen tghene by de voorsz. heeren stadholders in manieren als boeven uytgesproecken sal wezen.

X. Dat geen van dese voorsz. provincien, steden ofte leden van dyen enyge confederatien ofte verbonden met enyge naerbuerheeren ofte landen sullen moegen maecken sonder consent van dese geunieerde provincien ende bontgenoten.

XI. Des es overcommen, dat, soe verre enyge naebuerfursten, heeren, landen ofte steden sich met dese voorsz. provincien begeerden te unieren ende hun in dese confederatie te begeven, dat si daertoe by gemeen advyse ende consent van dese provincien ontfangen sullen moegen worden.

XII. Ende dat die voorsz. provincien gehauden sullen sijn met den anderen te conformeren int stuck van der munte, te weten in den cours van de gelden, naer uytwisen sulcker ordonnantien als men daerop metten yersten maecken sal, dwelcke deen sonder dander nyet en sal moegen veranderen.

XIII. Ende soeveel tpoinct van der religie aengaet, sullen hem die van Hollant ende Zelant draegen naer haerluyden goetduncken ende dandre provincien van dese Unie sullen hem moegen reguleren naer inhoudt van de religionsvrede, by den eerstshertoge Mathias, gouverneur ende cappiteyn generael van dese landen, met die van sinen Rayde by advis van de Generael Staten alrede geconcipieert, ofte daerinne generalick oft particulierlick alsulcke ordre stellen als si tot rust ende welvaert van de provincien, steden ende particulier leden van dyen ende conservatie van een ygelick, gheestelick ende weerlick, sijn goet ende gerechtigcheyt doennelick vynden sullen, sonder dat hem hierinne by enyge andere provincien enich hynder ofte belet gedaen sal moegen worden, mits dat een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken, volgende die voorsz. pacificatie tot Ghendt gemaeckt.

XIV. Item sal men allen conventualen ende die van de gheestelicheyt volgende die pacificatie laeten volgen hun goeden, die si in enyge van dese geunieerde provincien reciproquelick leggende hebben, mits dat, indien enyge geestelicke personen uyt die provincien, die geduerende doorloge tusschen die landen van Hollandt ende Zelandt jegens die Spaengaerden stonden onder tgebiet van denselven Spaengaerden, hem begeeven hadden uyt enyge cloosteren ofte collegien onder tgebiet van die van Hollandt ofte Zelandt, dat men die by hun conventen ofte collegien sal doen versien van behoirlijcke alimentatie ende onderhoudt hun leven geduerende, als oick gedaen sal worden denghenen, die uyt Hollant ende Zeelandt in enyge van de andere provincien van dese Unie vertoegen ende hem onthoudende sijn.

XV. Dat mede denghenen, die in enyge cloosteren ofte gheestelicke collegien van dese geunieerde landen sijn ofte geweest hebben ende diezelve uyt zaecke van die religie ofte andere redelicke oorsaecke begeren te verlaeten ofte verlaeten hebben, uyten incompst van haeren conventen ofte collegien haer leven lange geduerende behoirlicke alimentatie sal worden verstreckt naer gelegentheyt van de goeden, welverstaende dat die naer date van desen hem in enyge cloosteren sullen begeven ende dselve wederomme verlaeten, egeen alimentatie verstreckt sal worden, maer sullen tot haeren behouve naer hem moegen nemen tgheene si daerinne gebrocht hebben; dat oick dieghene, die jegenwoirdelick in de conventen ofte collegien sijn ofte naemaels commen sullen, hebben sullen vrijheyt ende liberteyt van religie ende oick van clederen ende habyt, beheltelijk dat siluyden den overste van den convente in allen anderen saeken onderdanich sullen sijn.

XVI. Ende oft gebeurden (dat God verhoeden moet), dat tusschen die voorsz. provincien enich onverstant, twist ofte tweedracht geviele, daerinne siluyden den anderen nyet en conden verstaen, dat tselve, soeverre het enyge van de provincien in tparticulier aengaet, ter neder geleyt ende beslicht sal worden bij den anderen provincien off denghenen, die si daertoe deputeren sullen, ende, soeverre die saecke alle die provincien int generael aengaet, by de heeren stadtholders van de provincien in manieren, boeven in tnegende articul verhaelt, dewelcke gehouden sullen sijn parthyen recht te doen ofte vergelijcken binnen een maent ofte corter, soeverre die noot van der saecke sulx uyteyscht, naer interpellatie ofte versouck, bij deen ofte dandere parthye daertoe gedaen; ende wes bij die voorsz. anderen provincien ofte haerluyden gedeputeerden ofte dvoorsz. heeren stadtholders alsoe uytgesproecken wordt, sal aengegaen ende achtervolcht worden, sonder dat daervan wijder beroep ofte andere provisie van rechten, tsi van appel, relieff, revisie, nulliteyt ofte enyge andere querelle, hoedanich die souden moegen wezen, versocht sal moegen worden.

XVII. Dat die voorsz. provincien, steden ende leden van dien hem wachten sullen van uytheemsche fursten, heeren, landen ofte steden enyge occasie te geven van oorloge, ende sulcx, om alle alsulscke occasien te vermijden, sullen die voorsz. provincien, steden ende leden van dyen gehouden wezen soewel den uytheemschen als ingesetenen van den voorsz. provincien te administreren goet recht ende justicie; ende soeverre yemant van hem daervan in gebreecke blijft, sullen die andere bontgenoten die hant holden, by alle behoirlicke wegen ende middelen, dat sulcx gedaen sal worden ende dat alle abusen, daerdoor sulcx belet ende die justicie deur verachtert soude moegen worden, gecorrigeert ende gereformeert sullen worden als naer rechten en vermoegens een yder sijn privilegien, loffelicke ende welheergebrachte costumen.

XVIII. Item en zal deene van de geunieerde provincien, steden ofte leden van dyen tot laste en prejudicie van dandere ende sonder gemeen consent geen imposten, convoygelden, noch andere diergelijcke lasten moegen opstellen, noch enijge van deze bontgenoten hoeger mogen bezwaeren dan hun eygen ingesetenen.

XIX. Item omme jegens alle opcoemende saecken ende zwaricheyden te versien, sullen die bontgenoten gehouden wezen op de bescrivinge van denghenen, die daertoe geauthoriseert sullen sijn, binnen Utrecht te compareren tot sulken daege als hem aangescreven sal wesen omme op de voorsz. saecke ende zwaricheyden, die men in de brieven van bescrivinge sal exprimeren, soe verre des moegelick es ende die zaecke nyet secreet en dient gehouden te wesen, by gemeen advys ende consent ofte by de meeste stemmen in manieren voorsz. gedelibereert ende geresolveert te worden, al waert oick enyge nyet en compareerden, in welcken gevalle sullen dandere, die verschijnen sullen, evenwel moegen procederen tot sluytinge van tghene si bevynden sullen tot het gemeen beste van dese geunieerde landen ende provincien te dienen. Ende sal tghene alsoe gesloten es, onderhouden worden oick bij deghenen, die nyet gecompareert sullen wezen, tenware die saecken seer wichtich waeren ende enich vertreck mochten lijden, in welcken gevalle men denghenen, die nyet gecompareert en sullen sijn, andermael bescriven sal omme te compareren op seeckere anderen daege opt verbeuren van haerluyden stemme voor die reyse, ende wes alsdan by deghenen die present sijn gesloten wordt, sal bundich sijn ende van weerden gehouden worden nyet jegenstaende d'absentie van enyge van dandere provincien, beheltelick dat die nyet gelegen en sal sijn te compareren, haerluyden opinie scriftelick over sullen moegen seynden omme daerop int collecteren van der stemmen sulcke regardt genoemen te worden alst behoort.

XX. Item teneynde voorsz. sullen allen ende een yder van de voorsz. bontgenoten gehouden sijn alle saecken, die hem opcoemen ende voorvallen sullen ende daeraen si hem sullen laeten duncken tgemeen, wel ofte qualick vaeren van dese geunieerde landen ende bontgenoten gelegen te zijn, denghenen, die tot die bescrivinge geautoriseert sullen sijn, over te scrijven omme by deselve daerop dandere provincien bescreven te worden in manieren voorsz.

XXI. Ende soeverre enyge donckerheyt oft twijfelachticheyt in desen bevonden worden, daeruyt enyge questie ofte dispute mochten verrijsen, sal dinterpretatie van dien staen in tseggen van dese bontgenoten, die daerop by gemeen advys ende consent ordonneren sullen, sulcx si bevynden sullen te behoeren, ende soeverre siluyden daerinne nyet en conden accorderen, sullen haer recours nemen tot de heeren stadtholders van de provincien in de forme boeven verhaelt.

XXII. Insgelijcx soeverre bevonden worden van noode te sijn darticulen van dese Unie, confederatie ofte verbont in enyge poincten ofte articulen te vermeerderen ofte veranderen, sal tselve oick gedaen worden by gemeen advys ende consent van de voorsz. bontgenoten, ende anders nyet.

XXIII. Alle welcke poincten ende articulen ende een yder van dyen byzonder die voorsz. geunieerde provincien belooft hebben ende beloeven mits desen naer te gaen ende te achtervolgen, doen naergaen ende achtervolgen, sonder daer jegens te doen, doen doen, noch gedoegen gedaen te worden directelick oft indirectelick in enyger wijs ofte manieren. Ende zoeverre yetwes by yemande ter contrarie gedaen ofte geattenteert worde, tzelve verclaren siluyden van nu alsdan nul, egeen ende van onweerden, daeronder si verbynden haerluyden ende alle dingesetenen van haerluyden provincien, steden ende leden van dien persoonen ende goeden, omme deselve, ingevalle van contraventie, voor tonderhoudt van desen met tghene daervan dependeert, gearresteert, gehouden ende becommert te moegen worden tallen plaetsen ende by allen heeren, rechteren ende gerechten, daer men die sal connen ofte moegen becommen, ende vertyen te dien eynde van alle exceptien, gratien, privilegien, relevamenten ende generalick van allen anderen beneficien van rechten, die hemluyden enichsins ter contrarie van desen souden moegen dienen, ende bysonder [van] den rechten, seggende generael renuntiatie geen plaets te hebben, daer [en] si eerst spetiael voorgegaen.

XXIV. Ende tot meerder vasticheyt sullen die heere stadtholders van de voorsz. provincien, die nu sijn ofte naemaels commen sullen, mitsgaders alle die magistraten ende hooftofficiers van ygelick provincie, stadt ofte leden van dyen dese Unie ende confederatie ende een yder articul van dyen int byzonder by eede moeten beloeven naer te zullen gaen ende onderhouden, doen naeghaen ende onderhouden.

XXV. Insgelijkcx sullen dselve by eede moeten beloeven te onderhouden alle schutteryen, broederschappen ende collegien, die in enyge steden ofte vlecken van dese Unie sijn.

XXVI. Ende sullen hiervan gemaeckt worden brieven in behoirlicke forme, die by de heeren stadtholders ende die voornaempste leden ende steden van de provincien, daertoe spetialick by den anderen gerequireert ende versocht sijnde, besegelt ende by haerluyden respective secretarissen onderteyckent sullen worden.

[ondertekeningen]

Verklaringe van 't 13. Artikel. Alsoo eenige schijnen swarigheyt te maecken op t' 13. artikel van de Unie, den 23 deser maendt gesloten tusschen die gedeputeerde van den lande van Geldre ende Zutphen, Hollandt, Zeelandt, Utrecht ende Ommelanden tusschen die Eems ende Lauwers, alsof die meyninge ende intentie ware gheweest niemandt in deselve Unie te ontfangen dan diegenen die der Religions vrede by de Eertz-hertoge van Oostenrijck ende Rade van Staten neffens hem by advijs van de Generale Staten gheconcipieert is, oft ten minsten die beyde die religien, te weten die Catholijcke Roomsche ende Ghereformeerde souden toelaten, soo ist, dat die voorschreven gedeputeerden, die over die voorschreven Unie gestaen ende deselve ghesloten hebben, omme alle misverstant ende wantrouwe wech te nemen, by desen wel hebben willen verklaren haer-lieder meyninge ende intentie niet gheweest te zijn noch als noch te wesen eenige steden ofte provincien, die sich aen de voorschreve Catholijcke Roomsche Rligie alleene sullen willen houden, ende daer 't gehtal van de inwoonderen derselver van de Gereformeerde religie soo groot niet en is dat sy vermogens die voorsz. Religions-vrede, het exercitie van de Gereformeerde religie souden mogen genieten van de voorsz. Unie ende verbintenisse uyt te willen sluyten, nemaer dat sy des niettegenstaende bereydt sullen wesen alsulcke steden ende provincien, die sich alleen aen de voorschreve Roomsche religie sullen willen houden, in dese Unie te ontfangen, by sooverre sy sich anders in de andere poincten ende articulen van de voorschreve Unie souden willen verbinden ende als goede patrioten dragen, soo die meyninge niet en is, dat d'een provincie oft stadt hem 't feyt van d'andere in 't poinct van de religie sal onderwinden, ende dit om te meerder vrede ende eendracht tusschen die provincien te houden ende die principaelste occassie van twist ende tweedracht te vermyden ende wech te nemen. Aldus ghedaen t'Utrecht den 1 February 1579.


Ampliatie van 't 15. Artikel. Alsoo hiervooren in 't artikel voorsien is tot alimentatie ende onderhoudt van de geestelicke persoonen, die geweest zijn in eenige conventen ofte collegien ende hun daeruyt ter cause van de religie ofte andere redelijcke oorsaecke begeven hebben ofte namaels begeven sullen, ende dat seer te beduchten is dat ter oorsaecken van dien eenige processen souden mogen verrysen, gelijck sy verstaen dat alreede verresen zijn uyt saecke dat alsulcke persoonen sullen willen, pretenderen gherechtight te zijn in de successie van de goederen van hun ouders, broederen, susteren ende anderen vrienden ofte magen metter doodt achterghelaten, ofte noch achter te laten, ende oock dieghene die sylieden in hun leven by tytel van gifte, transporte, ofte eenige andere souden mogen overdragen, gheallieneert, ofte oock naer hun doodt verseeckert hebben, soo ist, dat die voorsz. bondtgenooten, om dieselve processen ende die swarigheden die daeruyt souden mogen opstaen, te verhoeden, goetghevonden hebben alle die processen, die ter cause voorsz. alreede gheinstitueert zijn ende noch namaels gheinstitueert sullen mogen worden, te suspenderen in state ende surseancie te houden, ter tijdt toe anders by de voorsz. bondtgenooten ende andere, die hen in dese eenigheyt ende verbande sullen mogen begeven, generalick daerop (oock by d'authoriteyt van d'overheyt is 't noot) geordonneert ende verklaringe gedaen sal zijn. Aldus gedaen by de voorsz. gedeputeerden opten 1 Februarii 1579. Ende was geteyckent Lamzweerde.

Vindplaats: Overgenomen uit: A.S. de Blécourt, N. Japikse ed., Klein plakkaatboek van Nederland. Verzameling van ordonnantiën en plakkaten betreffende regeeringsvorm, kerk en rechtspraak (14e eeuw tot 1749) (Groningen/Den Haag 1919) nr. XIX, p. 120-125, die het overgenomen hadden uit: Robert Fruin, H.T. Colenbrander, Geschiedenis der staatsinstellingen, blz. 366 vlg. De beide aanvullingen waren door De Blécourt en Japikse ontleend aan het Groot Placcaetboek van Holland en Zeeland, deel I, 17-18.

 



 

13:56 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (21) |  Facebook |

01-11-05

Minister Bourgeois wil betere samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland.

Op initiatief van Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois keurde de Vlaamse regering een Strategienota voor de samenwerking met Nederland goed. Die tekent de krijtlijnen uit voor een nauwere samenwerking tussen Vlaanderen en prioritair partnerland Nederland. Onder meer op het vlak van de bescherming van de Nederlandse taal binnen de Europese Unie, de behartiging van gemeenschappelijke economische belangen en het verdedigen van gemeenschappelijke standpunten op het toneel van de internationale politiek, wil Bourgeois meer en beter overleg met Nederland. Op basis van een imago-onderzoek streeft de Vlaamse buitenlandminister ook naar een betere beeldvorming over Vlaanderen.

“Vlaanderen beschouwt Nederland al langer als zijn natuurlijke bondgenoot. Omgekeerd groeit dat besef ook meer en meer,” weet minister Bourgeois. “Met 22 miljoen Nederlandstaligen staan we sterker in Europa en de wereld. Niet alleen op cultureel vlak, maar zeker en vast ook economisch gezien. Daarom pleit ik voor meer overleg voorafgaand aan belangrijke Europese besluitvorming. Ik zie heel wat mogelijkheden tot intensere samenwerking op het vlak van verkeer en vervoer. Ook wat betreft toerisme en internationale handel heeft Vlaanderen heel wat belangen in Nederland, en omgekeerd,” aldus Bourgeois.

De minister is er zich echter ook van bewust dat er nog steeds een‘communicatiekloof’ bestaat en heel wat misverstanden. Daarom laat hij een onderzoek verrichten naar het imago van Vlaanderen in Nederland. Op basis van deze studie volgt een imago-actieplan. Na 5 jaar komt er een vervolgonderzoek.

Ook op het terrein zelf wil Bourgeois aan de slag. Zo wordt de Vlaamse vertegenwoordiging in Den Haag vanaf 2007 uitgebreid. Ook wordt bij alle Vlaamse ministers aangedrongen op meer en intensere bilaterale contacten met de Nederlandse ambtsgenoten en tussen Vlaamse en Nederlandse ambtenaren. Binnen de Vlaamse administratie worden permanente of tijdelijke interdepartementale overlegstructuren opgezet. Bourgeois wil ook het Vlaamse middenveld actief betrekken.

Minister Bourgeois bezorgt de Strategienota aan het Vlaams Parlement. Eind 2007zal hij de Vlaamse regering een tussentijds rapport voorleggen betreffende de uitvoering ervan.

Bron: http://www.politiek.net/


17:54 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (70) |  Facebook |

22-10-05

Het Verloren Vaderland, Het verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830.

 

Het Verloren Vaderland.
 
 De auteur beschrijft het ontstaan van het Verenigd koninkrijk der Nederlanden (een gebied dat het huidige België, Nederland en Luxemburg bevat) na het congres van Wenen. De slag van Waterloo komt aan bod en de industrialisatie en de ondernemingszin van Willem 1. Hij is een man met een enorme werklust en laat kanalen graven en laat de haven van Antwerpen open bloeien. Hij dringt de verfransing in de Vlaamse provincies terug met zijn taalpolitiek en bouwt een netwerk van Nederlandstalig onderwijs uit. Er wordt in het boek duidelijk gemaakt dat de Belgische opstand vooral een opstand van Fransgezinden en Walen was en dat in de Vlaamse provincies het enthousiasme zeer matig was, vooral in Antwerpen en Gent was men gekant tegen een scheiding van de Nederlanden. Na het lezen van het boek wordt alle twijfel ook weggenomen en wordt duidelijk dat de opstand de bedoeling had om het zuiden van het Koninkrijk der Nederlanden bij Frankrijk aan te hechten en deels gefinancierd werd door Frankrijk. Enkel Engeland stond een opsplitsing in de weg van de zuiver Vlaamse provincies met Nederland omdat in dat geval de Waalse gewesten naar Frankrijk zouden zijn gegaan en dat zou de Fransen teveel versterkt hebben. Luxemburg zou dan aansluiting met Pruisen hebben gekregen. Ook de zoektocht naar een geschikte Belgische koning behandeld de auteur. De troepenbewegingen van de tiendaagse veldtocht en incidenten tussen de Belgische en Nederlandse legers komen aan bod evenals enkele leuke anekdotes. Het boek is rijk geïllustreerd met foto’s, tekeningen en kaarten. Het is een must voor iedereen die een hereniging genegen is en ieder die geïnteresseerd is in wat er in die woelige dagen allemaal gebeurd is. Op de achterflap wordt het mooi gesteld: 1830 was een rampjaar. Het was het jaar waarin wij ons vaderland verloren.
 
 

 
In zijn boek schetst Karim Van Overmeire het karakter en het beleid van de koning. Hij beschrijft de gevechten bij Waterloo, in het Warandepark en tijdens de Tiendaagse Veldtocht. Ook de complotten van orangisten en Fransgezinden, de diplomatieke en politieke maneuvers, de verbittering van Vlamingen als Jan Frans Willems die de regeringspolitiek steunden, de grote ideeën en de kleine kantjes van de mens… worden in detail weergegeven. In zijn inleiding overloopt Karim Van Overmeire trouwens de kansen en de belemmeringen voor een Vlaams-Nederlandse toenadering in de 21ste eeuw.
Auteur: Karim van Overmeire
Uitgeverij Egmont. (http://www.uitgeverijegmont.be/index.php)



11:17 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-10-05

Tentoonstelling Broedertwist.

Broedertwist - België en Nederland en de erfenis van 1830 
 
24 september 2005 t/m 8 januari 2006
Nederland en België: een bijzondere relatie. We zijn buren van elkaar, in zekere zin zelfs familie. We delen een gemeenschappelijke geschiedenis en voelen ons cultureel verwant. We komen graag en veel bij elkaar op bezoek. Maar zelfs in de beste families gaat het wel eens mis: Broedertwist!


Ooit vormden Nederland en België één koninkrijk: het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het is dit jaar precies 175 jaar geleden dat deze staat uiteen viel. In 1830 kwamen De Belgen in opstand tegen koning Willem I en scheidden zij zich af van het Noorden. Nederland en België gingen als twee onafhankelijke staten verder. Dit jubileum is een mooie aanleiding om terug te blikken op de tumultueuze oorsprong van beide staten. En het biedt de gelegenheid te laten zien hoe België en Nederland na 1830 op zoek gingen naar hun eigen identiteit.

Gespiegelde tentoonstelling
Broedertwist: België en Nederland en de erfenis van 1830 toont voor het eerst zowel de Belgische als de Nederlandse kijk op de gebeurtenissen rond 1830. Beide visies worden ‘gebroederlijk’ gepresenteerd: Belgisch wapengekletter tegenover Nederlands kanongedreun, Belgische oorlogspropaganda tegenover schilderijen met Nederlandse propaganda. En Belgische helden zoals kanonnier ‘Charlier met het houten been’, tegenover de Nederlander Van Speijk (‘dan liever de lucht in’) die zijn schip opblies om het niet in Belgische handen te laten vallen.
 
Nationaal elan
De tentoonstelling beperkt zich niet tot de Revolutie. Voor de Belgen betekende 1830 een nieuw begin en ook de gekrenkte Nederlanders hadden behoefte aan een nieuw nationaal elan. Het eigen verleden werd de belangrijkste bron van nationale trots. De expositie toont dat in een spectaculaire eregalerij met ‘grote vaderlanders’ uit beide landen: Egmond tegenover Willem van Oranje, Rubens tegenover Rembrandt. Daarnaast blijkt de nationale trots uit de statige vorstenportretten, dramatische historiestukken, theatrale ontwerpen voor nationale monumenten, uniformen, vlaggen en vaderlandse relieken. De bezoeker kan patriottische poëzie beluisteren en er klinken nationale hymnen en vaderlandslievende liederen.
 
Actueel
Broedertwist laat zien hoe Belgen en Nederlanders in de 19de eeuw zichzelf en elkaar zagen. Dat dit thema nog niets aan actualiteit heeft ingeboet blijkt uit de nog steeds gangbare stereotypen over Bourgondische of domme Belgen en over zuinige of betweterige Nederlanders. Een reden te meer om op de expositie ook op de hedendaagse beeldvorming in te gaan!
 
Publicatie
Bij de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige publicatie van de hand van de Nederlandse en Belgische historici prof. dr. Peter Rietbergen en dr. Tom Verschaffel. Op toegankelijke wijze beschrijven de auteurs de Belgische Revolutie en haar gevolgen. De publicatie verschijnt bij Uitgeverij Waanders, telt 112 pagina’s en is rijk geïllustreerd. Prijs € 22,50.

De tentoonstelling gaat door van 24 september 2005 tot en met 8 januari 2006 in het Noordbrabants museum te 's-Hertogenbosch.

Adres: Verwersstraat 41, 's-Hertogenbosch.

Openingstijden museum: dinsdag tot en met vrijdag 10u00 tot 17u00, zaterdag, zondag en feestdagen 12u00 17u00.

Meer info: www.noordbrabantsmuseum.nl

                                                                                                                                                      



16:15 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-09-05

Leeuw van Waterloo is de Nederlandse leeuw.

Uit de krant:: "een ongewenste Leo Belgicus te Waterloo."


Op 5 november 1826 rapporteerde het 'Journal de Bruxelles' dat er te Waterloo een reusachtige Leeuw op het slagveld te Waterloo was opgericht.
De 28 ton zware gietijzeren leeuw op een 40 meter hoge kunstmatige heuvel is er geplaats als herdenkingsmonument voor de slag van Waterloo. Het was Willem 1 die de bouw van het monument bevool ter ere van zijn zoon, de Prins van Oranje. De heuvel die te betreden is via 226 trappen staat op de plaats waar de prins gewond zou zijn geraakt tijdens de veldslag.
De toevloed van familieleden van oud soldaten en gesneuvelden, vooral Engelsen, was enorm en de boeren van de omliggende hoeven deden onverwacht gouden zaken.
In 1831, toen de conferentie van ongunstig oordeelde over de beslissingen van het voorlopig bewind in het kersverse België, dreigden fransgezinde heethoofden ermee het monument van Waterloo neer te halen. De extreem Fransgezinde Alexandre Gendebien, de hoofdrolspeler in de Belgische politieke komedie, riep dat de Leeuw van Waterloo afschuwelijk was. "Het nageslacht (sic) kan er alleen maar bij winnen wanneer het verdwijnt". Fransgezinden trachtten de Leeuw van zijn voetstuk te halen maar gingen op de vuist met twee- driehonderd boeren die 'hun' broodwinning kwamen verdedigen.
Toen het Belgisch leger in 1832 hulp kreeg van het Franse leger bij het verjagen van de Hollanders  zag Gendebien de kans schoon om een wetsontwerp in te dienen waarvan artikel 2 bepaalde: 'de Leeuw van Waterloo zal gebruikt worden om er bommen en granaten van te maken ter vrijwaring van onze beide volkeren (wij en de Fransen). Het wetsontwerp werd niet goedgekeurd maar er bleven mensen vragen om de Leeuw neer te halen, dat symbool van de Hollandse onderdrukking! (sic) In Vlaamse kringen waar de vrees voor het Franse expansionisme zeer groot was ging men in de Leeuw een symbool van verzet tegen Frankrijk gaan zien.
Bij de vijftigste en de vijfenzeventigste verjaardag van de slag om Waterloo, zong men aan de voet van het monument: 'Die Wacht am Rhein' - 'Wien Neerlandsch bloed' - 'God save the King' en...'De Vlaemsche Leeuw'. Maar geen 'Marseillaise'!
De Leeuw had intussen ook tot de Waalse verbeelding gesproken, uiteraard in tegenovergestelde richting. Daar was immers de Napoleonistische mythe gegroeid en tegelijk de afkeer voor het 'Hollands' monument dat maar moest weggehaald of ten minstens omgedraaid, niet meer zo uitdagend starend naar Parijs.
Er werd in 1928 voor het eerst een Francofone bedevaart naar Waterloo georganiseerd, die ook na w.o.. I, met steeds minder succes, plaats had.

Zo dichtte in 1840 nog Prudens van Duysse: die tegen de scheiding van 1830 was geweest zijn
'Waterloosche Leeuw ':
Daar staat hij nog, spijt Franse,
spijt die verfranste slaven
voor deze zon verzinkend in hun macht
daar staat hij nog,
ter wraak der heilge graven
van 't heldenvolk,
groot als ons voorgeslacht
op 't hoog gebergt.. , en verder, : rijs, dierenvorst,
met ogen naar het Zuiden - dat gij verplette in d'onvergeetbren strijd,
wie vaderland wil maken tot een weeuw,
gevoele uw klauw;
en stijg dan weer ten kimme, o Waterloosche Leeuw!

 


 

                                                                                               


10:28 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

Vlaams-Nederlands samenwerkingsverdrag in plaats van de huidige BeNeLux.

De BeNeLux is als economische organisatie achterhaald door de Europese Unie. Ook op de nieuwe beleidsterreinen: milieu, ruimtelijke ordening, politiële samenwerking, enz. neemt de EU de rol van de BeNeLux over. Maar de BeNeLux blijft als organisatie actief en binnen de EU kan de BeNeLux gezamenlijk standpunten neerleggen die meer aandacht en meer kans maken. Of het BeNeLux verdrag voortgezet wordt na 2010 is echter nog maar de vraag. Door een Belgische grondwet wijziging in 1993 waar de gemeenschappen en gewesten zelf hun buitenlandse betrekkingen kunnen regelen, inclusief hun verdragsrecht (op de gebieden waarvoor ze bevoegd zijn) lijkt de gewone voorzetting van de BeNeLux in zijn huidige vorm onmogelijk geworden. Franstalig België heeft altijd nogal wantrouwend gestaan tegenover een organisatie waar ze een kleine minderheid uitmaken dus is het maar de vraag of ze als gemeenschap het verdrag gaan verlengen. In Vlaanderen maakt het idee opgang van een “Algemeen Vlaams Nederlands Samenwerkingsverdrag” dat niet alleen het BeNeLux verdrag maar ook de overige Vlaams Nederlandse verdragen (zoals de Taalunie en Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland)zou vervangen. Veel van de in de BeNeLux verband behandelde materies zijn echter federale bevoegdheden zodat Vlaanderen daar niks kan over beslissen. Het Vlaams Nederlandse verdrag zou dus enkel maar kunnen slaan over materies waar Vlaanderen bevoegd voor is. Vlaanderen heeft belangstelling voor een dergelijk verdrag, Nederland heeft zijn standpunten daaromtrent nog niet kenbaar gemaakt. Bij een Vlaams-Nederlands verdrag zou de Nederlandstalige taalgemeenschap gezamenlijk binnen de Europese Unie kunnen werken en standpunten neerleggen. Ook al is het maar in 2010 dat het BeNeLux verdrag al dan niet dient verlengd te worden het wordt tijd dat daarover wordt nagedacht wat er mee dient worden aangevangen en of een Vlaams-Nederlands verdrag een optie is.



09:47 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

26-08-05

Culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland

Een argument dat soms gebruikt wordt om te stellen dat een hereniging tussen Vlaanderen en Nederland niet haalbaar is het zogenaamde cultuurverschil. Een foute redenering want er is geen cultuurverschil, de Vlaamse en Nederlandse cultuur is één en dezelfde. Een bewijs hiervan is de gezamelijke promotie van die cultuur. Het Vlaams-Nederlands Huis is daar een mooi voorbeeld van. De Vlaamse en Nederlandse regering hebben samen het initiatief genomen voor de oprichting van dit cultureel instituut. Brussel werd als hoofdstad van de Europese Unie uitgekozen als de plek waar Vlaanderen en Nederland zich willen presenteren als een door taal en cultuur verbonden regio. Het is de taak van dit Huis om te informeren (met presentaties, lezingen en verspreiden van documentatie) en verschillende culturen met elkaar te confronteren. Het Huis wil een platform zijn voor debat. Het Huis is een logische voortzetting van de culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland waar in 1995 het cultureel verdrag sloot waar de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland voortsproot. Voluit heet het verdrag: "Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden". De taak van de commisie is de Nederlandse en de Vlaamse regering te adviseren en daarvoor ontvangt de commisie een subsidie van beide regeringen.

Meer info over het cultuur verdrag : www.cvn.be

Meer info over het Vlaams-Nederlands Huis deBuren: www.vl-nl.be

Ook is er de stichting ons erfdeel die de culturele samenwerking tussen de Nederlandssprekenden wil bevorderen en de cultuur van Vlaanderen en Nederland in het buitenland bekend maken. www.onserfdeel.be

 


23:18 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Jaarcongres Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis.

De Delta als verbinding en scheiding tussen Noord en Zuid, ca. 1585-1650

Vrijdag 23 september in de Abdij van Middelburg.


VOORLOPIG PROGRAMMA

Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis

Voorlopig programma Symposium 23 september 2005, in samenwerking met het Zeeuws Archief, Middelburg

Thema: De Delta als verbinding en scheiding tussen Noord en Zuid, ca. 1585-1650

10.00-10.30 Ontvangst met koffie
10.30-10.40 Opening door de Gedeputeerde van Cultuur van Zeeland
Aanbieding van Publicaties deel 3
10.40-11.00 Ledenvergadering
11.00-11.15 Inleiding op de plaats van samenkomst (de Abdij) en het dagthema
11.15-11.40 drs. C.E. Heyning (Middelburg): De Delta als spil in de kunsthan­del en kunstproductie tussen Vlaanderen/Brabant en Zeeland/Hol­land
11.40-12.05 dr. F. van Lieburg (VU Amsterdam): Invloeden vanuit Vlaanderen op het Zeeuwse calvinisme
12.05-12.30 Discussie
12.30-13.50 Lunch en gelegenheid tot korte rondwandeling door het stadscentrum
13.50-14.15 dr. A.M.J. de Kraker (VU, Amsterdam): Zeeuwen als droogleggers van geïnundeerde landen in Vlaanderen
14.15-14.40 dr. V. Enthoven (Marinemuseum Den Helder): De zogenaamde blokkade van Antwerpen
14.40-15.10 Koffie en thee
15.10-15.35 dr. J. Parmentier (Universiteit Gent): De maritiem-economische schets van de Deltahavens, 15de-18de eeuw
15.35-16.00 drs. A.C. Meijer (Zeeuws Archief): Archivalia voor het onderzoek van de handelsstromen tussen Zuid en Noord: de Zeeuwse en de Brabantse tollen
16.00-16.25 Discussie
16.25-16.30 Sluiting
16.30-17.00 Borrel.




15:18 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-08-05

Prins Willem van Oranje en de eenheid van de Nederlanden.

Er is al veel geschreven over het leven van Prins Willem van Oranje. Toch is er maar weinig bekend over hoezeer hij begaan was met de eenheid van de Nederlanden. In de traditionele geschiedschrijving komt steevast het beeld naar voren van een edelman, die op de bres staat voor de reformatie.

In dit artikel wil ik betogen dat Willem van Oranje juist bereid was om godsdienstige twisten opzij te zetten omwille van de eenheid van de Nederlanden. Daartoe wil ik vooral de periode 1572 tot 1583 belichten, namelijk vanaf de inname van Den Briel tot de dood van zijn derde vrouw, Charlotte van Bourbon.

Dit artikel beoogt geenszins een volledig weergave van de geschiedenis van grofweg de tien jaar tussen 1572 en 1583, maar een onderbouwing van de stelling dat het Willem van Oranje te doen was om de eenheid van het land te bewaren. De godsdienst-twisten mochten niet de eenheid van de Nederlanden verbreken.

Begin van de Opstand: 1568 of 1572?

Volgens de officiële geschiedschrijving begint de Opstand in 1568 wanneer Willem van Oranje met zijn legers het oosten van de Nederlanden binnenvalt. Hij schatte in dat een militaire expeditie steun kon verwachten van de bevolking, die schoon genoeg had van de centralisatie, de belastingen en de godsdienstvervolgingen. De bevolking was echter afwachtend en de Hertog van Alva maakte gebruik van deze passiviteit om korte metten te maken met de legers van Oranje.

Het jaar 1568 en Prins Willem van Oranje zouden in de vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat de Watergeuzen in 1572 in zijn naam het stadje Brielle in Holland veroverden. Vele Hollandse steden schaarden zich nu achter de Prins. Dit succes in begin april werd opgevolgd door een andere meevaller, namelijk de inname van Bergen in Henegouwen einde mei door Waalse Geuzen onder leiding van Lodewijk van Nassau, de broer van Willem van Oranje.

De val van Brielle had tot gevolg dat de Staten van Holland in een vergadering te Dordrecht zich door Filips Marnix van Sint Aldegonde lieten overhalen zich achter de Prins te scharen. Intussen stak de Prins zelf vanuit Duitsland met een leger de grens over. Hij gaf zijn volgelingen echter de opdracht mee om de harten van zowel de Katholieken als de Hervormden te winnen en beide godsdiensten te beschermen. Dit werd dan ook officieel zo besloten in de Staten van Holland.

Oorlog en verderf in de Nederlanden

In de jaren na de val van Brielle en Bergen tracht de Hertog van Alva de afvallige steden en gewesten weer onder het gezag van Brussel te krijgen door militaire strafexpedities in de jaren 1572-1574. Deze expedities missen echter hun doel door het buitensporig gebruik van geweld en zelfs terreur. De moordpartijen in Mechelen, Zutphen, Naarden en Haarlem sterkt de Nederlanders van alle gezindten in de overtuiging dat het regime van Filips II tiranniek en gewelddadig is.

Tegen de Spaanse elitetroepen van de oorlogservaring van de Hertog van Alva konden de Geuzen en de huurtroepen van Willem van Oranje maar weinig uitrichten in open veld. De kracht aan de zijde van de opstandelingen lag vooral op het water. De vele rivieren, meren en de Noordzee gaven de Geuzen niet alleen de nodige mobiliteit, maar ook als afweer was het erg machtig. Zo werden de Spanjaarden tijdens een slag op de bevroren Zuiderzee verslagen door de Geuzen, die zich per schaats verplaatsten, en werden de steden Alkmaar en Leiden in 1573 en 1574 ontzet door het wassende water dat men in de omliggende polders liet stromen.

Vooralsnog was een militaire overwinning uitgesloten, omdat de Spaanse legers te sterk waren en Oranje niet bepaald een briljant veldheer was. In 1574 werden de legers van Oranje verpletterend verslagen op de Mookerheide. Bovendien waren 15 van de 17 gewesten niet in openlijke voet van oorlog met de koning en er diende dus een compromis gesloten te worden om de eenheid van de Nederlanden te bewaren en de rest van het land te behoeden voor de gezel van de oorlog.

Het derde huwelijk van Willem van Oranje

Willem van Oranje trouwde tijdens zijn leven vier keer. In 1575 trad hij te Brielle voor de derde maal in het huwelijk met Charlotte. Deze vrouw werd in 1546 geboren in een zijtak van het Huis van Bourbon, de Franse koninklijke familie, en zij werd reeds op jonge leeftijd naar het klooster van Jouarre gebracht. Daar bleef zij tot omstreeks 1571 toen zij onder invloed van de Hugenoten overging op het protestantisme.

Charlotte van Bourbon had voor het huwelijk onder de bescherming geleefd van de Duitse keurvorst Hendrik III van de Palts. Deze stond in nauw contact met de broer van Willem van Oranje, Lodewijk van Nassau. Dat de Nassau’s goede contacten hadden met de vorsten in het Rijnland bleek uit het feit dat Filips Marnix van Sint Aldegonde namens Willem van Oranje en ongetwijfeld op voorspraak van zijn broer Lodewijk in 1575 te Heidelberg om de hand van Charlotte kon vragen.

De redenen voor dit huwelijk zijn tot op heden in nevelen gehuld, maar het was zeker niet om het geld, want veel had Charlotte, die in onmin leefde met haar Katholieke vader, niet in te brengen. We zouden wel in ogenschouw dienen te nemen dat Oranje op dat moment nog slechts één minderjarige zoon had, nadat Philips-Willem was ontvoerd naar Spanje. Bij het huwelijk zullen ongetwijfeld dynastieke en diplomatieke redenen zwaar hebben meegewogen, aangezien Charlotte van hoge afkomst was en Oranje zodoende ook steun hoopte te verwerven in Frankrijk.

De Pacificatie van Gent

De jaren 1575 en 1576 waren cruciaal voor de Nederlanden. Allereerst werd de Hertog van Alva door Filips II ontslagen, omdat de vorderingen in het neerslaan van de Opstand niet naar de zin waren van de koning. Kort daarop stierf ook de nieuwe landsheer, Don Requesens. In 1576 brak als gevolg daarvan de zogenaamde Spaanse furie uit: de Spaanse soldaten sloegen aan het muiten, omdat ze al meer dan een half jaar geen betaling hadden ontvangen. Zij pleegden een overval op de rijkste stad van de Nederlanden, Antwerpen, en brandschatte Vlaanderen.

De Spaanse Furie en het gebrek aan centraal gezag om de orde noopten de gewesten ertoe zich te richten tot Willem van Oranje. De Prins was weliswaar geen militair genie, maar hij was des te meer een diplomaat. Zijn grootste zorg was niet zozeer welke godsdienst er gelijk had. De Prins had zich namelijk nooit echt verdiept in de godsdienst en er zijn van hem geen leerstellige theologische verklaringen bekend. Hij wist echter wel dat de eenheid van het land het belangrijkste was en dat in het licht van de tegenstelling tussen protestanten en Katholieken een burgeroorlog voorkomen moest worden.

Om de eenheid van het land te bewaren wist hij de Staten van de XVII Provinciën ervan te overtuigen om in Gent een verklaring te ondertekenen. Gent was niet zomaar een willekeurige plaats: een eeuw daarvoor in 1477 kwamen de gewesten eerder op eigen initiatief bijeen om de eenheid van het land te behouden en de privileges te beschermen. Nu zwoeren de Staten in 1576 bij de Pacificatie van Gent, waarin stond dat de eenheid van de Nederlanden diende te worden bewaard en er in deze landen godsdienstvrede diende te heersen.

De Staten en de dochters van de Prins

Omstreeks de Pacificatie van Gent was Willem van Oranje immens populair in de Nederlanden. Hij werd door de mensen zelfs ‘vadertje’ genoemd, wat al aangeeft dat de mensen veel vertrouwen in hem hadden. Willem van Oranje trad in die jaren niet alleen op als verzoener, maar ook als staatsman van formaat. Hij reisde persoonlijk naar Brussel om in de Staten zijn betoog te doen en vanaf 1576 hield hij zijn hof voornamelijk in Antwerpen, met andere woorden in het centrum van de macht.

Willem van Oranje was volgens de overlevering gelukkig getrouwd met zijn vrouw en zij konden zich zelfs bogen op een zekere populariteit. Alhoewel het huwelijk kinderrijk was, hadden zij echter geen zoons. Dit heeft ertoe geleid dat hun huwelijk in dynastiek en politiek opzicht onderbelicht is in de geschiedenis. Willem van Oranje kreeg echter vier dochters, die hij zeer nauw koppelde aan zijn bedoelingen en visie ten aanzien van de Nederlanden.

In 1578 werd Catherina Belgica geboren en zij werd vernoemd naar de Nederlanden, die gezamenlijk ook wel ‘Belgica’ werden genoemd. Zij werd dan ook het petekind van de Staten Generaal der XVII Provinciën, die een jaarlijkse reserveerde voor haar opvoeding. De daarop volgende jaren werden respectievelijk Charlotte Flandrina en Charlotte Brabantina, die dienovereenkomstig door de Staten van Vlaanderen en Brabant als petekinderen werden voorzien van een jaarlijkse toelage. De laatste dochter Amalia Antwerpiana werd in 1581 geborenen door Antwerpen geadopteerd.

De Unie en de breuk

De Pacificatie van Gent bracht een status quo voort in de Nederlanden die al spoedig werd doorbroken door de onwil van de zijde van de religieuze scherpslijpers en Filips II om tot een vergelijk te komen. Juist in de stad der verzoening stichtten de Calvinisten in 1578 een republiek naar het voorbeeld van Calvijn in Genève en vervolgden de Katholieken op hun beurt. Zelfs Willem van Oranje kon er geen verzoening meer teweegbrengen.

Intussen had Filips II zijn beste generaal Alexander Farnese, hertog van Parma, naar de Nederlanden gezonden. Toegerust met een leger en voldoende financiële middelen slaagde hij erin om enkele zuidelijke provincies tot gehoorzaamheid te manoeuvreren. Hij was niet alleen een uitmuntend veldheer, maar ook begaafd diplomaat. Hij wist dat hij de zwakte van de Nederlanden lag in de godsdienstkwestie. Hij richtte dan ook de Rooms-Katholieke Unie van Atrecht op om enerzijds de Pacificatie van Gent teniet te doen en anderzijds de godsdiensttwisten uit te spelen.

Als antwoord op de Unie van Atrecht stichtten de overige provincies in 1579 de Unie van Utrecht. Het was een halfslachtige poging om de eenheid te herstellen en de godsdienstvrijheid zeker te stellen. Intussen waren de verhoudingen tussen de godsdiensten zo hoog opgelopen dat een burgeroorlog niet kon uitblijven. Alexander Farnese maakte van de verwarring gebruik om de steden en staten van het Zuiden in de daarop volgende jaren grotendeels onder controle te krijgen.

Antwerpen als centrum van de macht

In de hoogtijdagen van zijn macht verbleef Willem van Oranje voornamelijk in Antwerpen. Dit was de rijkste en machtigste handelsstad boven de Alpen. Het lag in het hartland van de Nederlanden, namelijk Brabant. Daar lagen de centra van de macht, te weten de hofstad Brussel, de universiteitsstad Leuven en de handelsstad Antwerpen. Eerder hadden de Calvinisten in 1566 en de Spanjaarden in 1576 daarom pogingen gewaagd om politieke en financiële redenen Antwerpen te grijpen.

Het jaar 1572 was weliswaar de aanzet tot de terugkeer van Willem van Oranje op het politieke spelersveld, maar het hoogtepunt van zijn macht en aanzien was in 1577, toen hij in Brussel tot ruwaard van Brabant werd verheven. In de vijf jaar daarna ging het echter heuvelafwaarts. De Pacificatie van Gent faalde en hij werd in 1580 in de ban gedaan en er werd een prijs op zijn hoofd gezet. Zijn politieke rol werd daarop door de oplopende spanningen en militaire nederlagen steeds kleiner.

Van de Fransen was ook al geen hulp te verwachten. De beoogde landvoogd van de Staten Generaal, de Hertog van Anjou, waagde zelfs in 1583 een staatsgreep door een overval op Antwerpen te plegen. Deze zogenaamde Franse Furie was de doodsteek voor de laatste troef van de Prins, namelijk hulp uit Frankrijk. Zelfs zijn huwelijk in 1583 met de protestantse Française Louise de Colligny bracht geen hulp en vervreemdde hem juist meer van het volk, dat onder invloed van de Franse Furie fervent anti-Frans was geworden. Hij verliet hetzelfde jaar nog Antwerpen.

Conclusie

Willem van Oranje wordt in de huidige historiografie doorgaans gezien als de kampioen van de reformatie. Hij was echter geenszins een man die bekend stond om zijn religieuze stellingnames, laat staan een scherpslijper. De Prins was in zijn politiek vooral uit op verzoening tussen de godsdiensten omwille van de eenheid van de Nederlanden. Dat blijkt ook uit zijn politieke beslissingen in die jaren, met name de Pacificatie van Gent ademt de geest van de Prins: eenheid en verdraagzaamheid.

Tijdens zijn hoogtepunt van de macht in de jaren 1576, 1577 en 1578 verbindt hij zijn lot niet zozeer aan het protestantisme maar des te meer aan de eenheid van het land. De kinderen werden vreemd genoeg niet vernoemd naar voorouders, zoals de kinderen uit zijn vorige huwelijken, maar naar de provincies die in het hartland lagen van de toenmalige Nederlanden. Hij verbond het lot van zijn dynastie nadrukkelijk aan dat van het land en drukte de wens uit dat de Nederlanden één geheel bleven.

Uiteindelijk mocht de politiek van de Prins niet baten. Hij verdween onder de oplopende spanningen en de enorme militaire en diplomatieke druk van de wereldmacht Spanje vanaf 1580 langzaam uit het politieke spelersveld. Als Willem van Oranje in 1583 Antwerpen is hij zowel zijn regie over de politiek kwijt als een groot deel van populariteit. De val van Antwerpen een jaar na de dood van de Prins is dan ook een logisch gevolg van de reeks van tegenslagen in de jaren ervoor.

Naschrift van de auteur

Ondanks het feit dat de Nederlanden verscheurd werden door godsdiensttwisten mag men de nobelheid van zijn streven naar eenheid en verdraagzaamheid nooit uit het oog verliezen. Hij was bereid om zijn have en goed in te zetten voor de vrijheid van onze gewesten en zijn dynastie te verbinden aan de eenheid van het land. Hij heeft zelfs zijn eigen leven geriskeerd en uiteindelijk zijn streven zelfs moeten bekopen met de dood. Zijn leven is ten einde, maar zijn streven leeft echter voort.

Ruud Bruyns.

Bron: www.openorthodoxie.nl



18:42 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

27-07-05

De Leeuw der Nederlanden.

Het symbool van de Nederlanden is een leeuw die in zijn linkerklauw een bundel van zeventien pijlen vasthoudt. In zijn andere klauw heeft hij een zwaard en hij draagt een kroon. De pijlen symboliseren de zeventien gewesten. Het is de statenleeuw van de Zeventien Provincien of de Zeventien Verenigde Nederlanden (Belgium Foederatum). Het huidige Nederland heeft dit symbool overgenomen met weliswaar zeven pijlen in de hand, die verwijzen naar de republiek der Zeven Verenigde Nederlanden na de scheuring van de Nederlanden na de tachtig jarige oorlog. De 17 Nederlandse provinciën kozen de statenleeuw als symbool toen ze een parlement oprichtten: de Staten-Generaal. Aangezien in het merendeel van de provinciale wapenen al een leeuw voorkwam, werd dit dier het symbool van de Staten-Generaal. De leeuw werd tevens voorzien van een zwaard, als symbool van macht, en 17 pijlen, die de eenheid van de provinciën moesten symboliseren. De pijlen symboliseren ook samenwerking: de afzonderlijke pijlen zijn kwetsbaar, maar samen vormen zij een grote kracht.


17:59 Gepost door Stef | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |